U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
     
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 



Overzicht eerdere
afleveringen


 WATERKERING
 VEILIGHEID
 
 BOS
 KAART
 DIJKVERSTERKING
 CONSTRUCTIE STORMVLOEDKERING
 DROGE VOETEN
 ZUIGEN & SPUITEN
 LINKS

Waar ligt het punt waarop een dijk doorbreekt? Een nieuwe kaart met kansen op overstroming is in de maak, waarna de discussie over veiligheid opnieuw kan beginnen.

Hoe veilig is veilig genoeg?

Hans Steketee
STRANDPAVILJOEN De Piraat, aan de Walcherse noordkust ter hoogte van Oostkapelle, adviseert "Frische Seezunge". Een zachte koelte, waarop een vleugje friture meezweeft, beweegt loom de vlag. In het oosten blikkeren de pijlers van de Oosterscheldekering. Op het strand, de afgelopen winter met een metersdikke laag zand opgespoten om kusterosie vóór te zijn, zitten de eerste toeristen tussen bolderkarren en scheppende peuters.

Dit is het westelijk front van de Natte Oorlog. Er is vandaag geen nieuws. En als het aan Rijkswaterstaat ligt, zal dat voorlopig zo blijven. ,,Zeeland is veilig'', zei koningin Beatrix toen ze in 1986 de pijlerdam officieel in gebruik stelde. Nu zij komende zaterdag ook de Stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg opent (door haar te sluiten), mag het héle zuidwesten van Nederland zich goed beschermd voelen.

Bij de stormvloed van 1 februari 1953 kwamen bijna 2.000 mensen om, raakten 100.000 mensen dakloos en kwamen honderdduizenden hectares land onder zout water te staan. Dat mocht nooit meer gebeuren en dus werden vele honderden kilometers zee- en rivierdijk versterkt en verhoogd, aan zee tot maximaal twaalf meter boven NAP ("Deltahoogte'). De zeegaten, met uitzondering van de toegangen naar Rotterdam en Antwerpen, werden afgesloten.

Na 44 jaar is het Deltaplan voltooid. De zee lijkt getemd. Dat wordt onderstreept doordat de "harde elementen' in de kustverdediging steeds frivoler zijn geworden. De eerste bouwwerken, zoals de dam in het Veerse Gat (1961) en de Grevelingendam (1965), zijn niet veel meer dan een hoge stapel keien bedekt met asfalt. De Haringvlietsluizen (1971) hebben al iets speels, terwijl de Oosterscheldekering, met zijn door de architect Wim Quist gestylede schuifmachinerieën, bijna elegant is te noemen. En het ranke frame van witte buizen dat bij ontij over teflon gewrichten de Nieuwe Waterweg kan inscharnieren, mag zelfs wuft heten. Wie tijd heeft voor mooi móet zich wel zeker voelen van zijn zaak, zo luidt de boodschap die de ingenieurs uitdragen.

Pas ergens in de tweede helft van de volgende eeuw, als de mechanische schakels in de zeewering op middelbare leeftijd raken, kruipen de ingenieurs weer achter hun tekentafels. Zeker, periodiek opspuiten van stranden als buffer voor kustafslag is symptoombestrijding. En inderdaad, de recente ontdekking dat vierhonderd kilometer zeedijk met verkeerde stenen is bekleed, was onwelkom, evenals de meer dan een miljard gulden die nodig is om het ongedaan te maken. Maar zulke maatregelen vallen vooralsnog in de categorie "groot onderhoud'.

De nieuwe landaanwinningsprojecten waarvoor en waartegen Nederland zich nu warmloopt - een tweede Schiphol voor IJmuiden, een "kustlocatie' bij Den Haag en een tweede Maasvlakte bij Rotterdam - hebben weinig meer te maken met de mythische strijd tegen het water. Of, zoals Siggi Weidemann, de Nederlandse correspondent van de Süddeutsche Zeitung, zich vorige week in Intermediair afvroeg: zijn die grands travaux langzamerhand niet ,,alleen maar Spielerei''?

Nu hoeven spel en het weren van de zee elkaar niet uit te sluiten, zoals iedereen weet die wel eens bij vloed een zandkasteel heeft gebouwd. Maar er zit iets in: er moet wel heel wat gebeuren willen de wereldkampioenschappen brandingsurfen nog in Utrecht worden gehouden.

,,Een stormvloed als in 1953 geeft geen problemen meer'', zegt ir. Richard Jorissen, onderzoekscoördinator waterkeringen bij Rijkswaterstaat, ontspannen. ,,Misschien ontstaat hier en daar wat schade, juist aan bekledingen, maar die waterstand - bijna vier meter boven NAP aan de kust - kan nu veilig worden gekeerd.''

Van bodemdaling - onder meer door gas- en waterwinning - en een verdere stijging van de Noordzee met een halve meter hoeft voorlopig ook niemand wakker te liggen. Want ,,dat zit met een ruime marge verdisconteerd in de huidige hoogte van onze waterkeringen'', zegt zeespiegel-spe-cialist drs. T. A.M. de Groot, hoofd kustonderzoek bij de Rijks Geologische Dienst (RGD). ,,Als de aardatmosfeer opwarmt, zal het zeewater uitzetten. Maar het ziet er niet meer naar uit dat Antarctisch ijs zal smelten en aan de waterstand zal bijdragen. Eerder omgekeerd: door veranderende luchtstromingen zal aan de Zuidpool juist meer waterdamp in ijs worden vastgelegd, denken wij nu.'' Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), een VN- organisatie, schatte zeven jaar geleden dat de zee in de volgende eeuw gemiddeld 66 centimeter zou stijgen. De laatste schatting, van vorig jaar, is 49 centimeter. ,,Naarmate onze prognoses beter worden, neemt onze angst voor zeespiegelstijging af'', zegt De Groot.

Aan het oostelijk front van de Natte Oorlog liggen de zaken minder bestemd. Ook na de hoge waterstanden van Kerstmis 1993 en februari 1995 tasten de verdedigers nog in het duister over de ware aard van de aanval. "Topafvoeren' zullen er opnieuw komen, maar hun frequentie kunnen deskundigen nog steeds niet voorspellen. De pessimisten zetten zich vanaf nu elke winter schrap. Maar het kan ook wel twintig jaar rustig blijven.

,,Er is geen geschikte statistische manier om op basis van honderd jaar waarnemingen van waterstanden extreme gebeurtenissen te voorspellen met een kans van eenduizendste per jaar'', zegt onderzoekscoördinator Jorissen. ,,Er zijn modellen, maar gebeurtenissen als de hoge waterstanden van 1993 en 1995 stellen die steeds bij'', zegt de Nijmeegse hoogleraar milieuwetenschappen P.H. Nienhuis.

Zeker is wel dat de afvoerpieken hoger worden. Maar hoeveel hoger het nog kan worden, is opnieuw giswerk. En dat geldt ook voor de vraag hoeveel gevaar dat nu precies oplevert. De meeste dijken waren berekend op minder uitzonderlijke standen dan die van 1995. Dat er geen doorbraken zijn geweest, betekent waarschijnlijk dat sommige dijken sterker waren dan voorzien. Maar op sommige plekken kon alleen kunst- en vliegwerk het achterland droog houden; terecht knepen de polderbobo's hun billen samen op de kreunende dijk van Ochten. Even los van de omstreden noodzaak om 200.000 Nederlanders uit voorzorg te evacueren, was "1995' in veel opzichten wel degelijk een "bijna-ramp'.

Na de topstand van 16,68 meter boven NAP bij Lobith en de topafvoer van 13 miljoen liter Rijnwater per seconde is het devies daarom: better safe than sorry. In totaal 600 kilometer rivierdijk is of wordt in rap tempo verbeterd volgens het "Deltaplan Grote Rivieren'. Voor alle versterkte dijken wordt een strenge vijfjaarlijkse " APK-keuring" ingevoerd. En in Europees verband wordt gerekend aan het uitdiepen van rivieren of het aanbrengen van spaarbekkens om de afvoercapaciteit te vergroten.

Maar tegelijkertijd ontdekken de ingenieurs dat ze een grijs gebied betreden. , ,Er zitten nog veel onverwijderbare onzekerheden in het faalgedrag van waterkeringen'', zegt onderzoeker Jorissen. Generaties waterbouwers hebben zich afgevraagd bij welke waterstand een dijk nog bleef staan, maar hij wil juist het onzekere gebied verkennen tussen de gegarandeerde "ontwerpwaterstand" en het punt waarop een dijk doorbreekt.

Dat is een schemerzone waar alleen kansberekeningen gelden: de dijk is dan niet meer gegarandeerd veilig, maar wordt ook niet opeens onveilig. Wat zijn de gevolgen van variaties in grondsterkte, golfslag, stroming en wind? Hoe bereken je het gedrag van een dijk die sinds de Middeleeuwen tientallen keren is versterkt en als een Russisch poppetje in elkaar zit?

Omdat veel dijken een marge hebben, zal het punt waarop de dijk bezwijkt vaak hoger liggen dan het "ontwerppeil'. Maar het kan ook lager uitvallen, bijvoorbeeld als er zwakke schakels in een dijkvak of ringdijk zitten. Op grond van zulke berekeningen tekent Rijkswaterstaat nu een nieuwe landkaart van Nederland. Daarop staan geen veilige waterstanden, maar overstromingskansen. Als die kaart er is, begin volgende eeuw, komt er een nieuwe discussieronde over de veiligheid van waterkeringen. Jorissen: ,,Dat wordt heel interessant. Want een overstroming is voor een deel act of God, maar de mensen moeten de veiligheids>normen vaststellen. Moet je bijvoorbeeld overstromingsschade en -risico's vergelijken met andere risicovolle domeinen in onze samenleving, zoals chemische installaties, vliegvelden en verkeer? Hoe veilig vinden we "veilig genoeg'? Welke schade en hoeveel mogelijke slachtoffers accepteer je bij welke kosten? Ik weet niet of het tot hogere dijken leidt, maar wel tot een beter risicobesef.''

Achter de Rijn-, Maas-, Waal- en Lekdijken zal het risicobesef in elk geval sterk afnemen, nu het Deltaplan Grote Rivieren vóór de winter van 2001 moet zijn voltooid. En ook Rotterdam kan bij storm en springtij rustig gaan slapen achter de kering in de Nieuwe Waterweg.

Maar stel nu eens dat op een dag de omstandigheden van februari 1953 samenvallen met die van februari 1995? Jorissen denkt even na. Dan zegt hij: ,, In Zeeland is dat geen probleem. En een waterstand van 3,85 meter boven NAP bij Hoek van Holland betekent dat de Stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg onherroepelijk dichtgaat. Maar als je op dat moment óók nog een afvoer van dertienduizend kuub bij Lobith hebt, is het rendement van de Stormvloedkering vrijwel nihil. Dan loopt het bij Dordrecht zeer hoog op. Even rekenen: nee, tussen Gorinchem en Dordrecht is geen dijk berekend op zoveel water via de achterdeur.''

De stormvloed van 1953 trad op tijdens een noordwesterstorm en "1995' werd veroorzaakt door grootschalige neerslag in het Duitse stroomgebied van de Rijn. ,,Die weertypes stroken niet met elkaar'', zegt Jorissen. ,,De kans op zo'n gecombineerde gebeurtenis - eens in de 45.000 jaar - is zo laag dat we die niet betrekken in onze ontwerpnormen.''

,,Er is geen absolute veiligheid'', zegt de Nijmeegse hoogleraar Nienhuis. ,, Ja toch, dijken tot in de hemel. En die willen we niet.''

NRC Webpagina's
7 mei 1997

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) MEI 1997