U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   Z A T E R D A G S   B I J V O E G S E L
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

De hele krant op NRC's Webeditie voor het buitenland
(open tot 20 juli)

De beste mensen in de City of London

Geld is niet het issue


Geld lenen is saai. Investment banking is leuk! De bankiers van de 21ste eeuw leven in Londen en werken (vooral) bij Amerikaanse banken. Dit zijn de mannen die beslissen of drie miljard gulden van de kapitaalmarkt naar Ahold gaan of naar een ander. Een portret van happy people en huurlingen. Met de bonus als ethisch principe.

Op de werkvloer. Foto Richard Baker/Transworld

Jannetje Koelewijn

Loop tussen de middag met een zakenbankier naar een van de restaurants achter de Bank of England en je weet: doe in de City stevige schoenen aan, want een zakenbankier in de City rent. Let op wat de vrouwen hier dragen: geen hoge hakken, maar plateauzolen - onder wijduitlopende broeken en getailleerde jasjes. Ladylike en toch genoeg zakken voor één, twee, drie mobiele telefoons en een elektronische organizer. "Negen uur bij Chez Gérard? Red ik niet. Ik heb om acht uur nog een bespreking."

De City is snel, maar geruisloos snel. Niet dat vliegveldachtige van mensen die denken dat ze haast hebben. Hier gaan ze met hun tijd om zoals een operazanger omgaat met zijn stem, of een turnster met haar evenwicht: easy - ogenschijnlijk. Ga naar binnen bij Peterborough Court, 133 Fleet Street, wandel over de marmeren vloeren van het atrium naar de donkerhouten balie in de ontvangsthal, vergeet niet terug te lachen naar de meisjes die erachter zitten en neem de gepolijst stalen lift naar de eerste verdieping: hier is de dealingroom van de aandelendivisie van Goldman Sachs, een van de grootste, Amerikaanse investment banks van de wereld. Hier zit managing director Wiet Pot van Goldman Sachs in zijn overhemd achter zijn bureau en hij kijkt, als een schoolmeester in Ot en Sien, uit over een zaal vol zacht pratende, naar beeldschermen turende jonge mannen en vrouwen. De meesten zijn vanochtend om half acht begonnen en de laatsten zitten er vanavond om half twaalf nog. Is Wiet Pot ontspannen?

Zeer.

Vriendelijk?

Buitengewoon. Informeert naar gemoedstoestand en welbevinden. Loopt na het gesprek mee tot aan de uitgang beneden. Maar vóór het gesprek laat hij precies weten hoe lang de bijeenkomst duren zal. "Ik heb tot half elf."

De restaurants achter de Bank of England. Moet je daar zijn? Daar moet je helemaal niet zijn. De restaurants achter de Bank of England zijn folklore. Bankiers uit de City gaan er met hun gasten heen om ze te laten zien hoe het hier vroeger was, toen de handel nog met briefjes ging en de Amerikanen niet de baas waren in Londen. Je zit daar aan tafeltjes tussen houten schotten die voorheen moesten voorkomen dat beursmannen elkaars deals konden afluisteren, je krijgt er bij alles doperwten en de serveersters zijn streng. "Hé darling, waarom heb je je bord niet leeggegeten?"Het werk gebeurt in Broadgate: grote kantoren met veel ruimte voor computers aan de rand van de City, tien jaar geleden neergezet. Maar nog meer werk gebeurt nu in Canary Wharf, ver buiten het centrum in de Docklands, waar een van de andere grootste Amerikaanse investment banks van de wereld zit: Morgan Stanley Dean Witter. Een paar jaar geleden, toen Canary Wharf nog een bouwput was, lokten ze bij Goldman Sachs nieuwe mensen met de boodschap dat ze, als ze bij hen kwamen werken, níet naar de buitengewesten hoefden. Maar daar is Goldman Sachs mee opgehouden. In Canary Wharf kun je tussen de middag op straat een Porsche kopen. Ze staan in een halve cirkel rondom de fontein van Cabot Square. Een flesje sodawater in een van de cafés - zachtpaars, kopergroen - kost hier twee pond (bijna zeven gulden). Lunchen doe je hier niet met een sandwich, maar met sushi. In Canary Wharf kun je zien wat er met een stad gebeurt als de aandelenkoersen hoog zijn en de investment banks miljarden verdienen. Een aandelenhandelaar van Deutsche Bank/Banker's Trust (33), een Engelsman: "In Frankfurt willen ze dit ook." In Frankfurt staat de Europese Centrale Bank. Daar past, vindt Frankfurt, een financieel centrum mooi bij. "Het lukt ze nooit."

Waarom niet?

"Word je gebeld door een headhunter. Of je belangstelling hebt om in Frankfurt te gaan werken voor een gerespecteerde bank die zijn continentale activiteiten wil uitbreiden. Vraag je: hoeveel bieden ze?" Hij lacht nog harder. "Vijfhonderdduizend mark, maar geen bonus!"

Hij is drieëndertig jaar. Hij heeft een vrouw en twee kinderen en een huis dat tien miljoen pond waard is - op het moment wordt het verbouwd. Uit zijn binnenzak haalt hij een stapeltje visitekaartjes van de antiquairs die hem adviseren bij de inrichting. Daarnet, zegt hij, heeft hij een Louis Seize eettafel gekocht en een gouden klokje.

Ze kwamen begin jaren tachtig naar Londen, de Amerikanen. De Duitsers, de Fransen en de Nederlanders kwamen ook, maar die mislukten. De Amro Bank (toen nog niet met ABN) vertrok weer in 1988, een jaar na zwarte maandag, toen de koersen op Wall Street in één dag met ruim tweeëntwintig procent naar beneden gingen en de geruïneerde beurshandelaars weer uit de ramen sprongen. (De keer daarvoor was in 1929).

ABN Amro kwam in 1992 terug in Londen. Daarna kwam ING (kocht Barings) en toen kwam zelfs de Rabobank, de brave Rabobank, bastion van mevrouw Jansen die haar spaargeld veilig wil onderbrengen en meneer Dijkstra die wil lenen voor een nieuwe varkensstal. Ze zijn naar Londen gegaan omdat ze wel moesten, zeggen ze bij de Rabobank. "Onze zakelijke klanten willen het." Er was een tijd dat een Nederlands bedrijf dat geld nodig had naar een Nederlandse bank toeging en daar beleefd om een lening vroeg. Banken waren kredietverstrekkers en hoe hoger de rente, hoe meer ze verdienden. Maar toen begon in de jaren tachtig de liberalisering van de markten. Bedrijven over de hele wereld werden groter en internationaler, en het geld internationaliseerde mee. Het geld - denk ook aan alles wat er nu méér kan door de informatietechnologie - vliegt nu de hele wereld over.

Bedrijven die geld nodig hebben halen het nu op de beurs of rechtstreeks bij de grote beleggers. En kijk wat het met de banken heeft gedaan. Geld uitlenen? Saai. Valt bovendien niks meer mee te verdienen. Investment bank zijn, dat is spannend! Bedrijven helpen om naar de beurs te gaan. Bedrijven helpen om nieuwe aandelen uit te geven. Zelf investeren in bedrijven. Aan tafel zitten met aan de ene kant het pensioenfonds dat zijn miljarden winstgevend kwijt moet en aan de andere kant de onderneming die miljarden nodig heeft om de concurrent te kunnen overnemen. Of aan tafel zitten met twee bedrijven die moeten fuseren. En jij er tussenin, als dealmaker.

Een geslaagde transactie tussen een Olivetti en een Telecom Italia - een Wal-Mart en een Asda, een Daimler-Benz en een Chrysler, een Total en een Elf - levert al gauw zestig, zeventig miljoen dollar aan fees op. Now we're talking. Ga nu nog een keer naar binnen bij Goldman Sachs, of bij Morgan Stanley. Kijk naar de mannen die zo vriendelijk en ontspannen zijn en helemaal niets doen om gewichtig te lijken, want waarom zouden ze? Bedenk dat dit de mannen zijn die, als het beursklimaat is, kunnen bepalen of er drie miljard dollar van de Amerikaanse kapitaalmarkt naar het Nederlandse Ahold gaan of naar een ander. Bedenk dat hier wordt vastgesteld of Deutsche Telekom naar de beurs kan. Of niet.

Logisch dat andere banken het ook proberen. ING dacht zich in één klap in Londen een positie te verwerven en kocht in 1995 Barings, de deftige Britse zakenbank die kapot was gemaakt door de speculaties van Nick Leeson. Sindsdien heeft ING er voornamelijk geld op verloren. Eén lid van de raad van bestuur werd er om ontslagen, één lid van de raad van bestuur kreeg een andere functie, en nog zijn de Engelsen niet onder controle. En de Rabobank? De Rabobank begon in 1996 in Londen zelf een investment bank op te bouwen, Rabobank International. Maar sindsdien zijn er daar ook al twee directeuren weggestuurd en de derde, Maarten Hulshoff, mag nu saneren: honderd van de achthonderd mensen er nu uit, straks nog een keer honderd.

Snijd bij de Amerikaanse banken het onderwerp Rabobank International aan. "Haha", zeggen ze daar. "Dat is nu toch weer voorbij? We hebben ze niet eens gezien."

En zeg dat dan weer tegen de Rabobank. Je krijgt een preek van een kwartier met daar achteraan nog een fax: Rabobank International heeft nooit de ambitie gehad om een investment bank in its own right te zijn en dat er nu mensen weg moeten is geen teken van zwakte, maar van kracht! Aan het paleis dat de Rabobank in Londen aan het bouwen is, zijn gewoon iets te veel balkonnetjes gekomen!

De Amerikaanse banken vinden het wel heel moedig van Rabobank International dat ze nu inbinden. Ze noemen dat: terugtrekken, gewonden afvoeren, hergroeperen en weer in de aanval.

Blijft de vraag wat de Amerikanen zo goed doen. Wat hebben zij dat ik niet heb? Luister naar de rust waarmee ze bij Goldman Sachs uitleggen waarom Nederlandse investment banks tevergeefs tegen hen vechten. Wat valt er nou te bemiddelen als je thuis maar een paar grote bedrijven hebt en je geen vertrouwensrelaties hebt op de Amerikaanse kapitaalmarkt? Hoe kun je dan een track record opbouwen? Wordt KPN geprivatiseerd en gesplitst? Goldman Sachs. Geeft Ahold nieuwe aandelen uit? Goldman Sachs. Gaat KBB naar Vendex? Goldman Sachs.

Bibo Voûte, managing director van Morgan Stanley, kan zo'n lijst ook maken. Fortis neemt de Generale Bank over? VNU de Gouden Gids? EZH wordt verkocht? "Allemaal door ons." (En in bijna al hun deals, zeggen ze bij Goldman Sachs, treden wij op voor de tegenpartij.)Paul Bijleveld, executive director van Morgan Stanley: "In een pitch hadden we gewonnen van een Nederlandse bank, het ging om de verkoop van een bedrijf. Ik vroeg aan de cliënt: waarom? Waarom neem je ons? Hij zei: dit kan een Nederlandse bank niet, ze hebben te weinig kennis van de potentiële kopers in de rest van de wereld."

Denk nu niet dat Menno de Jager, managing director van ABN Amro Rothschild, wacht maar zegt. Wacht maar tot er in Europa echt één kapitaalmarkt is. Wacht maar tot de Nederlandse banken niet meer Nederlands zijn, maar Europees.

Nee hoor. Menno de Jager zegt gewoon dat het waar is wat de Amerikanen zeggen. Maar ABN Amro zit wel in de wereld-toptien - en ING Barings niet, en Rabobank International al helemaal niet. Menno de Jager - "wij willen geen kloon zijn van de Amerikanen" - was erbij toen zijn bank in de jaren tachtig naar Londen ging en weer vertrok. Hij was er ook bij toen ABN Amro in de jaren negentig opnieuw begon, door samen te gaan met Hoare Govett en Rothschild. ABN Amro mag nu in veel deals met de Amerikanen meedoen, als co-leader.

Zijn analyse van de fouten die ze zelf tien jaar geleden maakten en die hij nu terug ziet bij ING en de Rabobank, bij Crédit Lyonnais en de Deutsche Bank die net Banker's Trust heeft overgenomen. 1. Je koopt een positie in Londen, maar je pakt de cultuur niet aan. 2. Je haalt dure mensen binnen om de business te verbeteren en daardoor wordt je kostprijs te hoog. 3. Je vijfjarenplan - zoveel investeringen in het begin, zoveel winst aan het eind - blijkt in het tweede jaar al niet meer te kloppen en iedereen wordt zenuwachtig. 4. De raad van bestuur moet kiezen als de gokker in het casino: zet ik nog één keer honderd gulden in, of neem ik nu mijn verlies. Intussen lopen de mensen weg, want niemand wil voor een loser werken.

Uit zijn binnenzak haalt Menno de Jager een cv'tje van iemand van Rabobank International die daar nu weg moet: negen jaar bij één bedrijf, daarna een frequent flyer. Dat is iemand die achter elkaar door van baan verandert omdat hij ergens anders meer kan verdienen. In Londen noemen ze dat ook wel een huurling.

Wil De Jager hem hebben?

"Ach", zegt hij. "Als je hem goed begeleidt, kun je een hoop aan zo'n man hebben."

People are key", zegt Bibo Voûte van Morgan Stanley. "Mensen zijn ons levensbloed", zegt Wiet Pot van Goldman Sachs. Een investment bank maakt geen spullen, zij levert diensten. Wie de beste wil zijn moet de beste mensen hebben.

Lang was het zo, zegt Per Insinger, partner van het executive search-bureau Heidrick & Struggles, dat de business school van Harvard en Stanford, of Lausanne en Londen, genoeg nieuwe mensen aanleverden. Studenten van de business schools wilden graag naar Wall Street of de City. Maar ze hebben nu iets ontdekt dat spannender is en waar ze kans hebben om nog meer te kunnen verdienen: Internetbedrijven.

De concurrentie tussen investment banks, zeggen ze bij Heidrick & Struggles, gaat veel meer om de beste mensen dan om de beste deals. Waar leidt dat toe? Tot hoge prijzen. En tot volatiliteit, zoals bankiers dat noemen. Meestal bedoelen ze daar koersbewegingen mee. Maar hier is het: bewegingen op de arbeidsmarkt.

Wiet Pot van Goldman Sachs leest uit zijn agenda voor hoeveel afspraken hij heeft met mensen die hij misschien wil hebben voor de bank: maandagavond, dinsdagochtend, woensdagochtend, woensdagmiddag - honderden per jaar. Ziet hij bij de concurrentie mensen die hem bevallen, dan belt hij ze op en vraagt of ze niet eens kunnen praten. Kunnen we eens praten - dat is bankierstaal voor: kom bij ons. "We komen elkaar overal tegen", zegt Wiet Pot. "Bij onderhandelingen, op feesten, op straat." Laatst zat hij in het vliegtuig naast een handelaar in grondstoffen. Die werkt nu bij Goldman Sachs. En dan hebben Goldman Sachs en Morgan Stanley en Merrill Lynch het nog gemakkelijk. Bij een winner wil iedereen wel werken. Bibo Voûte van Morgan Stanley: "Geld is niet het issue." Het gaat om de eer.

Wat verdien je in Londen? Vaak maar honderdduizend dollar per jaar. Rijk word je van de bonussen: als de winst hoog is, kunnen die oplopen tot een paar jaarsalarissen voor beginners tot twintig jaarsalarissen voor de top. Bij Merrill Lynch is het een officieel ethisch principe dat wie het meest voor de bank verdient, ook het meest terugkrijgt. Bibo Voûte is ooit bij de Amro Bank weggegaan toen hij te horen kreeg dat hij te jong was voor de volgende salarisschaal. Menno de Jager van ABN Amro: "Dat is wat de Amerikanen zo succesvol maakt. De mentaliteit van dit kan ik en dus ben ik dit waard." Hij wijst - in restaurant The George & Culture achter de Bank of England - naar de obers. "In Amerika moeten ze het hebben van fooien. Als ze hun best niet doen, verdienen ze niets." Amerikaanse investment bankers verdienen ook niets als ze hun best niet doen. Menno de Jager vertelt hoe er in Londen werd gewerkt voordat de Amerikanen kwamen. "Tussen twaalf en twee werd er zwaar geluncht en om half vijf werden de gordijnen dichtgetrokken en ging iedereen naar het café."

Amerikaanse investment bankers staan altijd voor hun klanten klaar. Vierentwintig uur per etmaal. Zeven dagen in de week.

Let op: Menno de Jager verontschuldigt zich ervoor dat hij trouw blijft aan ABN Amro. Zijn werkgever, zegt hij, is altijd goed voor hem geweest - dus is hij goed voor zijn werkgever.

Mooier kun je niet bewezen zien dat loyaliteit een vorm van luxe is. Bij de top van Goldman Sachs en Morgan Stanley vinden ze het normaal om levenslang te blijven. Daar zeggen ze: wij zijn zo hecht met elkaar verbonden, zo dedicated, zo gericht op succes - wij gaan nooit meer weg.

Maar onder de top, daar is het: Deutsche Bank dat mensen wegkoopt bij ABN Amro, Crédit Suisse First Boston dat een heel team wegkoopt bij Deutsche Bank, Deutsche Bank dat Banker's Trust overneemt en de chief executive (Frank Newman) daar vijftig miljoen dollar voor geeft. En vervolgens nog een keer 69 miljoen dollar betaalt om hem weg te krijgen.

Daar zijn zelfs bankiers uit de City van onder de indruk.

Bonussencultuur - dat hebben de Amerikanen ook in de City gebracht. Vroeger had de hoogte van de bonus nog relatie met de gemaakte winst. Maar nu? Een obligatiehandelaar die net van Lehman Brothers naar Merrill Lynch is gegaan, een Fransman (32): "Je wordt gebeld, je gaat praten en ze doen een aanbod, vijftigduizend pond plus bonus. Zeg je: ja, maar hoe weet ik dat ik die bonus haal? Ik moet bij jullie opnieuw beginnen, het eerste jaar presteer ik misschien minder. Ik loop risico en daar wil ik een vergoeding voor." Hoe loopt dat af?

"Je zegt: ik kom alleen als ik de eerste twee jaar een gegarandeerde bonus krijg. En die moet hoger zijn dan ik gewend ben."

Voor Rabobank International en ING Barings is dat vorig jaar vervelend uitgepakt. Ze maakten geen winst, maar de bonussen moesten worden betaald. En dan de reacties in Amsterdam en Utrecht: waarom zíj zoveel en wíj zo weinig?

De beste mensen, zeggen de executive searchers van Heidrick & Struggles, zijn de mensen die het een jaar of negen op een mooie plek goed hebben gedaan en niet van plan zijn om weg te gaan. De categorie happy people. Ook die zijn te koop, zeggen ze bij Heidrick & Struggles.

Wat kunnen happy people?Goed rekenen natuurlijk. Balansen doorgronden, slimme constructies bedenken. En verder?

Verder een hele tijd niets. En dan, helemaal bovenaan: aardig zijn. En open, enthousiast, geïnteresseerd, gepassioneerd.

Bij Goldman Sachs zeggen ze: "Dit vak is heel simpel en tegelijk heel complex. Wij zijn geen hartchirurgen of technici die iets met hun handen moeten kunnen. Bij ons is de menselijke factor bepalend. En hoe hoger je komt, hoe bepalender die wordt."

Daar vallen de woorden emotional intelligence al. En network society. Vorige week organiseerde Wiet Pot bij hem thuis een zomerpartij voor de mensen van de business school die een paar maanden bij Goldman Sachs werken. Voor de gezelligheid ja. Maar ook om nog beter te zien wie het hebben. Waarom is het voor een bankier zo belangrijk om sociaal vaardig te zijn? Wiet Pot: "Omdat mensen niet alleen rationele wezens zijn. Beslissingen worden ook genomen op basis van emoties." En dat geldt ook voor topmensen van grote ondernemingen en beleggingsfondsen. Goeie bankiers, zeggen ze bij Goldman Sachs, zijn bankiers die dit begrijpen: "Mensen willen dat er van ze gehouden wordt."

NRC Webpagina's
17 JULI 1999

Archief
Zaterdags Bijvoegsel



( a d v e r t e n t i e s )
WNF - Investeerin de natuur
Playboy - Alles wat mannen boeit
Centraal Beheer - Vraag vrijblijven een offerte aan

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)