|
|
|
NIEUWSSELECTIE Ethiopië
|
Vrede is vernedering voor Eritrea
NAIROBI, 19 JUNI. Het gisteren in Algiers gesloten vredesverdrag tussen Ethiopië en Eritrea betekent een overwinning voor Ethiopië. Eritrea dient een stuk grondgebied af te staan waarin een tijdelijke veiligheidszone komt, gecontroleerd door een vredesmacht van ten minste 2.000 man van de Verenigde Naties. Zolang de VN-soldaten niet zijn gearriveerd, maakt Ethiopië er de dienst uit. De VN'ers blijven tot een internationale arbitragecommissie de omstreden grenzen tussen beide landen heeft vastgesteld. De veiligheidsstrook wordt 25 kilometer breed, net genoeg om de Eritrese artillerie op veilige afstand te houden. Tot de VN-vredesmacht ter plaatse is, zullen, in de woorden van de Ethiopische premier Meles Zenawi, "Ethiopische troepen in Eritrese gebieden blijven zolang wij deze gebieden belangrijk en noodzakelijk achten voor onze veiligheid." Ethiopië dicteert de voorwaarden. Na de komst van de VN-macht mag Eritrea in de gebieden een burgerbestuur installeren. De concessies houden een politieke vernedering in voor het trotse en zelfverzekerde Eritrese regime. Eritrea greep twee jaar geleden immers als eerste naar de wapens. Het veroverde toen niet alleen betwiste grensgebieden maar ook onomstreden Ethiopisch grondgebied. De verhoudingen zijn nu omgekeerd: Eritrea moet accepteren dat het een deel van zijn eigen grondgebied voorlopig kwijt raakt. Ethiopië wil Eritrea verder op de knieën dwingen. Het heeft twee grieven waarvoor het in de komende weken verdere Eritrese concessies verwacht. Ethiopië legt de schuld van de oorlog geheel bij Eritrea en eist daarom dat Eritrea getroffen Ethiopische burgers financieel compenseert. De Ethiopische stad Zalambesa bijvoorbeeld werd door Eritrese soldaten met de sloophamer vernietigd (net als Ethiopische troepen de Eritrese stad Barentu plunderden). Meles beschuldigt Eritrea ervan duizenden in Eritrea woonachtige Ethiopiërs in 'concentratiekampen' te hebben opgesloten. Hij eist dat Eritrea hen onmiddellijk vrijlaat. Het verdrag van Algiers had nog negatiever voor Eritrea kunnen uitvallen. Bevolking en regering van Ethiopië leden nog lang niet onder oorlogsmoeheid. Ethiopiërs vinden dat Eritrea een lesje moet worden geleerd, opdat het nooit meer oorlog voeren kan. Volgens een algeheel gevoelen onder de sterk nationalistische Ethiopiërs had het leger de Eritrese havenstad Assab moeten innemen, wat Ethiopië een uitweg naar zee had gegeven. Meles Zenawi deelt die expansionistische ambitie niet. Hij wilde het Eritrese leger materiële schade toebrengen en had gehoopt op de val van de Eritrese president Issayas Aferworki. Internationale druk heeft Ethiopië er vermoedelijk van weerhouden door te gaan met vechten. Beide landen brachten tezamen 600.000 man op de been en voerden de grootste conventionele oorlog ter wereld. Tien procent van de Eritrese bevolking dient in het leger. Ethiopië had vóór het uitbreken van de oorlog zijn defensie-uitgaven teruggebracht van 1,3 miljard dollar in 1991 naar 124 miljoen in 1996. Aan deze ontwapening kwam abrupt een einde. Voor miljarden deden beide regeringen militaire inkopen, in Bulgarije, China, Frankrijk, Rusland en de Oekraïne. De peperdure gevechtsvliegtuigen waren zo geavanceerd dat beide landen Russische piloten en mecaniciens moesten inhuren om ze te kunnen laten vliegen. De menselijke verliezen vallen ontstellend hoog uit. Beide legers voerden bij de eerste veldslagen een ouderwetse loopgravenoorlog. De combinatie van oude strijdwijzen en moderne militaire technologie leidde soms tot tienduizend doden op één dag. Het totale aantal doden van twee jaar oorlog wordt inmiddels geschat op boven de 100.000. De haat en het wantrouwen namen ongekende vormen aan. Giftige propaganda gaat over en weer tussen beide hoofdsteden. De Eritrese leiders noemen Meles een leugenaar en zeggen zeker te weten dat hij Eritrea wilde inlijven. Meles op zijn beurt bestempelt Issayas als een dictator aan wiens grilligheden Eritrea is overgeleverd. "Het is een one man show in Asmara", schimpte Meles vorige week. "Als die man in de ochtend met een kater opstaat, kan dat voor hem een reden zijn om in de avond de oorlog te verklaren." Meles en Issayas kunnen elkaar niet meer zien of luchten. Tot vriend- en broederschap zal dit vredesakkoord daarom op korte termijn niet leiden. Integendeel, de gevolgen van de bittere oorlog zullen nog jaren doorwerken in de Hoorn van Afrika. VN-macht gaat vrede bewaken
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verwelkomde gisteren het vredesakkoord. VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft al een team van experts naar Afrika gestuurd om een snelle komst van de vredesmacht in het grensgebied voor te bereiden. VN-diplomaten verwachten dat de vredesmacht uit 2.000 tot 4.000 soldaten zal bestaan. (AP) |
NRC Webpagina's 19 JUNI 2000
|
Bovenkant pagina |
|