U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
Profiel Korea NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


KOREA

VERZOENING

NATIONALE CULTUUR

MACHTSBALANS

ADOPTIE

HERENIGING

ECONOMIE NOORD-KOREA

OORLOG

NEDERLAND

HET OUDE KOREA

KOREANEN

KIM DAE-JUNG EN KIM JONG-IL

IN DE PERS

NEDERLAND

Een oorlog zonder beelden

Henriëtte Smit
Ondanks de Nederlandse betrokkenheid bij de Korea-oorlog, was er nauwelijks aandacht voor het conflict. Geen beelden, geen oorlog.

FOTO'S VAN CONCENTRATIEKAMPEN, Hitler of overvolle goederenwagons op weg naar Westerbork zijn het nog steeds zichtbare bewijs van de schrijnende gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Zulke aangrijpende beelden ontbreken van de Korea-oorlog, die vlak daarna werd gevoerd en waar ook Nederland bij betrokken was. Strenge (zelf-)censuur voorkwam dat journalisten en fotografen in Korea een goed beeld konden schetsen van 'het heetste conflict uit de Koude Oorlog'. Deze oorlog lijkt mede door het gebrek aan beelden uit het collectieve geheugen verdwenen.

Nu, vijftig jaar na het uitbreken van de Korea-oorlog, wordt de strijd op verschillende manieren wereldwijd herdacht. In Nederland verscheen onlangs het boek Focus op Korea. De rol van de Nederlandse pers in de beeldvorming over de Korea-oorlog 1950-1953.

Het Spaarnestad Fotoarchief heeft samen met de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht een bijbehorende tentoonstelling ingericht. Boek en tentoonstelling tonen de manier waarop militaire en onafhankelijke oorlogsfotografen- en journalisten de strijd in beeld brachten en geeft inzicht in wat tijdens het conflict in de Nederlandse pers verscheen. ,,De Nederlandse bevolking heeft weinig kennis over de Korea-oorlog en nog minder over de Nederlandse bijdrage aan die oorlog'', verantwoordt auteur Bernadette Kester de nadruk op beeldvorming. ,,Wij als samenleving hebben geen beelden bij de strijd. Verder vinden we dat de inzet van de uitgezonden militairen meer aandacht verdient.''

De Nederlandse bijdrage verliep anders dan de regering had gedacht. Aanvankelijk was de Nederlandse regering terughoudend met het sturen van hulp naar Korea. Ze hoopte dat het zenden van een torpedobootjager op 3 juli 1950 voldoende was. De Amerikanen vonden deze bijdrage erg marginaal. Het kabinet-Drees besloot daarop in augustus onder zware Amerikaanse druk een bataljon naar Korea te sturen. Veel militairen die in het voormalige Nederlands-Indië hadden gediend, meldden zich aan als vrijwilliger.

Het transportschip Zuiderkruis vertrok op 26 oktober met het 631 tellende Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) aan boord, waarna verschillende aanvullingsdetachementen volgden. De strijd leek al grotendeels gestreden toen de Zuiderkruis uit Rotterdam vertrok. Dit gevoel bleek echter te optimistisch.

Ongeveer 4.700 Nederlandse militairen en mariniers namen onder moeilijke omstandigheden van december 1950 tot de wapenstilstand in 1953 deel aan de felle gevechten en bewaakten tot eind 1954 het bestand. In totaal zijn 125 Nederlanders om het leven gekomen.

De oprichting en het vertrek van het eerste detachement kregen volop aandacht en de berichten waren over het algemeen positief. In de periode 1950-1951 haalde nieuws over de Korea-oorlog regelmatig de voorpagina. De berichtgeving werd echter al snel schaarser. Dat leidde er later toe dat de Nederlandse militairen vaak 'het vergeten bataljon' werden genoemd. ,,Weinig mensen weten dat de uitzending naar Korea de eerste grote Nederlandse militaire missie was die onder VN-vlag plaatshad. Tegenwoordig staan VN-operaties waaraan Nederland deelneemt sterk in de belangstelling van de media'', zegt Kester.

Ook de politieke belangstelling voor het detachement was beperkt. Pas na twee jaar, in oktober 1952, bezocht staatssecretaris van Oorlog F.J. Kranenburg het bataljon. Het bleef bij dit ene werkbezoek. De Nederlandse soldaten voelden zich hierdoor erg in de steek gelaten. De onverwachts grote ontberingen in Korea en operationele problemen maakten het bataljon extra gevoelig voor het gebrek aan belangstelling vanuit het thuisland.

De militaire leiding was niet tevreden met de kwaliteit en kwantiteit van de berichtgeving in de pers. Vaak plaatsten slechts regionale kranten artikelen over Korea, waarbij in toenemende mate de nadruk werd gelegd op incidenten en schandalen. ,,Voor gebeurtenissen in Nederland was veel aandacht van de media. Korea was wel erg ver weg'', zegt auteur Herman Roozenbeek van het boek Focus op Korea.

Die afstand bemoeilijkte het werk van de militaire oorlogscorrespondenten die in dienst van de legervoorlichtingsdienst (LVD) in Korea waren. Tegen de tijd dat het nieuws per post in Nederland was gearriveerd, waren de berichten sterk verouderd. Aan het bataljon, dat doorlopend werd aangevuld en vernieuwd, waren wisselende correspondenten verbonden. Deze dienden in de regel een jaar.

Ook de strenge censuur bemoeilijkte het werk van de oorlogscorrespondenten. Behalve de militaire censuur in Korea hielden ook de hoofdredacties van kranten en tijdschriften streng toezicht op alle publicaties. Bovendien legden de journalisten en fotografen zichzelf restricties op. Ze stonden vaak aan de kant van de Amerikanen en hadden dezelfde visie op de oorlog als het leger. Journalistieke objectiviteit was destijds in Nederland nog een uitzondering. Te midden van de Nederlandse militaire oorlogscorrespondenten opereerde in Korea slechts één onafhankelijke correspondent, Alfred van Sprang. Zijn berichten waren soms kritischer dan de artikelen van zijn militaire collega's, die naast de al genoemde vormen van censuur ook nog te maken hadden met de controle van de legervoorlichtingsdienst.

Confronterende berichten en foto's kregen mensen in Nederland door de verschillende vormen van censuur nauwelijks te zien. Geregeld verschenen beelden en berichten van heldhaftig optreden van de geallieerden en van Zuid-Koreaanse militairen in de pers. ,,De pers vertaalde nederlagen vaak in een overwinning. De heroïek van de soldaten is een onderwerp dat vrij vaak terugkeerde. Ook was het gebruikelijk foto's van gesneuvelde en gewonde militairen te retoucheren'', aldus Roozenbeek.

De berichtgeving in Nederland over Korea kwam niet alleen van eigen oorlogscorrespondenten, maar ook van buitenlandse, voornamelijk Amerikaanse en Britse persbureaus. Aanvankelijk hadden de buitenlandse journalisten relatief veel vrijheid, omdat het militair opperbevel tijdens de Tweede Wereldoorlog goede ervaringen met de pers had opgedaan. Zolang de verslaggevers de operationele en militaire veiligheid niet in gevaar brachten, waren er weinig beperkingen.

Al snel verschenen echter ook negatieve berichten en kritische beschouwingen. Amerikaanse, Britse en Franse journalisten schreven bijvoorbeeld over de nederlagen van de Zuid-Koreanen en de Amerikanen in het prille begin van de oorlog. De acceptatie van militaire censuur was verdwenen. De geallieerde opperbevelhebbers ervoeren de berichtgeving als 'aanstootgevend' en legden de pers steeds meer restricties op.

In het najaar van 1950 ging het zeer goed met de geallieerde troepen. Onder leiding van generaal Douglas MacArthur bereikten ze de grenzen met China. Maar eind november moesten de Amerikanen zich echter plotseling terugtrekken, omdat de Chinezen de aanval inzetten. MacArthur stoorde zich aan de negatieve berichten over de terugtrekking en legde de pers na 21 december 1950 strenge censuurmaatregelen op. De pers mocht niet langer kritiek leveren op het eigen leger. Slechts het officiële dodenaantal mocht worden genoemd. ,,Straks kunnen we alleen nog rapporteren dat het leger zich in Korea bevindt en verder niets'', merkte een verslaggever op.

Bronnen: Historisch Nieuwsblad, het boek Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945 (Christ Klep en Richard van Gils), het boek Focus op Korea. De rol van de Nederlandse pers in de beeldvorming over de Korea-oorlog 1950-1953 (Bernadette Kester, Herman Roozenbeek en Okke Groot) en de tentoonstelling Focus op Korea. Oorlogsfotografie en beeldvorming in de pers.

Nu komt het weer boven

HENRIËTTE SMIT

Wim Dussel (1920), militair correspondent en oorlogs-fotograaf van het Nederlands Detachement Verenigde Naties, van 23 november 1950 tot 23 augustus 1951.


Wim Dussel als marinierscorrespondent in Oost-Java (Foto Ministerie van Defensie)

,,Aanvankelijk wilde ik niet naar Korea. In Indië had ik drie jaar bij de mariniers gezeten. Een dokter en een dominee gingen al mee. De legervoorlichtingsdienst zocht nog een vent die over de oorlog zou schrijven. Ik dacht: nu niet weer, maar ik kon het niet laten. Ik wilde aan de mensen laten zien hoe de soldaten leefden. Ik maakte foto's van hun bedden en de modder en sneeuw waarin ze lagen, omdat je daarover nooit iets in de krant zag. Ik schreef verhalen met de hand en verzond deze artikelen samen met foto's naar de ambassade in Tokyo. Deze ambassade stuurde mijn werk door naar de legervoorlichtingsdienst in Den Haag, die de foto's en artikelen doorstuurde naar alle kranten. Op mijn werk was zo goed als nooit censuur, omdat het om human interest-onderwerpen ging. De pers had in het begin veel interesse, omdat de oorlog nieuw was en snel zou aflopen. Generaal MacArthur had gezegd: 'We will be home for Christmas.' Hij had echter niet gezegd welke kerst.

Ik denk niet dat de oorlog voor niets is geweest. De erkenning in Nederland voor de militairen vind ik onvoldoende. Ik denk dat ze het de mensen wel gunden, maar Korea was zó ver weg. Nu, na vijftig jaar, neemt de media-aandacht toe. Ik denk dat dat komt door de parallellen met de conflicten in bijvoorbeeld Joegoslavië en Eritrea. Mensen gaan onwillekeurig vergelijken. Ik ben de enige vent die altijd in de publiciteit heeft gestaan. Mijn tijdloze verhalen geven de ellende goed weer, omdat ik zelf geroerd was door alles wat ik zag.

Na vijftig jaar komt Korea pas naar boven. Ik heb zitten huilen toen ik het boek Focus op Korea las en de foto's opnieuw zag. In het boek zijn twee hoofdstukken aan mij gewijd en bij het lezen dacht ik steeds: heb ik dat echt allemaal meegemaakt? Ik heb het altijd verdrongen. In dat ene jaar heb ik meer beleefd dan een mens normaal in tien jaar meemaakt. Terug in Nederland kon ik niet wennen. Thuis was veel onbegrip en miste ik de kameraadschap. Ik heb veertien maanden lang een wereldreis op mijn scooter gemaakt. Veel militairen meldden zich opnieuw aan als vrijwilliger voor Korea, omdat ze het burgerleven niet aankonden. Ik niet. Ik ging reizen.''

NRC Webpagina's
26 oktober 2000

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad