U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
    R A D I O  &   T E L E V I S I E  
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORTE BERICHTEN  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  
S e l e c t i e


Televisie

Radio

T V   V O O R A F :
Met familiefilmpjes teruggaan in de tijd

HENK VAN GELDER
De kamer is Rembrandtesk verlicht. Een jonge vrouw en haar stiefmoeder zitten aan tafel sokken te stoppen. We horen niet wat ze zeggen, maar kennelijk gaan ze op reis, en ze overleggen wat er mee moet en wat niet. Naast hen trekt een man met verve aan zijn pijpje. Op de vloer spelen twee kleuters, een meisje en een jongetje. Vervolgens zien we drie verstrengelde handen met glinsterende trouwringen - en op dat beeld blijft de film even staan.

Het is, voorzover zo'n amateurfilmpje uit de huiselijke kring zich laat interpreteren, een vredig tafereeltje dat pas zijn hartverscheurende betekenis krijgt als we weten dat het uit 1942 dateert en dat deze mensen joden zijn die zojuist de oproep hebben gekregen zich te melden voor transport naar een werkkamp. De maker heeft zijn opnamen nooit meer gezien; hij heeft het nog niet ontwikkelde dubbel-8-filmpje in bewaring gegeven aan een kennis. Zelf is hij vermoord, net als de mensen die hij filmde. Van de hele familie kwam er slechts één, de zoon Simon, terug uit Buchenwald.

Ze heetten Peereboom. Voor de oorlog was vader Jozeph redacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Zijn zoon Max had een camera en legde vanaf 1933 - toen vader en moeder hun zilveren huwelijksfeest vierden - als een volleerd filmer veel familiegebeurtenissen vast. Al dat niet eerder op de televisie vertoonde materiaal, tot en met de voorbereidingen voor het transport, wordt nu beheerd door het Archief Smalfilmmuseum in Hilversum waar het is gevonden door de 46-jarige Hongaarse filmer Péter Forgács. In opdracht van de VPRO verwerkte hij het tot de documentaire De maalstroom, een familiekroniek die morgenavond wordt uitgezonden.

Forgács, een studieus ogende man met felle ogen en uitgesproken meningen, heeft een documentair oeuvre op zijn naam staan waarin amateurfilmpjes een belangrijke rol spelen. Zijn al tot acht delen uitgegroeide reeks Private Hungary is herhaaldelijk bekroond op internationale video- en documentaire-festivals. ,,Ik voel me meer archeoloog dan filmer'', zegt hij. ,,Wat ik in mijn handen krijg, zijn scherven. En terwijl ik die dan in elkaar puzzel, vraag ik me af wat het wordt: een vaas, een kopje, een schilderij misschien?''

Hij deinst er niet voor terug dit van nature naïeve materiaal naar zijn hand te zetten door het te vertragen, te versnellen, in te kleuren, stil te zetten en zelfs te spiegelen als hem dat zo uitkomt. Maar luchthartigheid is hem daarbij vreemd: ,,Ik geef er een structuur aan, ik zoek de details die onbedoeld méé werden gefilmd, ik vergroot gezichten uit om de kijker tot een betrokkene te maken, ik probeer de gebeurtenissen te laten zien door de ogen van hen die er bij waren. Niet om er zo nodig mijn eigen stempel op te zetten, maar juist integendeel: om het zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Mijn voornaamste drijfveer, al die tijd dat ik aan de montagetafel zit, is dat ik wil roepen: look what I found! Dit soort familiefilmpjes is bij mijn weten de beste manier om in het verleden te kruipen - en dat is nu eenmaal mijn grote fascinatie: teruggaan in de tijd. Wat in werkelijkheid niet kan, wil ik in mijn werk tòch mogelijk maken. Stel je voor dat er filmpjes uit de zeventiende eeuw zouden bestaan!''

Door de chronologie van de Peereboom-filmjes intact te laten, maar er een dwingende lijn in te brengen, zuigt Forgács de kijker inderdaad mee in deze familiekroniek. We leren de diverse familieleden kennen, hoe vluchtig soms ook, en we gaan onherroepelijk meeleven met de hoogtepunten van hun bestaan in de jaren dertig. De vraag is hooguit of het nodig is de muziek (van Tibor Szemzó) al meteen een zwaarmoedige toonzetting te geven, terwijl in beeld nog onbezorgd van het voorjaarszonnetje of een vrolijke optocht wordt genoten. ,,Ja'', meent Forgács, ,,want als ik illustratieve muziek had gebruikt, die alleen maar onderstreept wat je ziet, dan zou je als kijker al gauw verzinken in nostalgie. Ik heb het geprobeerd, bijvoorbeeld door bijpassende dansmuziek uit de jaren dertig te gebruiken bij beelden van dansende familieleden tijdens een huwelijksfeest. Maar het gevolg is dat je dan onmiddellijk denkt: wat genoeglijk, wat een heerlijke tijd was dat toch. En je kijkt niet meer naar hun gezichten.'' Wat de kijker rest, is een schrijnend gevoel van vergeefsheid - wij weten hoe het met al die mensen afliep.

In totaal liet Peereboom ruim vier uur filmmateriaal na, waarvan Forgács uiteindelijk 38 minuten heeft gebruikt (,,ik weet dat precies, in verband met de rechten''). Naarmate de bezetting naderbij komt, introduceert hij namelijk ook amateurfilmpjes uit andere bronnen: kleine meisjes in een NSB-kamp die de rug rechten en de Hitler-groet brengen, gezellige privé-opnamen van de familie Seyss-Inquart op het Haagse landgoed Clingendaal, clandestiene beelden van weggehaalde joden. ,,Ik had de buitenwereld nodig om die te laten botsen op het steeds kleiner wordende wereldje van de Peerebooms,'' zegt hij. Een andere kunstgreep vindt plaats in het geluid: de anti-joodse maatregelen en de bagage-voorschriften voor joden op transport worden gezongen, als een litanie. ,,Als ik die teksten gewoon had laten inspreken'', aldus Forgács, ,,was het toch nog een gewone, feitelijke documentaire geworden. Maar dat wilde ik niet. De feiten en de cijfers zijn overbekend. Ik wilde geen educatief programma maken, ik wilde niet informeren - ik wilde emotioneren.''

De maalstroom, een familiekroniek, zondagavond, Ned.3, 20.10-21.10u.

F I L M   V O O R A F :


Seven Minutes

HANS BEEREKAMP
Het regiedebuut van de Oostenrijkse acteur Klaus Maria Brandauer heeft in Nederland nooit de bioscoop gehaald. De Engelstalige Oostenrijks-Duitse coproduktie uit 1989 heette in eigen land Georg Elser, maar omdat die naam buiten Duitsland slechts weinigen iets zegt, staat de film internationaal bekend als Seven Minutes.

Het valt niet moeilijk te raden waarom Brandauer juist deze film wilde maken en ook nog eens zelf de hoofdrol vertolkte van een horlogemaker, die een hoeveelheid springstof en een tijdmechanisme in de Bierbrukeller te München plaatste, maar de Führer op zeven minuten na miste. Niet alleen prikkelt het verhaal de historische verbeelding: als Elser beter had gerekend, zou het allemaal heel anders gelopen zijn met de wereldgeschiedenis. Brandauer, beroemd geworden als de 'foute' toneelspeler in Mephisto (1980), wilde natuurlijk ook wel eens een 'goede' Duitser spelen. Dus zien we hem voortdurend omvergelopen worden door bruinhemden en blijft ons evenmin bespaard wat er gebeurt als je in München, 1938 tussen twee W.A.- mannen aan een pisbak staat en hun Hitlergroet niet beantwoordt.

Brandauers eerste film is rijk aan clichés. De karikaturale filmnazi's worden niet geloofwaardiger van het feit dat ze Engels spreken: ,,Why don't you dzjoin our party?''. Als Mel Brooks dat al niet minstens twee keer gedaan had, zou je er bijna een parodie op willen maken.

Toch is Seven Minutes geen broddelwerk; wie niet alleen bestand is tegen de filmische reductie van het Derde Rijk tot onaangename heerschappen in het juiste kostuum, maar daar zelfs heimelijk genot aan beleeft, kan zijn hart ophalen aan deze zorgvuldige produktie. De gedetailleerde voorbereiding van de verzetsdaad roept soms zelfs een andere film van een Oostenrijkse regisseur in de herinnering: Fred Zinnemanns The Day of the Jackal over een fictieve aanslag op president De Gaulle. Elser heeft echt bestaan: hij werd vlak na zijn heldendaad gearresteerd en pas in 1945, vlak voor de bevrijding van Dachau, geëxecuteerd. De eindcredits maken melding van het ontbreken van een monument: die omissie vormde uiteraard Brandauers eerste inspiratie.

Seven Minutes (Oostenrijk/Dtsl, 1989, K.M. Brandauer). Ned. 1, 20.30-22.07u.

NRC Webpagina's
3 EN 4 MEI 1997


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)