NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Kosovo Conflict

Nieuws

Achtergrond

Nasleep

Conflict

Vluchtelingen

Etnische zuivering

Internet en Media

Links

Getuigenissen van vluchtelingen

Arm of rijk, we zijn allemaal op de vlucht

BLACE, 31 MAART. Blenim Mita, 44 jaar, heeft getwijfeld of hij Pristina, de hoofdstad van Kosovo waar hij een goed lopende garage had, zou verlaten. Pas toen een Servische buurman bewapend zijn huis binnenkwam en zei dat ze onmiddellijk moesten vertrekken als ze niet gedood wilden worden door de milities van Arkan, wist Mita dat hij geen keuze meer had. Hij verstopte de 20.000 Duitse mark die hij voor de zekerheid thuis bewaarde, in de schoen van zijn 4-jarige zoontje Gem en vertrok met zijn familie in zijn zilverkleurige Audi Quattro.Aan de rand van Pristina stuitte Mita op een eerste wachtpost van Serviërs. Ze eisten 1000 mark. Als Mita al had getwijfeld of hij zou betalen, dan werd hij wel op andere gedachten gebracht door een tafereel dat zich even verderop afspeelde. Een vriend die zijn geld niet tijdig kon vinden werd uit de auto gesleept en in elkaar geslagen, ook de rest van de familie moest uitstappen en kreeg klappen. Daarna werd de auto in beslag genomen en de familie moest zijn reis te voet voortzetten.

Twee keer kwam Mita in Kosovo zelf andere wachtposten tegen en telkens moest hij betalen. Aangekomen bij de Macedonische grens moest de familie negen uur wachten voordat ze het land binnenmochten. Mita was doodsbenauwd dat de Macedoniërs op het laatste moment de grens zouden sluiten en hen terug zouden sturen. Uiteindelijk bracht ook hier een forse betaling aan de Macedonische grenswachten uitkomst.

Mita, die met zijn familie vlak over de grens in het stadje Blace is aangekomen, wil van het resterende geld een appartement huren in de Macedonische hoofdstad Skopje. En elders een nieuw bestaan opbouwen. Terugkeer naar Kosovo acht hij uitgesloten. ,,De Serviërs hebben hun versie van de neutronenbom laten vallen'', zegt zijn vrouw, die in het onderwijs heeft gewerkt. ,,Onze stad, ons bedrijf en ons huis staan er nog, maar de mensen zijn verdwenen.''

Het maakt volgens Mita op dit moment niet uit of men arm of rijk is. ,,We zijn allemaal vluchtelingen.'' (The Guardian)


Door wie wil je worden gedood?

PEc, 31 MAART. Zaterdag, tegen het middaguur stonden de 39-jarige Shaqir Zhushi en elf familieleden, samen met duizenden andere etnische Albanezen, in een lange rij voor een wachtpost van Servische troepen bij een brug in het westen van de stad Pec. Vrijdagnacht hadden ze te horen gekregen dat ze hun huizen onmiddellijk dienden te verlaten en dat ze er niet op hoefden te rekenen ooit nog te kunnen terugkeren.

Bij de wachtpost werd iedereen gefouilleerd. Hun papieren werden grondig bekeken, en geld en juwelen werd hen afgenomen. Achter zich konden de mensen zien hoe veel van hun huizen in brand waren gestoken.

Toen Zhushi bij de wachtpost aankwam moest hij uit de rij naar voren komen. Hij werd eruit gepikt door een man die Jura heette, een Serviër met wie Zhushi zeventien jaar had samengewerkt in een fabriek in Pec. Hij werd meegenomen naar een winkel onder aan de brug, waar hij door Jura en vier anderen - van wie er drie gemaskerd waren - werd geschopt en geslagen. Zhushi werd ervan beschuldigd in Loda gewoond te hebben, een stadje ten zuiden van Pec. Hij realiseerde zich het gevaar van die beschuldiging want Loda gold als een bolwerk van het Kosovo bevrijdingsleger UÇK.

Jura keek hem aan en vroeg: ,,Door wie wil je gedood worden?''. Bijna had Zhushi gezegd: ‘Doe wat je niet laten kunt', maar hij bedacht zich. In plaats daarvan zei hij tegen Jura: ,,Mijn broer heeft gezien dat jij me uit de rij haalde en hij kent je ook. Ik ben niet degene die jullie zoeken.'' Kennelijk schrok Jura van het feit dat er getuigen waren van wat hij hier uitvoerde. Hij vroeg Zhushi waar zijn broer gebleven was. Maar die was intussen al langvertrokken. Daarop werd Zhushi vrijgelaten.

Zhushi wist een dag later Montenegro te bereiken. Hij heeft geen idee waar zijn twee broers, zijn beide zussen, zijn moeder, zijn tante en zijn drie kinderen gebleven zijn. Hij kan slechts hopen dat ze Montenegro bereikt hebben en dat hij ze daar zal terugvinden. (Washington Post)


Bang voor wraak

MORINI, 31 MAART. In de stad Prizren wordt de Albanese bevolking volgens Cegu Sokoli niet systematisch verjaagd. Sokoli, zelf inmiddels met haar man veilig in Albanië aangekomen, vertelt dat de Serviërs dit weekeinde met lijsten kwamen waarop de namen stonden van families die weg moesten. Maar volgens haar proberen ook de andere Albanezen de stad te ontvluchten, omdat ze inmiddels doodsbenauwd zijn. Albanese vrienden, die Sokoli en haar man met de auto naar de grens zouden brengen, zagen daar van af uit vrees voor wraak.

Sokoli zag bij haar vertrek hoe Servische milities de straat in beslag namen, winkels plunderden en huizen vernielden. Ze waren, behalve met vuurwapens, bewapend met zware messen en handgranaten. Sokoli vreest dat dit het moment is waarop oude vetes worden uitgevochten. Serviërs die ruzie hebben met Albanese families zien hun kans schoon.

Sokoli heeft gezien hoe de Serviërs Albanese vrachtwagens in beslag nemen en ze volladen met wapens. De vrachtwagens worden in bevolkte Albanese wijken neergezet, waar ze veilig zijn voor bombardementen van de NAVO. ,,Ik heb tanks zien staan in busstations, in een ziekenhuis en bij een begraafplaats'' vertelt Sokoli, die eraan toevoegd dat ook het gerucht gaat dat tanks dwars door muren van Albanese huizen worden gereden om ze in veiligheid te brengen. (The Independent)


Waar zijn de kinderen?

ROZAJE, 31 MAART. Sherine H. is in de chaos in Pec, waar ze vandaan is gekomen, twee van haar drie kinderen en haar man kwijtgeraakt. Nu, in Rozaje in Montenegro, kijkt ze samen met haar oudste dochter iedere keer als er nieuwe vluchtelingen aankomen of er bekende gezichten tussen zitten.

Op zaterdagavond waren Servische politiemensen en leden van een militie schreeuwend, vloekend en schietend het huis binnengekomen. Het ene na het andere huis werd zo ontruimd. Iedereen werd de straat op gestuurd, waar anderen een corridor hadden gevormd om te voorkomen dat iemand kon ontsnappen.

In de chaos op straat, waar ook werd geschreeuwd en geschoten, verloor Sherine haar twaalfjarige zoon en haar achtjarige dochter uit het zicht. Ook haar man heeft ze sindsdien niet meer gezien. Sherine herinnert zich alleen nog maar vaag hoe ze uiteindelijk in Rozaje is aangekomen. Ze weet alleen nog dat ze vrijwel de hele zondag heeft gelopen, met haar dochter aan de hand. Aan het begin van de avond bereikte ze Rozaje, waar ze de nacht kon doorbrengen bij vrienden van de familie.

De maandag heeft Sherine op het stampvolle marktplein in Rozaje gewacht tot ze als vluchteling geregistreerd zou worden. Met de aankomst van een nieuwe vrachtwagen met vluchtelingen gloort even de hoop dat haar kinderen erbij zitten. (Frankfurter Allgemeine Zeitung)

NRC Webpagina's
31 MAART 1999

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad