U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   V O O R P A G I N A
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

S c h a k e l s
VN

Congo Presse Service

Congo 2000

Congo Links


Ervaringen uit het verleden bieden weinig hoop voor Verenigde Naties in Congo

VN sturen 5.500 man naar Congo

Door een onzer redacteuren
ROTTERDAM, 25 FEBR. De Verenigde Naties sturen een vredesmissie van 5.537 man naar de Democratische Republiek Congo, een centraal-Afrikaans land dat even groot is als West- Europa. De Veiligheidsraad in New York heeft dat gisteravond besloten.

Belangrijkste taak van de missie is toezien op naleving van het vredesakkoord dat vorige zomer werd gesloten en woensdag in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka door de meeste strijdende partijen is bevestigd. Het akkoord moet een einde maken aan "de eerste wereldoorlog op Afrikaanse bodem", zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, de strijd noemde. Zes landen, drie rebellenorganisaties en zeker twaalf milities zijn direct bij het conflict betrokken. Van de uitvoering van het bestand kwam tot nu toe weinig terecht. Congo is feitelijk in vieren gedeeld.

Het hart van de VN-missie wordt gevormd door 500 militaire waarnemers die contact onderhouden met de strijdende partijen en toezien op het staakt-het-vuren. Zij werken nauw samen met de Joint Militairy Commission (JMC). Dit is een samenwerkingsverband van de strijdende partijen dat voor de militaire uitvoering van het akkoord verantwoordelijk is.

De VN-waarnemers worden beschermd door vier versterkte infanteriebataljons, samen 3.400 man, die op vier plaatsen in Congo worden gestationeerd.

De VN-troepen mogen geweld gebruiken om zichzelf te beschermen en als burgers worden bedreigd. Maar ze mogen niet tussenbeide komen in het conflict.

VN beginnen aan delicate missie


Opnieuw wagen de Verenigde Naties zich met een delicate vredesoperatie in Afrika.

Door onze redacteur DICK WITTENBERG

ROTTERDAM, 25 FEBR. Niet meer dan twee dagen hadden de Verenigde Naties veertig jaar geleden nodig om tot een vredesoperatie in Congo te besluiten nadat de regering van de zojuist onafhankelijk geworden republiek om ingrijpen vroeg. En niet meer dan twee dagen na dat besluit landden al de eerste troepen in de hoofdstad Kinshasa. Die snelheid en daadkracht staan in scherp contrast met de reactie van de VN op het Akkoord van Lusaka dat vorige zomer een eind moest maken aan de burgeroorlog in Congo. Een akkoord dat op 7 juli 1999 werd getekend door de zes landen die bij het conflict zijn betrokken en eind augustus door de rebellenorganisaties werd bekrachtigd. Dat akkoord voorzag in het sturen van een VN-vredesmacht.

Het duurde uiteindelijk tot eind november voor de Veiligheidsraad besloot om maximaal negentig verbindingsofficieren te sturen. Zij moesten de veiligheidssituatie in kaart brengen en de contacten met de strijdende partijen onderhouden. Daarna gingen er nog eens bijna drie maanden overheen voordat de Veiligheidsraad gisteren besloot tot het sturen van een waarnemersmissie. En het zal nog eens zeker drie maanden duren voordat die missie op volle kracht aan haar opdracht begint.

Veertig jaar geleden hadden de VN het makkelijker. Het was in de bloeitijd van de Koude Oorlog. De Verenigde Staten hechtten er groot belang aan om de oprukkende invloed van Moskou te keren. De situatie in Congo was ook veel overzichtelijker dan nu. Het internationaal draagvlak voor een missie was groter. De VN hadden nog geen leergeld betaald. Sinds de mislukte vredesoperaties in Somalië (1993) en Rwanda (1994) is de animo om weer in te grijpen in Afrika minimaal. Dat geldt nog het sterkst voor de VS.

De waarnemersmissie waartoe de Veiligheidsraad gisteren besloot, is dan ook het resultaat van een compromis. De zes landen die rechtstreeks bij de oorlog zijn betrokken, vroegen woensdag nog om een veel grotere troepenmacht, die veel sneller in actie zou komen, en zou beschikken over een veel groter mandaat. Een verzoek dat door veel andere Afrikaanse landen werd gesteund.

Maar toen secretaris-generaal Kofi Annan van de VN in januari met zijn plan kwam om 5.537 militairen te sturen, wist hij dat er meer niet in zat. De Amerikanen beschouwden dat aantal als een absoluut maximum. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Richard Holbrooke, moest nog moeite genoeg doen om het Congres en de publieke opinie in de VS te overtuigen van de noodzaak van die missie. Zonder ingrijpen van de VN "is een politieke en humanitaire ramp in Centraal-Afrika hoogstwaarschijnlijk, in feite vrijwel zeker", zei hij vorige week nog tegen leden van de invloedrijke Congrescommissie voor Internationale Betrekkingen. Hij waarschuwde dat de politieke stabiliteit van heel de regio op het spel staat. Hij zei ook dat de operatie in geen geval mislukken mag.

Volgens veel Afrikaanse landen is de missie juist gedoemd tot mislukking omdat de opzet te bescheiden is. Ook sommige leden van de Veiligheidsraad, met Frankrijk voorop, hadden een grotere missie gewild. Maar de Amerikaanse opstelling dwong de Veiligheidsraad om voor het maximaal haalbare te kiezen. De praktijk moet uitwijzen of middelen en mandaat van de missie met elkaar in overeenstemming zijn, en of de VN zich niet opnieuw vertillen, zoals in het verleden vaker is gebeurd.

NRC Webpagina's
25 FEBRUARI 2000


( a d v e r t e n t i e s )

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)