O P I N I E
|
NIEUWSSELECTIE
|
H O O F D A R T I K E L :
Uniek Internet
DE UITKOMST van deze juridische discussie is van doorslaggevend belang voor de vrijheid van Internet. Het antwoord van het Amerikaanse Hooggerechtshof komt er op neer dat Internet zich onttrekt aan de vertrouwde analogieën. Het is werkelijk een nieuw medium: ,,a law unto itself'', zoals het Hof het al eens eerder had uitgedrukt. Bij de beoordeling van Internet dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat het een hogere gebruiksintensiteit heeft ontwikkeld dan enig ander massamedium tot nu toe. Iedereen die beschikt over een computer, een modem en een telefoonlijn, kan surfen op Internet. Vorig jaar nam het Amerikaanse Congres de Communication Decency Act aan in reactie op klachten van ouders over het gemak waarmee kinderen op Internet onder meer pornografie kunnen oproepen. Deze wet verbood in brede termen minderjarigen toegang te verschaffen tot ,,onbetamelijk'' materiaal. In zijn uitspraak vond het Hooggerechtshof deze omschrijving veel te vaag. Het verbod heet slechts kinderen te beschermen, maar valt niet te realiseren zonder ook de toegang van volwassenen te blokkeren tot materiaal dat serieuze opvoedende of artistieke waarde kan hebben. Zelfs de catalogus van de Library of Congress loopt gevaar. Het komt er op neer ,,dat men een huis in brand steekt om een varken te roosteren'', zei een van de raadsheren. Brede controle verdraagt zich niet met het ,,unieke'' karakter van het Internet. Dit betekent niet dat de elektronische snelweg is gevrijwaard van iedere regulering. Het Hof wijst met nadruk op minder ingrijpende alternatieven, met name software die ouders helpt bepaalde gebieden van Internet voor hun kinderen af te schermen. Bovendien blijft iedere deelnemer aan Internet aansprakelijk voor het strafrecht indien hij kan worden betrapt. De eerste cybercops zijn al in actie gekomen om onverlaten op te sporen. IN EUROPA wordt vooral belang gehecht aan zelfregulering door de toegangverschaffers. Zo heeft de branche van de providers in Nederland al zelf een meldpunt kinderporno ingericht. Daardoor schuift men het lastige vraagstuk van de Internet-aansprakelijkheid overigens alleen maar op. Volgens de Grondwet wordt de vrijheid van meningsuiting slechts beperkt door ,,een ieders verantwoordelijkheid voor de wet''. Het is niet zonder bedenkingen deze wettelijke verantwoordelijkheid in feite uit te besteden aan particuliere dienstenaanbieders. Lees ook In stilte groeien de wetten (NRC Handelsblad, 1 juli 1997)
|
NRC Webpagina's
1 JULI 1997
|
Bovenkant pagina |