NRC Handelsblad Profiel WAO
NIEUWS | TEGENSPRAAK | SUPPLEMENT | AGENDA | ARCHIEF | ADVERTENTIES | SERVICE 



Overzicht eerdere
afleveringen


WAO
'HET ZIT FOUT TUSSEN DE OREN'
GESCHIEDENIS
POLITIEK
PLAN HOOGERVORST
PARTIJEN
SOCIALE PARTNERS
REÏNTEGRATIE
KEURING
STAP VOOR STAP
STRESS
INTERVIEWS
BIJ DE RECHTER
ORGANISATIES
UITKERINGEN
RAAD VAN BEROEP
VROUWEN
GRAFIEKEN

Veel te hoog opgeleid  |  Een eindeloze papierwinkel
Licht zittend werk

Gesprekken: Jasker Kamp
Foto's: Freddy Rikken


Veel te hoog opgeleid

Jaap van der Laan (41 jaar)

woonplaats: Amersfoort
vroeger beroep: docent
in de WAO: van 1987 tot januari 1999
huidig beroep: publieksvoorlichter

Jaap van der Laan

,,Tijdens mijn studie bedrijfskunde gaf ik wel eens lezingen over sterrenkunde. Ik hield op een gegeven moment in Middelburg een lezing voor vijfhonderd mensen. Mijn toenmalige vriendin en ik hadden een hotelletje in Domburg geboekt. We kwamen nooit aan. In een scherpe bocht vloog ik door ijzel uit de bocht. Toen ik wakker werd, was ik een maand verder en een compleet ander mens. Er waren hele stukken uit mijn leven weg. Gelukkig had ik vanaf mijn twaalfde een dagboek bijgehouden. Daardoor kreeg ik een groot deel van mijn lange geheugen terug. Alleen het korte geheugen laat me vaak in de steek.

In 1985 ging ik lesgeven aan werkzoekende schoolverlaters. Tijdens dit dienstverband kreeg ik weer een auto-ongeluk. Een halve dag lag ik in coma. Daardoor belandde ik in 1986 in de Ziektewet. Vanaf 1 november 1987 zat ik in de WAO. De arts van het Gak keurde me wegens mijn hersenbeschadiging en de maand coma alsnog voor 100 procent af. Ik wilde weer aan het werk, want de WAO-uitkering was minimaal. Ik had een vrouw en een tweede kind was op komst. Ik heb me wezenloos gesolliciteerd, het leverde niets op. Zodra men hoorde dat ik in coma had gelegen, haakten ze af.

Ik ging de strijd aan met Defensie. Het eerste auto-ongeluk gebeurde tijdens mijn diensttijd. Ik bleek recht te hebben op een uitkering van de Wet Arbeidsongeschiktheid Militairen. Daar kwam ik pas veel later achter. Ik lobbyde bij het Gak, Defensie en ging naar juridische adviseurs. Het heeft mij uiteindelijk een jaar gekost om succes te hebben. In 1992 kreeg ik met terugwerkende kracht een bedrag van 80.000 gulden en een maandelijkse uitkering.

In september 1998 werd de Wet sociale werkvoorziening opgeschoond, een wet die regelt dat mensen met een handicap toch aan het werk kunnen. Ik hoorde ook bij die groep. Mijn geval werd opnieuw bekeken. De dokter zei tegen mij: `Je bent veel te hoog opgeleid, we hebben geen werk voor je.' Maar het academisch niveau van toen haal ik nu niet meer. Ik ben toen weer naar het Arbeidsbureau gegaan. Ze boden mij een baan aan als publiciteitsmedewerker bij een stichting die zich onder meer bezighoudt met voorlichting over wetenschap en vrije tijd. Ik wil niet zeggen dat ik me al die tijd heb verveeld gedurende mijn WAO-periode, maar ging af en toe wel nadenken over de zinloosheid van het leven. Ik ben blij dat ik mij weer ergens voor kan inzetten.''


Een eindeloze papierwinkel

Jan Dootjes (56 jaar)

woonplaats: Middenbeemster
vroeger beroep: bedrijfsleider/monteur
in de WAO: november 1997 tot en met oktober 1998
huidig beroep: assistent-offsetdrukker

Jan Dootjes

,,Ik heb meer dan 24 jaar voor een banden- en uitlaatservicebedrijf gewerkt. Op een gegeven moment werd het bedrijf overgenomen door een buitenlands bedrijf. Alles werd geautomatiseerd. Facturen, voorraden en klantenbestanden moesten allemaal via de computer worden bijgehouden. Dat was niks voor mij. Ik werd gillend gek van dat apparaat.

Bovendien werden goed opgeleide jongens die onder mijn verantwoordelijkheid werkten, een voor een overgeplaatst naar andere filialen. Daarvoor in de plaats kreeg ik jongeren die geen opleiding en ervaring hadden. De druk werd steeds groter, ik hield het niet langer meer vol. Dat is nu drie jaar geleden. Na nog een jaar bij een garagebedrijf te hebben gewerkt ben ik in de Ziektewet beland. Ik kwam onder behandeling van een psychiater. Na een jaar werd ik gekeurd door het Gak. Ik werd voor 25 tot 35 procent afgekeurd.

Ik moest me inschrijven bij het Arbeidsbureau in Purmerend. Om de twee maanden moest ik mijn briefje laten verlengen. Ik heb nooit het idee gehad dat ze zich echt voor me hebben ingezet. Ze vonden het allang prima dat ik mij om de twee maanden bij hen meldde. Een keer hebben ze wat voor me gedaan. Ik kon vier maanden lang appels plukken. `Wat heb ik daaraan', zei ik. Dan zit ik over vier maanden weer thuis. Begint al die ellende opnieuw.

Het Gak verplichtte mij vier keer in de maand te solliciteren. Dat deed ik ook trouw. Maar als je telkens wordt afgewezen, geloof je er op het laatst niet meer in. Ik heb overal naar gesolliciteerd: magazijnmedewerker, vrachtwagenchauffeur, noem maar op. Of ik was te oud, of mijn WAO-achtergrond speelde mij parten.

Ik wilde gewoon weer aan het werk. Als WAO'er ga je er financieel flink op achteruit. Bovendien schaamde ik mij dood als iemand wist dat ik de hele dag thuiszat. Je hoort mensen ook wel eens: `je neemt toch geen WAO'er in dienst, die zorgt alleen maar voor problemen'. Ze moesten eens weten.

Ik ben drie keer benaderd door Arbeidsintegratie. De eerste twee vacatures liepen op niets uit. In oktober stond een vacature open bij een verpakkingsbedrijf in Zaandam. Een week later zat ik daar.

Alleen heb ik nu weer een stapel papieren van het Gak gekregen. Er schijnt iets niet in orde te zijn met mijn salaris. Ik moet negenhonderd gulden terugbetalen, omdat ik over een bepaalde limiet ben gegaan. Die papierwinkel blijft je achtervolgen.''


Licht zittend werk

Sariati de Haas (29)

woonplaats: Amsterdam
vroeger beroep: bejaardenverzorgster
in de WAO: van 1996 tot oktober 1998
huidig beroep: receptioniste

Sariati de Haas

,,Ik werkte als bejaardenverzorgster in het Eduard Douwes Dekkerhuis in Amsterdam-Noord. In 1994 kreeg ik pijn in mijn linkerheup. De pijn werd erger en erger, maar ik bleef doorgaan met werken. Artsen van het AMC constateerden dat ik een heupafwijking had. Normaal gesproken is een heup rond. Die van mij is vlak. Ik was nog te jong voor een kunstheup. Je moet weten dat een kunstheup ongeveer tien jaar meegaat en dat hij maar tot twee keer toe kan worden vervangen. Ik zou dan over twintig jaar misschien helemaal niet meer kunnen lopen. De artsen in het AMC konden niets doen.

In het Amstelveenziekenhuis zagen ze wel mogelijkheden. Ik ben daar drie keer geopereerd, voor een standverandering van de heup, een bekkentransplantatie en om pennen van de eerste operatie uit mijn heup te halen. De laatste operatie was in april 1998. De operaties leverden niet het gewenste resultaat op. Ik heb nu nog steeds pijn omdat de botten niet aan elkaar willen groeien. Bovendien loop ik erg moeilijk doordat de heup versleten is. Een terugkeer in de zorg was uitgesloten, omdat ik voor dat werk 100 procent werd afgekeurd. Ik schreef me in bij het Arbeidsbureau. Daar had ik weinig aan. Als ze iets aanboden, bleek ik niet over de juiste papieren te beschikken.

Ik bleef proberen. In mei, vlak na de laatste operatie, belde ik Cadans op, ik wilde opnieuw worden gekeurd. Ik was namelijk nog nooit lichamelijk gekeurd. Alle keuringen die via Cadans gingen, waren tot dan toe schriftelijk gebeurd, dat is vreemd, omdat het gebruikelijk is om lichamelijk te worden gekeurd. Als ik daarnaar vroeg, wezen ze me er op dat ik nog operaties voor de boeg had.

Ze zouden me bericht geven. Ik hoorde niets. In juli belde ik weer. `Iedereen is nu op vakantie mevrouw, belt u in augustus nog maar even terug', zeiden ze mij. Daar word je op een gegeven moment moedeloos van. Sta je voor de zoveelste keer in je eentje in het oerwoud. Uiteindelijk werd ik in november 1998 gekeurd. Ze keurden me definitief voor 25 tot 35 procent af. Ik mocht, zoals dat heet, `licht zittend werk' gaan verrichten. Het is aan de keuringsarts te danken dat ik nu weer aan het werk ben. Hij kwam met Arbeidsintegratie op de proppen. Anders was dat voor mij altijd onbekend gebleven. Zo kwam ik dus eigenlijk per toeval aan de baan bij televisieproducent Gert Berg Producties. Ik neem telefoontjes aan en verwerk faxen. Ik werk, met behoud van WW-uitkering, veertig uur in de week. Ondanks dat ik dit leuk werk vind, is het niet de baan naar mijn hart. Dat zal altijd de zorg blijven.

Van de week kreeg ik weer papieren van Cadans in de brievenbus. Ik moet opnieuw een WW-uitkering aanvragen. Bovendien heb ik volgens hen nog steeds sollicitatieplicht. Dat kan helemaal niet, dacht ik. Toen ik ze belde, bleken ze niet eens te weten dat ik weer een baan heb.''

NRC Webpagina's
28 JANUARI 1999

   Bovenkant pagina


NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) 28 JANUARI 1999