U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
     
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 



Overzicht eerdere
afleveringen


 WATERKERING
 VEILIGHEID
 
 BOS
 KAART
 DIJKVERSTERKING
 CONSTRUCTIE STORMVLOEDKERING
 DROGE VOETEN
 ZUIGEN & SPUITEN
 LINKS

CONSTRUCTIE

De belangrijkste onderdelen van de Stormvloedkering zijn:

  1. Vakwerkarm
    Twee 240 meter lange vakwerkarmen verbinden de kerende wanden met de scharnierpunten. De driehoekige buisconstructie moet bij stormvloed circa 40 centimeter kunnen opbollen en na de storm kunnen terugveren. De twee onderste buizen hebben een doorsnee van 1,80 meter en een wanddikte van 6 tot 9 cm.

  2. Bolscharnier
    Een van de meest geavanceerde onderdelen van de Stormvloedkering is het bolscharnier waarmee de kering - zoals een heup- of schoudergewricht - alle gewenste bewegingen kan maken. De kern van het scharnier bestaat uit een halve bol, waar bovenop de vakwerkarm is bevestigd. Deze kern wordt omgeven door diverse schaaldelen. Kern en schaaldelen rusten in een kom van acht bolvormige elementen. De gietstalen onderdelen van het bolscharnier, dat in doorsnee tien meter hoog is, werden bij Skoda in Tsjechië gegoten met een marge in de precisie van maximaal 1 millimeter.

  3. Scharnierfundatie
    Het bolscharnier ligt in een betonnen scharnierfundatie die de immense krachten moet kunnen opvangen die bij stormvloed op de waterkering komen te staan. De punt van deze driehoekige fundatie wijst naar het midden van de kerende wand in de rivier. Bij de zwaarst denkbare storm zou het fundament circa 20 cm in de richting van Rotterdam kunnen schuiven, om na de storm 10 cm terug te veren.

  4. Kerende wand
    De twee stalen muren die het zeewater moeten tegenhouden, zijn te vergelijken met twee schepen - 210 meter lang, 22 meter hoog en gekromd als een banaan - die bij dreigende stormvloed dwars op de Waterweg komen te liggen. De holle kerende wanden stromen vervolgens vol water waardoor ze kunnen worden afgezonken naar een fundament op de rivierbodem. De L-vormige constructie van de kerende wanden, met een schuin aflopende onderkant en een reeks metalen strippen (skirts), biedt de beste garantie voor stabiliteit. De twee kerende wanden komen bij stormvloed niet tegen elkaar te liggen. Er blijft een tussenruimte van circa anderhalve meter, om te voorkomen dat de wanden elkaar zouden beschadigen. De wanden houden 97,5 procent van het zeewater tegen.

  5. Parkeerdok
    De kerende wanden liggen aan weerszijden van de rivier in een betonnen parkeerdok. Het dok, dat wordt afgesloten door een deur, staat droog zodat de wand niet door water wordt aangetast en er onderhoud kan worden gepleegd aan de wand. Het dok stroomt vol wanneer de wanden de rivier in moeten worden gedraaid.

  6. Locomobiel
    Bij het "uitvaren' worden de kerende wanden aangedreven door een locomobiel, met zes tandraderen die aangrijpen op een pennenbaan bovenop de wand.

  7. Bedieningsgebouw
    In het bedieningsgebouw aan de noordzijde van de kering, bevindt zich de computerapparatuur waarmee de kering wordt bediend. Een zelfde gebouw op de zuidoever, dat voor de symmetrie is gebouwd, heeft nog geen bestemming gekregen.

  8. Drempel
    Op de bodem van de Nieuwe Waterweg zijn 64 betonnen drempelblokken gelegd (630 ton per stuk), die rusten op een bedding van zand, grind en diverse steensoorten. Het leggen van deze bedding en drempel was gecompliceerd doordat de scheepvaart in de Nieuwe Waterweg ongehinderd moest kunnen doorgaan.

NRC Webpagina's
7 mei 1997

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) MEI 1997