U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

Den Haag

Super-PG Joan de Wijkerslooth de Weerdesteijn over de rol van het openbaar

'Liever goede juristen dan crime fighters'

Marcel Haenen
Geen gedoe, geen bananenschillen meer op de trap van de minister van Justitie. Dat is de inzet van de publiciteitsschuwe nieuwe baas van het openbaar ministerie, jonkheer mr. Joan de Wijkerslooth de Weerdesteijn. 'Nederland heeft helemaal niet van die grote misdadigers.' Een pleidooi voor de korte klap, een drugsvrij voetbalkampioen- schap en lekvrije magistraten.

Gele sokken. ,,Prachtige, lichtgele sokken.'' Beter kan hij het eigenlijk niet illustreren. Ze waren een geschenk van zijn toenmalige vriendin en huidige echtgenote. ,,Ik was er heel trots op. En toen ik ermee thuis kwam, vroeg mijn vader: zijn dat nou geitenharensokken?''

Joan de Wijkerslooth was halverwege de jaren zestig als lid van het Leidse studentencorps Minerva een vreemde eend in de bijt, een rare corpsbal. Hij had geen lang haar of zo, droeg zelfs altijd een das, maar toch. Hij gold als links.

,,Ik had bezwaren tegen het draaien van pornofilms op Minerva en ik was geen voorstander van gokken op de sociëteit. Ik deed ook allerlei dingen op universitair vlak en de meeste corpsleden vonden dat milieu een andere wereld. Ik bemoeide me met onderwijsvernieuwing. En ik had werkelijke bezwaren tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. Dat soort dingen. Ik was eigenlijk een soort dominee'', constateert De Wijkerslooth.

De vraag was of het geen verontrustende wetenschap is dat de twee mannen die het justitiële apparaat leiden - minister van Justitie Benk Korthals en de nieuwe baas van het openbaar ministerie - allebei, ook nog in dezelfde periode, corpsleden waren in Leiden.

,,Neen, want dat waren twee totaal verschillende mensen. Bovendien was het corpsmilieu in de jaren zestig heel anders dan nu. Een substantieel deel van de rechtenstudenten was nu eenmaal lid van het corps. Dat hoorde erbij. Dat was niet gek.

,,En het was er minder verwilderd dan nu. Het was ietsjes intellectueler, absoluut. In die tijd was het geen schande als je Sartre had gelezen, of Camus, of dat je je verdiepte in de existentialisten. Of je bezighield met filosofie. Ik weet niet helemaal zeker of dat bij het corps nu nog zo is.''

De Wijkerslooth, tot vorige maand voorzitter van het reünistenfonds van Minerva, wijst er bovendien op dat na een aantal incidenten in de groentijd er in zijn studentenperiode ,,een nieuwe tijd'' aanbrak. ,,Iedereen realiseerde zich bijvoorbeeld dat je in de groentijd niet mocht slaan. En heel langzaam maar zeker kwam er een beweging op gang die zei: het kan ook niet de bedoeling zijn om meisjes te weren.''

Natuurlijk is het juridische establishment voor een belangrijk deel geworteld in het corps, maar het is vooral ook een Leids milieu. Dat kan heus geen kwaad, vindt De Wijkerslooth. ,,Neem bijvoorbeeld de goede Jan van Dijk [justitieel topambtenaar, MH]. Hij was praeses van mijn jaar. Nou, die kun je er toch ook niet van beschuldigen een vat vol primitieve vooroordelen te zijn. En aan de andere kant was het beeld van de Leidse juridische faculteit ook dat van hoogleraar burgerlijk recht Huib Drion. Van hem is de beroemde uitspraak dat corpsleden net doorgegroeide kikkervisjes waren. Monsterachtige gedrochtjes omdat ze nooit de transformatie tot kikker hadden kunnen doorstaan. En daar was ik het voor een deel wel mee eens.''

Muisstil

Geen overheidsinstelling mocht zich in de jaren negentig zo verheugen in de belangstelling als het openbaar ministerie. Incidenten in de strafrechtspleging, vileine interne ruzies en zelfs 'muiterij' tegen de minister, het werd allemaal breed uitgemeten. En zelden in gunstige zin.

Na een twaalfjarige loopbaan als landsadvocaat werd De Wijkerslooth dit jaar voorzitter van het college van procureurs-generaal. Negen maanden zit hij er nu, en het is meteen stil geworden. Muisstil.

Geen geringe trendbreuk met de periode onder zijn alomtegenwoordige voorganger, de door minister Sorgdrager weggestuurde Docters van Leeuwen. Afgezien van twee vraaggesprekken aan justitiële huisorganen heeft de nieuwe procureur-generaal de publiciteit volledig gemeden. Het is geen toeval. Stilte, hier wordt gewerkt, is zijn motto.

,,Ik hou er niet van mij via de pers te profileren. Ik heb geen behoefte aan interviews. Je moet je rol vervullen als lid van een college van vijf. En je moet jezelf niet profileren als een soort tegenpool van de minister. De kans dat dit gebeurt is namelijk groot.

,,Ik wantrouw oneliners. Die genieten in onze samenleving een hoge populariteit omdat het gelijk nieuws is. De zaken waarmee het openbaar ministerie wordt geconfronteerd laten zich meestal niet samenvatten in kreten. Nieuws is een vorm van samenballing, per definitie een uitvergroting van de werkelijkheid waarvan jij als jurist weet dat het een stuk genuanceerder ligt.''

Dat is wel een heel ouderwetse opvatting.

,,Als u zegt dat ik ouderwets ben, ga ik onmiddellijk recht overeind zitten. Ik ben graag een ouderwetse professional als dat betekent dat ik me genuanceerd opstel. De belangstelling voor het OM bestaat toch vaak uit een verlangen naar politieke uitspraken. In dat verband heb ik rekening te houden met het feit dat het de minister is die politieke uitspraken moet doen.''

Is dat uw eigen inzicht of een opdracht van minister Korthals?

,,Neen, integendeel. Als het aan de minister zou liggen, zou ik iets geprofileerder mogen opereren. Ik ben bijvoorbeeld buitengewoon terughoudend om met Kamerleden te praten. De minister heeft tegen dergelijke contacten geen bezwaren zolang hij er maar van tevoren van weet. Maar ik zoek geen contacten met de politiek. Daar ben ik niet voor.''

Het openbaar ministerie is nu wel erg rustig.

,,Daar werk ik ook hard aan. Als u mij vraagt 'wat is nu uw inzet' dan zeg ik: geen gedoe. Daar steek ik veel van mijn tijd in. Ik ga achter allerlei individuele dingen aan. En vraag van tijd tot tijd: moet dat zo? Dat is op managementniveau eigenlijk onverstandig, maar ik grijp wel in bij individuele zaken zolang het nodig is.

,,De minister heeft laatst in Het Parool gezegd bang te zijn voor bananenschillen. Welnu, ik ben er ook voor om te zorgen dat er zo min mogelijk bananenschillen komen op de trap van de minister. Het OM is de laatste jaren veel te vaak betrokken geweest bij bananenschillen die uit het eigen apparaat naar boven kwamen.''

Is dat waar de toenmalige minister Sorgdrager zich over beklaagde: het lijntjes spannen door ambtenaren?

,,Neen dat was iets anders. Dat ging over bewust, bijna malicieus handelen. Die bananenschillen waar ik op doel, moet je gewoon goed opruimen. Die liggen er niet zelden uit domheid.''

Riep u daarom deze zomer uw medewerkers schriftelijk op te stoppen met het lekken van informatie?

,,Ja, want er waren te veel individuutjes die met de pers praatten. Vaak te goeder trouw. Dan wilde men bepaalde misverstanden uit de wereld helpen. Maar ik wil niet dat individuele officieren ongestructureerd met de pers praten. Ik heb al een paar keer laten blijken dat ik dat echt vreselijk vind. Ik ben geen voorstander van toevallige perscontacten, achtergrondgesprekken of kletsen op recepties. Doe dat niet.

,,Het helpt ook als ik niet lek. Voorbeeldgedrag is een van de consignes in een organisatie. Het langste contact met een journalist aan de telefoon duurt dertig seconden. Dat is de tijd die nodig is om de verbinding vriendelijk te verbreken.

,,Mensen voelden zich binnen het openbaar ministerie kennelijk onveilig. Ik moest zorgen dat vetes binnen het OM verdwenen. Er was kinnesinne, men stond elkaar naar het leven. En het was natuurlijk heel griezelig dat de journalistiek werd gebruikt om het pistool op elkaar te richten omdat je kennelijk een oorlogje hebt met een ander. Dus praat ik met mensen en kijk of kwesties op een fatsoenlijke manier zijn op te lossen. Meestal berusten oorlogen op misverstanden.''

Toch hebt u de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking, die in de pers periodiek pleit voor weer een reorganisatie van het OM, de nieuwe, discrete koers kennelijk nog niet kunnen uitleggen?

,,Er zijn oude vossen die je hun streken nauwelijks meer afleert. Ik vind het echt heel vervelend. Ik heb met Vrakking ook besproken dat hij zich dit niet meer kan permitteren. Ik heb een beroep gedaan op zijn wijsheid en hoop dat het afneemt. Maar ja, als je last hebt van een kraan dan probeer je hem dicht te draaien, maar hij zal altijd nog wel wat nadruppen. Dat past ook in de Amsterdamse context. En Hans Vrakking heeft bij het openbaar ministerie ook niet het eeuwige leven. De reorganisatie van zijn parket, waarvoor hij is gevraagd te blijven, duurt nog een maand of zes.''

Voor iemand die zich onder andere de opvolger weet van functionarissen als Johan van Oldenbarnevelt (advocaat van den lande) of Arthur Docters van Leeuwen (super-PG) heeft de 53-jarige jonkheer mr. Joan de Wijkerslooth de Weerdesteijn een teleurstellend kleine kamer. Niet groter dan twintig vierkante meter.

Het uitzicht maakt veel goed. Uit zijn raam ziet hij hoe de auto's zich onder hem door, via de Utrechtse baan, Den Haag binnenvechten. En tegenover hem, aan de wand, hangen zeven zelf aangeschafte litho's waaronder een van de Russische kunstenaar Marc Chagall.

De hoofdaanklager is een kunstliefhebber. Voor de millenniumwisseling kregen alle medewerkers van het OM de afgelopen week een prachtig vormgegeven bloemlezing uit de Nederlandse poëzie met als thema recht en rechtspraak. Alleen het verdriet is waar, is de door hemzelf bedachte titel. De gedichten, aldus De Wijkerslooth in het voorwoord, ,,vormen samen een warm pleidooi voor het menselijk element in de rechtspleging.''

Enige accentverschuivingen in het werk zal justitie onder zijn bewind moeten doorvoeren. Terwijl hemelsbreed op nog geen honderd meter afstand twee van zijn advocaten-generaal bezig zijn met de historisch lang slepende drugszaak tegen cocaïneverdachte Bouterse, pleit De Wijkerslooth juist op dit terrein voor een bijstelling.

,,De uitzonderlijk hoge prioriteit die wordt gegeven aan de bestrijding van drugscriminaliteit vind ik niet meer zo vreselijk wenselijk. Er zijn ook andere, belangrijke criminaliteitsvelden die dringend aandacht behoeven. En die liggen op het financiële vlak: fraudetrajecten, grote financiële narigheid.

,,Ook Internet baart zorgen. En dan doel ik niet alleen op kinderporno. Het is op het ogenblik al zo dat je medicijnen die in Nederland alleen maar op recept verkrijgbaar zijn, zo via Internet kan bestellen. De vraag is: op welk moment kunnen we nog meer via Internet bestellen? Daar moeten we naar kijken. En Internetpagina's moeten herkenbaar blijven, terug te koppelen zijn naar personen. Ik ben erg voor vrijheid van meningsuiting, maar enige grenzen zijn nodig. Er staat rare fascistische praat op Internet.''

De Wijkerslooth wil ook definitief af van de opvatting dat justitie alle nadruk moet leggen op de aanpak van de top van de zware criminaliteit. ,,Dat beeld dat we de criminaliteit pas goed kunnen onderdrukken door alle criminele bonzen op te sluiten, is onzin. En het gekke is: Nederland heeft helemaal niet van die grote misdadigers. Dat hebben we onszelf wijsgemaakt. Het is een overschatting van de Nederlandse criminaliteit. Er bestaat hier geen Al Capone. Als mensen dat roepen dan denk ik, ach jongens toch. Nederland blijft Nederland, ook op dat vlak. We hebben alleen enige tricky handelaren in Nederland zitten.''

Korte klap

De Wijkerslooth is meer een voorstander van 'de korte klap'. Niet langer jarenlang met allerlei gewaagde opsporingsmethodes achter bepaalde vermeende grote gangsters aan. ,,Criminele netwerken kun je genoegzaam ontregelen zonder rare dingen uit te halen. Er zullen altijd wel een paar boeven de dans ontspringen, dat zal zeker zo zijn, maar dat is beter dan je te sterk te concentreren op de misdaadtop. Want dan zou het uiteindelijke resultaat wel eens kunnen zijn dat je dan minder criminaliteit opruimt dan wanneer je gewoon systematisch te werk gaat. Dan ontregel je de top vanzelf.''

Het drugsgebruik baart De Wijkerslooth overigens wel zorgen. Met name de uitkomsten van recent onderzoek naar de Rotterdamse voetbalrellen, die zich dit voorjaar afspeelden na het kampioenschap van Feyenoord, hebben de top van het openbaar ministerie aan de vooravond van het Europese voetbalkampioenschap in Nederland aan het denken gezet.

,,In Rotterdam bleek dat veel van die supporters die voor de Unfug [straatschenderij, MH] zorgen, stijf staan van de alcohol en de drugs. Op het moment dat de rellen bezig zijn, haal je die mensen er niet meer tussenuit. Ze zijn ongevoelig voor welke controle dan ook. De normale, dierbare burger denkt toch als hij met een wapenstok wordt benaderd: oh, jee wat gebeurt me nu. Maar als je je stevig hebt opgelierd, helpt helemaal niets meer.

,,Daarom moeten er maatregelen worden genomen om dit te voorkomen. Nu weten we zeker dat de combinatie van alcohol, een joint van goede Nederlandse kwaliteit en nog wat XTC-pillen ervoor zorgt dat het absoluut misgaat. Daar moet je tegen optreden.

,,Het is goeddeels een verantwoordelijkheid van de burgemeester, maar ik zou er vóór zijn dat serieus wordt bekeken of de coffeeshops in voetbalsteden tijdens het EK niet dicht kunnen. Tijdens het toernooi moet de verkrijgbaarheid van alcohol, hasj en pillen sterk worden beperkt. Anders vrees ik volstrekt onbeheersbare gewelddadigheid.''

Cultuurproblemen

Er is een onderwerp dat De Wijkerslooth al veel jaren bezighoudt. In het enige vraaggesprek dat hij als landsadvocaat gaf - in 1987 - waarschuwde hij voor de negatieve consequenties van de multiculturele samenleving. De botsing van culturen. Eerder dit jaar riep hij, in het huisorgaan Opportuun, op na te denken over, zoals hij het noemde, de allochtonenproblematiek.

,,De schietpartij die zich vorige week op een school in Veghel afspeelde, heeft godzijdank niets te maken met de problemen die zich op wapengebied in de Verenigde Staten voordoen. Jongeren die ineens beginnen te schieten. Veghel heeft een achtergrond in onze multiculturele samenleving.

,,Je kunt je afvragen of justitie wel genoeg aandacht heeft voor dit soort fenomenen. Wat gaat er om bij mensen die geacht worden zich aan de Nederlandse samenleving aan te passen en van wie je dan ziet dat ze leven met een cultuurbeeld dat niet echt het onze is?

,,Wat doen we met al die Antilliaanse jongeren die ineens komen? We moeten zorgen dat we meer zicht krijgen op deze onderwerpen. Zodat we er iets aan kunnen doen. Dat hoeft niet steeds met alleen keiharde repressie.

,,Er is te lang een taboe geweest om over dit soort kwesties te praten. We hebben heel lang gedaan alsof alles wat er binnenkwam heel goeiige mensen waren. Dat zijn het voor een heel groot deel ook. Maar laten we het niet generaliseren, want het geldt niet voor allemaal. Los van de cultuurproblemen importeren we in Nederland criminaliteit. Daarom moeten we, bijvoorbeeld door internationale samenwerking, veel meer moeite doen om te achterhalen wie er allemaal binnenkomen. De overheid moet op dit gebied slimmer en handiger optreden.''

De top van het OM is de laatste twee jaar nadrukkelijk van samenstelling veranderd. De oude mannen van stavast zoals Van Randwijck, Docters en Gonsalves zijn als PG vervangen door redelijk anonieme magistraten als Blok, Van Daalen en Hulsenbek. Is het college nu niet een al te braaf gezelschap?

,,Misschien is dat voor de rust van het openbaar ministerie wel zo goed. Ik denk ook niet dat het zulke brave Hendriken zijn. Ze hebben alleen meer talent om zich in de richting van de buitenwereld wat rustiger te profileren. En daar ben ik een voorstander van. Als u zegt wat streef je na, dan zeg ik: wat intellectualiteit, wat evenwicht, goede juristen in plaats van crime fighters.''

De juristen van het openbaar ministerie kunnen trouwens nog wel wat bijscholing gebruiken, is De Wijkerslooth opgevallen. Nu de reorganisatie van het OM is voltooid, wordt het volgens hem zaak de professionaliteit van de medewerkers te verhogen. Hij pleit voor onafhankelijke visitaties van officieren van justitie en het bevorderen van specialismen.

Ook moet er een eind komen aan de volgens hem soms bedroevende presentatie van officieren van justitie in de rechtszaal. ,,We moeten mensen leren hoe ze een verhaal goed opbouwen en hoe ze zich optimaal presenteren. Film ze en toon dan dat iemand 34 zinnen niet afmaakt. Op grote advocatenkantoren wordt daar ook aandacht aan besteed, daar wordt iemand ook bijgespijkerd.''

Maar laat duidelijk zijn dat officieren van justitie bij het openbaar ministerie 'groots en meeslepend' leven. ,,We zijn met iets maatschappelijk relevants bezig en er gebeuren spannende dingen.''

Het schuift een stuk minder dan het jet-setmilieu van de grote advocatenkantoren of het internationale bedrijfsleven. Maar wie maalt daar nou om. Een corpslid met lichtgele sokken in ieder geval niet. De Wijkerslooth praat er openhartig over. Als landsadvocaat en lid van de maatschap van het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn verdiende hij twee keer zo veel als de tweeëneenhalve ton die het voorzitterschap van het college van PG's hem oplevert. Toch wisselde hij met plezier van baan.

,,Het is niet alleen geld dat telt. Het is leuk om iets anders te doen. Ik ben toch niet in een armeluispositie terechtgekomen. Ik kan alles doen wat ik graag wil.''

NRC Webpagina's
18 DECEMBER 1999

Archief
Zaterdags Bijvoegsel


( a d v e r t e n t i e s )

Bovenkant pagina


NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) DECEMBER 1999