U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier Midden-Oosten

Nieuws

Vredesonderhandelingen

Conflictpunten

Geschiedenis van het conflict

Medespelers

Documenten

Links

Het lijkt wel weer intifadah


De beelden van het bloedig geweld tussen Israelische troepen en Palestijnse demonstranten doen denken aan de intifadah, de Palestijnse volksopstand. Het bezoek van Likud-leider Sharon aan de Tempelberg was de lont in het kruitvat; Palestijnse leiders helpen een handje.

Door onze redacteur CAROLIEN ROELANTS

ROTTERDAM, 2 OKT. Tussen Israel en de Palestijnen lijken de dagen van de intifadah te zijn teruggekeerd, en dan een graadje erger. Afgelopen zomer, zo'n twee maanden geleden, stonden de Israelische premier Barak en de Palestijnse leider Yasser Arafat elkaar nog in Camp David jonge- honden-speels het onderhandelingslokaal binnen te duwen. Een definitief vredesakkoord was binnen handbereik.

Maar tegelijkertijd waarschuwden beide partijen voor wapengeweld als het niet tot een overeenkomst zou komen. Zij voegden er dreigend aan toe ervoor klaar te zijn. Nu is het zover: in enkele dagen zijn tientallen doden en honderden gewonden gevallen, bijna allemaal Palestijnen, bij massale onlusten in Jeruzalem en verscheidene grote Palestijnse steden. Ook onder Israelische Arabieren is het erg onrustig. Aan Palestijnse zijde schieten politiemannen mee, het Israelische leger heeft, zoals de chef-staf van de zomer al aankondigde, tanks en gevechtshelikopters ingezet en schiet met scherp: het lijkt wel oorlog. Israel geeft het Palestijnse leiderschap de schuld van de onlusten, de Palestijnen Israel, en zoals vaak in dergelijke situaties hebben allebei gelijk, de een misschien wat meer dan de ander. De Palestijnen, maar ook de Europese Unie en zelfs (zij het meer versluierd) de Verenigde Staten zeggen dat de onlusten zijn geprovoceerd door het - ook in Israel zeer omstreden - bezoek, afgelopen donderdag, van de leider van de rechtse Likud-oppositie, Ariel Sharon, aan de Tempelberg in Jeruzalem. Dit gebied, zowel locatie van de verwoeste joodse tempels als de op twee na heiligste plaats van de islam, is onder alle omstandigheden gevoelig terrein. Maar Sharon is voor veel Palestijnen de verpersoonlijking van de bloeddorstige zionist die niet zal rusten voor de Palestijnen zijn verdreven. Hij was nauw betrokken bij de moordpartijen door rechtse Libanese christenen in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila bij Beiroet in 1983. Hij toont zich een fel tegenstander van enige concessie aan de Palestijnen (hoewel hij, als het er op aankomt, een uitgesproken pragmaticus is). Een bezoek van uitgerekend deze man aan de Tempelberg, op een moment waarop de soevereiniteit over dit gebied het grote struikelblok is in de onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen, kon alleen maar tot grote problemen leiden. Temeer daar de Palestijnse bevolking, die nog maar bitter weinig rendement heeft gezien van de Oslo-akkoorden, gefrustreerd en wrokkig is en zich dus makkelijk laat opzwepen.

Sharon had zijn bezoek aan de Tempelberg vermoedelijk bedoeld als eerste salvo in de strijd tegen ex-premier Netanyahu om het Likud-leiderschap, dat naar het premierschap kan leiden - want Barak staat er heel zwak voor. Eerder die week was bekend geworden dat Netanyahu niet zal worden vervolgd wegens corruptie, waarnaar de politie maandenlang onderzoek heeft gedaan. Dus ligt de weg terug naar de landspolitiek nu weer wijd voor hem open. Sharon op zijn beurt is 72, de volgende premiersverkiezingen (2002) vormen zijn laatste kans op de macht, en die zal hij niet gauw opgeven. Sharon en Netanyahu zijn beiden straatvechters: de partijoorlog tussen hen wordt zeer bloedig. Maar de Palestijnse doden die de afgelopen dagen zijn gevallen, kunnen bepaald niet uitsluitend aan de Likud-strijd of andere Israelische complotten worden toegeschreven. Palestijnse leiders hebben er het hunne aan gedaan om de situatie op de spits te drijven. Het bezoek van Sharon was een door God gegeven kans om door middel van televisiebeelden van stervende Palestijnen hun aanspraken op het Tempelberggebied te onderstrepen, ook buiten de islamitische wereld internationale steun te krijgen, en hun sterk verminderd gezag bij de eigen bevolking op te vijzelen.

Vrijdag voer de gebedsleider in de Aqsa-moskee op de Tempelberg dan ook fel uit naar Sharon en zijn bezoek: de Aqsa was in gevaar! Na afloop van de dienst bekogelden de gelovigen Israelische politiemannen bij de Tempelberg en joodse gelovigen bij de Klaagmuur. Volgens de Israelische politie was het geweld niet zozeer een spontane woedeuitbarsting als wel van tevoren beraamd: de gelovigen zouden voorzien van stenen uit de moskee naar buiten zijn gekomen. De situatie liep daarop razendsnel uit de hand, door verhitte uitspraken van Palestijnse leiders en mede geholpen door de keiharde reactie van Israel. De Palestijnse televisie zond beelden uit van de intifadah, de radio bracht patriottische liederen. Vredesonderhandelaar Nabil Sha'ath sprak van "moord met voorbedachten rade op mensen die door sluipschutters werden neergeschoten". Minister van Gezondheid Zanoun verklaarde dat Israelische sluipschutters opzettelijk op de ogen van demonstranten mikten. Yasser Arafat zelf sloot een oorlog niet uit.

Maar Arafat zei óók openlijk dat hij "verplicht" was de onderhandelingen met Israel voort te zetten. Het was een uitnodiging aan de Amerikaanse bemiddelaars aan het werk te gaan om de vastgelopen onderhandelingen weer op gang te krijgen. Vandaag herdenken de Palestijnen de herovering van Jeruzalem door Saladdin in 1187. Dat lijkt nauwelijks een geschikte dag om het geweld weer te gaan indammen. Maar dan moet langzaam maar zeker de toestand tot rust worden gebracht. Voor Arafat (en evenmin voor Barak) is een nieuwe intifadah uiteindelijk een werkbaar alternatief voor het vredesproces. Het is altijd de vraag of de geest weer in de fles kan worden teruggestopt. Maar tot dusverre heeft Arafat zich daar steeds een meester in getoond.

NRC Webpagina's
2 oktober 2000

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad