U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Affaire Srebrenica

Nieuws

Chronologische reconstructie

Commissie Bakker

Achtergrond

Opinie

Links

Strijdmacht is niet voorbereid op gevaar


Nederland loopt helemaal niet voorop bij vredesoperaties, zoals steeds maar weer te horen valt. De Nederlandse krijgsmacht is onvoldoende toegesneden op de nieuwe veiligheidssituatie, meent J. Schaberg.

In Nederland bestaat over de defensie-inspanningen een zelfbeeld dat de werkelijkheid geweld aan doet. Ook minister van Defensie De Grave, maakt zich schuldig aan het geven van een verkeerde voorstelling van zaken.

Zo stak hij in een recent artikel in de International Herald Tribune weer eens onterecht de loftrompet over de Nederlandse prestaties op defensiegebied. Tot de meest gehoorde onjuistheden behoort de steeds door politici en in perscommentaren herhaalde bewering dat Nederland vooroploopt bij vredesoperaties en daar meer dan proportioneel aan bijdraagt. Daaraan gekoppeld eist de Tweede Kamer meer invloed op de internationale besluitvorming.

Wat zijn de feiten? Op dit moment lopen er 15 grotere en kleinere VN- vredesoperaties. Totaal zijn daar ruim 35.000 mensen bij betrokken. Behoudens operaties waar Nederland alleen met enkele waarnemers aanwezig is, neemt het land aan drie kleine operaties deel met totaal circa 175 militairen, 0,5% van het geheel. Daarnaast zijn er de twee grote NAVO- operaties in Bosnië en in Kosovo, SFOR respectievelijk KFOR, samen ongeveer 75.000 militairen. Nu de herschikking voltooid is, is Nederland uit Kosovo weg en alleen nog in Bosnië aanwezig met 1.300 tot 1.500 militairen, 1,9% van het geheel. Weinig redenen voor de bewering dat Nederland zo vooroploopt bij vredesoperaties. De Nederlandse F-16-vliegers en het ondersteunende personeel hebben vorig jaar een knap staaltje van deskundigheid geleverd in Kosovo en verdienen alle respect, maar daar kan Nederland zich niet aan blijven optrekken. Zeker bij de Amerikanen moet je daar niet steeds mee aankomen. Er zijn nu nieuwe problemen, hoe reageert Nederland daarop - dat is nu interessant.

In Bosnië moet de NAVO nog zeker een kwart eeuw blijven. In Kosovo heerst chaos en de hele NAVO-oorlog dreigt voor niets te zijn geweest. Als de NAVO daar niet zeer sterk aanwezig blijft, dreigen haar militairen er uit te worden gegooid. In Montenegro dreigt een burgeroorlog. En de Joegoslavische leider Milosevic is sterker dan hij de laatste jaren was. Dan blijven de problemen in Albanië en Macedonië nog buiten beschouwing. Zal de NAVO in dit alles het onderspit delven? Dan dreigt er oorlog in Europa.

Nederland heeft zijn eenheden uit Kosovo teruggetrokken en de NAVO zoekt tevergeefs naar landen die op adequate wijze voor vervanging willen zorgen.

Op politiegebied speelt Nederland daar een ronduit beschamende rol. De internationale politiemacht voor Kosovo kwam langzaam op sterkte. De benodigde zesduizend politiemensen kwamen er in de verste verte niet. Na de ongeregeldheden in Noord-Kosovo, begin dit jaar, schrok men en werden er 4.700 mensen toegezegd. Daarvan zijn er nu 3.300 aan het werk, het gros weer Amerikanen. Hoeveel mensen levert Nederland? Een!

Dat zijn zaken die internationaal, met name in de Verenigde Staten, niet onopgemerkt zijn gebleven. Wel meebombarderen, chaos achterlaten en je handen er verder vanaf trekken, dat wringt.

Het terugtrekken van Nederlandse eenheden uit Kosovo is een gevolg van het gebrek aan troepen. De afwezigheid van Nederland bij de internationale politiemacht is gebrek aan politieke en bestuurlijke moed. De minister heeft zich afhankelijk gemaakt van de machtige marechausseevereniging.

Elke nieuwe taak voor Nederland moet getoetst worden op doeltreffendheid en risico's. Sierra Leone en UNIFIL kunnen die toets niet doorstaan. Maar een taak op de Balkan, bovendien zo dicht bij huis, is boven alle twijfel verheven. Daarvoor ontbreken echter voldoende troepen.

Het belangrijkste probleem van de krijgsmacht is dat deze nog onvoldoende is toegesneden op de nieuwe veiligheidssituatie. Van alle kritische factoren is het personeel het belangrijkst. Er is bijvoorbeeld een groep van vijfduizend militairen die niet in de huidige structuur passen, en dat kost handen vol geld. Hoe jammer het ook voor betrokkenen is, ze moeten de organisatie verlaten. Daarvoor moet een royale oplossing worden gevonden, dat ben je als werkgever verplicht, maar de zaak laten uitsterven tot de laatste met pensioen gaat is geen oplossing. De minister moet zo'n probleem oplossen.

Een even grote zorg is de stagnerende werving. Er is voor al deze zaken behalve inventiviteit, vooral ook veel geld nodig.

Wat naïef zegt de minister keer op keer dat hij wel vijftig miljoen gulden extra heeft voor het personeel. Dat is 660 gulden per werknemer of 0,6% van de totale personeelskosten van defensie. Niet iets voor baanbrekende initiatieven lijkt mij.

Internationaal weet men maar al te goed dat Nederland met zijn defensiebudget, uitgedrukt in percentage van het bruto nationaal product, tot de hekkensluiters van de NAVO behoort. Minister De Grave is al halverwege de rit. De echte structurele problemen van de krijgsmacht moeten echter nog worden opgelost. Dat geldt zowel voor de krijgsmacht zelf, als voor wat betreft de Nederlandse rol bij het beheersen van de gevaren die ons in en rondom Europa bedreigen. Veel reden voor optimisme is er niet.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.

NRC Webpagina's
11 juli 2000

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad