NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier Vredesmissie Ethiopië en Eritrea

Nieuws

Geschiedenis conflict

Nederlandse defensiepolitiek

Nederlands bataljon

Ethiopië en Eritrea

Documenten

Links

CDA klem na robuust nee tegen Eritrea

Door onze redacteuren GIJSBERT VAN ES en KEES VAN DER MALEN
DEN HAAG, 21 OKT. Het CDA keerde zich ongewoon scherp tegen deelname van Nederlandse militaire aan de VN-vredesmissie in Eritrea. Heeft het CDA hiermee niet zijn hand overspeeld?

Het was nee en het bleef nee. De CDA-fractie in de Tweede Kamer is tegen de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Eritrea. Fractieleider De Hoop Scheffer en buitenland-woordvoerder Verhagen hebben de afgelopen weken herhaalde malen verzucht dat het kabinet zich weinig toeschietelijk heeft getoond om de steun van de CDA-fractie te verwerven. Omgekeerd zijn de coalitiepartijen teleurgesteld over de wijze waarop het CDA in deze kwestie heeft geopereerd.

CDA-leider De Hoop Scheffer heeft kort na prinsjesdag, in de marge van de algemene politieke beschouwingen, informeel aan premier Kok gemeld dat zijn fractie grote moeite heeft met het uitzenden van Nederlandse mariniers naar Afrika. Kok heeft daarop geantwoord dat hij beschikbaar was voor een gesprek hierover met de oppositieleider. Dit gesprek à deux is nooit gevoerd. Kok ging de volgende dag op reis, naar oostelijk Duitsland en aansluitend naar Washington. Toen hij een week later, op vrijdag 29 september, in Den Haag terugkeerde, kreeg hij in de Trêveszaal een bericht van een persbureau ANP voorgelegd, waarin werd gemeld dat het CDA tegen de missie was. Een besluit over de VN-operatie moest het kabinet op dat moment nog nemen.

Op zijn wekelijkse persconferentie stak de premier zijn irritatie over de premature afwijzing van het CDA niet onder stoelen of banken. Hij noemde het opvallend dat het CDA ,,zo snel marcheert over dit onderwerp'' en wees er ten overvloede op dat de grootste oppositiefractie ,,geen vetorecht heeft''.

Kabinetten streven als regel naar een zo breed mogelijke steun in de Kamer voor het uitzenden van Nederlandse militairen naar spanningshaarden. Die poging is ook de afgelopen weken ondernomen. Minister De Grave (Defensie) heeft alle fractieleiders in de Kamer gebeld toen het kabinet eenmaal het besluit tot 'gaan' had genomen, op vrijdag 7 oktober. De boodschap was steeds dat De Grave zich beschikbaar hield voor nadere toelichting als de kabinetsbrief over de missie, die de maandag daarop zou verschijnen, vragen zou oproepen.

SP-fractieleider Marijnissen herinnert zich het telefoontje van De Grave als ,,kort en zakelijk''. Marijnissen: ,,De Grave zei: als je onderdelen van de brief onduidelijk vindt, bel me dan voordat je daarover de media te woord staat. Dat kan misverstanden voorkomen.''

De SP-fractie, die zich evenals het CDA en de SGP tegen de missie heeft uitgesproken, heeft van dit aanbod geen gebruikgemaakt. Nader contact is er wel geweest tussen De Grave en leden van de SGP-fractie. Fractieleider Van der Vlies spreekt van een ,,open en respectvol optreden van de zijde van het kabinet, ondanks de verschillen van opvatting die zijn gebleven''.

Informele contacten tussen het CDA en bewindslieden zijn de afgelopen weken steeds uitgebleven. Het CDA houdt zich verre van ,,binnenkamertjes'', klinkt het nu in deze fractie. Fractielid Verhagen zegt alleen afgelopen woensdag, op de dag van het Kamerdebat, even apart met De Grave te hebben gesproken. Verhagen: ,,Hij zei: jammer dat we jullie niet hebben kunnen overtuigen, we moeten nog maar eens praten over de manier waarop dit allemaal is gelopen.''

Verhagen nuanceert het beeld als zouden CDA-fractie en kabinet de afgelopen weken een 'communicatieprobleem' met elkaar hebben gehad. ,,Voor ons zit de pijn vooral in de eerste helft van september'', stelt de CDA'er. ,,Toen had Nederland zijn gewicht in de schaal kunnen leggen, als lid van de Veiligheidsraad en als mogelijk grootste troepenleverancier.

In die fase had het kabinet zich moeten inspannen om een breed draagvlak in de Kamer te verwerven voor deze missie. Dat is toen niet gebeurd. En daarna was het te laat, omdat alles in VN-verband al was vastgelegd.''

De politieke realiteit is intussen dat het CDA zich in een geïsoleerde positie heeft gemanoeuvreerd tegenover de coalitiefracties en tegelijk ook GroenLinks en de ChristenUnie tegenover zich vindt. In het Kamerdebat van deze week koos fractieleider De Hoop Scheffer voor een ongewoon scherpe koers, die slechts door weinigen in de Kamer werd begrepen. De leider van de oppositie was opeens heel zichtbaar, maar met welk resultaat?

Algemeen werd geoordeeld dat het CDA zijn hand overspeelde door te hoge eisen te stellen aan de invloed die Nederlands zou kunnen uitoefenen op de status en het gewicht van de VN-missie. ,,Het CDA wenst een operatie waar niemand om heeft gevraagd, voor een conflict dat niet meer bestaat'', zo constateerde Van Middelkoop (GPV).

Diverse Kamerleden vroegen zich af hoe het CDA zich in de toekomst zal gedragen als verzoeken voor nieuwe VN-missies zich aandienen. Blijft het CDA dan bij zijn 'robuuste' standpunt? En zet de grootste oppositiefractie in de Kamer haar Alleingang voort, of is hier slechts sprake van een tijdelijke aanval van flinkheid.

De Hoop Scheffer bleef hier mistig. Maar hij zal de missie die hij niet wilde, ongetwijfeld met nog meer belangstelling volgen dan degenen die haar wensten. Want ook de CDA-leider weet dat in het isolement niet zijn kracht ligt.

NRC Webpagina's
21 oktober 2000

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad