U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
Klik hier
N R C   H A N D E L S B L A D  -  B U I T E N L A N D
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

 NIEUWSSELECTIE 
 KORT NIEUWS 
 RADIO & TELEVISIE 
 MEDIA 

Laatste Spaanse coup blijft raadsel


Twintig jaar na de mislukte militaire staatsgreep met Antonio Tejero in een kluchtige hoofdrol, vraagt Spanje zich nog altijd af wie er precies achter de couppoging zaten.

Door onze correspondent STEVEN ADOLF

MADRID, 23 FEBR. Er moet dezer dagen een nare sfeer hangen in de gangen van het gebouw van Spanje's geheime dienst Cesid. Spanje herdenkt vandaag dat het twintig jaar geleden is dat het land werd opgeschrikt door een couppoging van het leger. En in de stroom van publicaties rond dit jubileum gaat de beschuldigende vinger meer dan eens richting Javier Calderón, de huidige baas van Spanje's spionnenorganisatie, die ervan wordt beschuldigd actief aan de opstand te hebben meegewerkt.

Van de talrijke legercoups uit de Spaanse geschiedenis is de opstand van 23 februari 1981, 23-F zoals ze in Spanje zeggen, een van de meest raadselachtige. Ruim vijf jaar nadat dictator Franco eindelijk was doodgegaan en de Spaanse democratie zijn couveusefase achter de rug had, gebeurde wat velen al langer vreesden: een aantal militairen vond het wel welletjes, dat modieuze gedoe met die democratie, en besloot in te grijpen.

Het werd een klucht. In Valencia rolden de tanks van de divisie onder bevel van luitenant-generaal Jaime Miláns del Bosch door de straten. In Madrid drong luitenant-kolonel Antonio Tejero, begeleidt door een handjevol Guardia Civiles in de namiddag het parlement binnen, waar juist het inhuldigingsdebat van de nieuwe minister-president gaande was.

Met getrokken pistool schoot de besnorde Tejero wat kalk uit het plafond van de vergaderzaal en beveelde de parlementariërs op de grond te gaan liggen. Er volgden staaltjes van heldenmoed in de parlementszetels: de communistische veteraan Santiago Carrillo bleef demonstratief in zijn stoel zitten, ex-premier Adolfo Suárez stond op en zijn tengere vice-premier, generaal Gutiérrez Mellado werd zelfs zó kwaad, dat hij de gewapende indringers te lijf dreigde te gaan.

Pas later op de avond, na uren van spanning en onduidelijkheid, verscheen koning Juan Carlos in zijn uniform van opperbevelhebber der strijdkrachten in een rechtstreekse uitzending op de televisie. De Kroon tolereert op geen enkele manier dat er acties worden ondernomen die het democratische proces verstoren, aldus de koning. Zo werd de staatsgreep met enige vertraging in de kiem gesmoord.

Twintig jaar na dato weet Spanje nog altijd niet goed raad met zijn laatste machtsgreep. Dat een deel van de legertop de democratie nooit heeft kunnen verkroppen was genoegzaam bekend. Maar hoe was het mogelijk dat de opstandelingen zo ongestoord hun gang hadden kunnen gaan? Tejero was in 1978 al eens gearresteerd, omdat hij een Madrileens café wat al te luidruchtig een coup had beraamd. Generaal Miláns del Bosch wond zich al tijden op over de vermeende verkwanseling van Franco's mooie erfgoed. "Hij had al zo vaak gezegd dat hij zijn tanks zou laten uitrukken, dat niemand verbaasd had hoeven zijn toen ze uiteindelijk door Valencia reden", zo vertelde koning Juan Carlos aan zijn biograaf.

In een van de boeken over 23-F dook andermaal de theorie op, dat het de koning zelf was die achter de coup zat. Dat wordt in brede kring evenwel beschouwd als het doorzichtige excuus van de inmiddels overleden Miláns del Bosch om zijn gezicht te redden. Mede-couppleger generaal Alfonso Armada, die tegenwoordig plantjes kweekt op zijn boerderij in Galicië, ontkent in een ander boek de koninklijke bemoeienis. De koning zelf verklaarde onlangs zijn vertraagde verschijning op de buis uit het getreuzel van de cameraploeg die problemen had de bezette televisiestudio te verlaten.

Blijft de vraag waarom de Spaanse geheime dienst, die in 1978 wel Tejero's cafécoup wist te verijdelen, dit keer niet ingreep. Heel eenvoudig, beweert de journalist Jesús de Palacios, auteur van El Golpe del Cesid (De Coup van de Cesid): de spionagedienst zat zelf achter de staatsgreep. De huidige directeur Javier Calderón - toen al hoog in de hiërarchie - zou de coup samen met een medespion hebben opgezet om hun machtspositie te versterken. De zaak zou echter volledig in het honderd zijn gelopen doordat de niet al te snuggere Tejero zijn boekje te buiten ging. Na de mislukking zou Calderón vervolgens hebben geprobeerd de hele zaak maar in diens schoenen te schuiven.

Dagblad El Mundo deed hier gisteren een schepje bovenop: geheime agenten van de Cesid zouden het vervoer van Tejero en zijn mannen naar het parlement hebben geregeld. En Calderón zou zijn recente benoeming als hoogste baas bij de Cesid hebben benut om de geheime agenten die zijn medesamenzweerder hadden aangegeven bij de autoriteiten, er uit te werken. De beschuldigingen hebben tot dusver niet tot enige reactie van de Cesid geleid. En ook de regering-Aznar houdt zich op de vlakte.

Met veel coupplegers liep het overigens goed af, zo blijkt twintig jaar na dato. Een groot aantal van hen kon een loopbaan binnen het leger ongestoord voortzetten. Het zwaarst gestraft werd Antonio Tejero, die tot 1996 in de gevangenis verbleef. In de schaarse uitlatingen na zijn vrijlating verklaarde Tejero dat ook hij nooit goed begrepen heeft wie er nu eigenlijk achter de coup zaten.

NRC Webpagina's
23 FEBRUARI 2001


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad