U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   Z A T E R D A G S   B I J V O E G S E L
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

Verzetsman Hans van der Leeuw over zijn eigen oorlog

'De geschiedenis drukt als een steen op mijn borst'


Zomer 1944 werd A.J. van der Leeuw, die na de oorlog mede-oprichter zou worden van het RIOD, buitenshuis opgepakt door de Sicherheitspolizei. Hij werd vrijgelaten, maar kort daarna arresteerden de nazi's twee leden van zijn onderduik- gezin. Zij stierven in Duitse concentratie- kampen. 'Ik ben wel de oorzaak, maar niet de schuld.'

A.J. van der Leeuw
(Foto Sake Elzinga)

Door Frénk van der Linden

Het was een verontrustende brief. Hij werd in januari bezorgd bij dr. J.C.H. Blom, directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), en kwam van freelance historisch onderzoeker J. Werkman. Het schrijven bevatte een ernstige verdenking aan het adres van dr. A.J. van der Leeuw, die na de oorlog actief was bij de Commissie voor de Perszuivering. In 1948 haalde Loe de Jong hem binnen bij Oorlogsdocumentatie, waar hij uitgroeide tot gezichtsbepalend medewerker. Werkman geldt sinds jaar en dag als criticaster van het Weinrebrapport, dat in 1976 onder leiding van 'groot-inquisiteur' Van der Leeuw tot stand kwam. Hij ziet 'absoluut geen verrader' in de volgens hem volstrekt integere joodse mysticus, over wie hij menigmaal polemiseerde met Blom.

Begin dit jaar confronteert Werkman NIOD-topman Blom met een nieuwe schriftelijke variatie op zijn thema. Hij schrijft dat hij in het bezit is van een cassetteband met belastende verklaringen van "iemand die bekend is met de omgeving waarin de heer Van der Leeuw in de oorlog vertoefde". "Deze te goeder naam en faam bekend staande getuige vertelt (...) dat Van der Leeuw in de oorlog, buitenshuis, door de SD werd opgepakt en verhoord. Direct na dit verhoor ging de SD naar het onderduikadres van Van der Leeuw en spoedde zich naar een plaats met een losse plank waaronder illegaal materiaal was verborgen. Na afloop van de huiszoeking werden de heer des huizes en zijn zoon weggevoerd. Vervolgens zijn deze naar Neuengamme gedeporteerd en niet teruggekeerd. De heer Van der Leeuw (...) werd niet lang na z'n arrestatie vrijgelaten. (...) Kan het RIOD dit verhaal bevestigen?" NIOD-directeur Blom nam de zaak serieus en beloofde te laten nagaan " welke de toedracht van de door U genoemde gebeurtenissen is geweest". Met het oog daarop wilde hij graag weten wie de bron was - een vraag waarop Werkman weigerde te antwoorden.

Iedereen heeft zijn eigen oorlog - Hans van der Leeuw (81) weet het als geen ander. "We zijn allemaal getekend door '40-'45", zegt hij. "De gebeurtenissen waar u nu over wilt praten, zijn de beroerdste ervaringen van mijn leven. Het kan geen kwaad er eindelijk publiekelijk over te spreken." Tijdens diverse ontmoetingen in zijn Heemsteedse woning geeft hij uitleg. "De Sicherheitspolizei heeft mij in augustus 1944 korte tijd vastgehouden. Vier dagen na mijn vrijlating arresteerden de Duitsers vader Theo en zoon Willem Heine van mijn onderduikgezin in Woudenberg. Ze kwamen terecht in Duitse concentratiekampen, waar zij het leven lieten."

U hebt nooit gedetailleerd gesproken over uw gaan en staan in die tijd. Waar verbleef u?

"Als student scheikunde was ik medeoprichter van het illegale landelijke studentenverzet en het ondergrondse blad De Ploeg. Verder leidde ik de Groninger Contactgroep. Op 6 mei 1943 ben ik uit die stad weggegaan. Omdat ik de loyaliteitsverklaring niet had getekend, was ik er niet veilig voor de Duitsers. Ik vertrok met de rector van mijn studentencorps Vindicat, Leo van Nouhuys, naar Bilthoven om te logeren bij zijn tante. Een noodadres, voor een maand. Via mijn verloofde en latere vrouw kwam ik aan een goede onderduikplek. Haar broer Henk bracht me onder bij de familie Heine in Woudenberg. Henk was gehuwd met één van de dochters, Anneke."

Hoe zag uw onderduikplek eruit?

"Een zolderkamertje in huize Nieuwoord, de grote woning van de Heines waar ook een kippenfokkerij deel van uitmaakte. Onder de vloer zat een bergplaats, waar ik exemplaren van De Ploeg in stopte. Alleen als je heel zorgvuldig ging huiszoeken - of als je was getipt - kon je dat luik vinden."

Wisten de Heines dat u verzetswerk verrichtte?

"Dat wisten ze bliksems goed. Zij het dat ik - zoals gebruikelijk in de illegaliteit - niet tot op de puntkomma vertelde wat ik uitvoerde en in huis verborg. Met vader Theo Heine, die zijn brood verdiende middels het beheer van landgoederen, maakte ik een paar duidelijke afspraken. Ten eerste zou ik nooit illegale contacten in Woudenberg ontvangen. Ten tweede zou ik mijn adres aan een heel beperkt aantal mensen geven. Daar hield ik me aan."

Tot juni '44 ging het vlekkeloos, zegt Van der Leeuw. "Maar op de 23ste van die maand reisde ik met valse papieren en veertig bonkaarten op zak naar mijn kameraad Maarten Hartgerink in Groningen. Laat op de avond belde de Sicherheitspolizei (SIPO) aan. Ik vluchtte het dak op en klauterde naar het nabije huis van een geestverwant. Intussen had Hartgerink ook kans gezien te ontsnappen."

Op 16 augustus 1944 werd u alsnog gearresteerd. Hoe?

"Het geschiedde op het Neude, in Utrecht, in het hoofdkwartier van het verzetsblad Je Maintiendrai. Ik kwam daar met mijn Ploeg-makker Henk van Dijken een brief in ontvangst nemen die koningin Wilhelmina had geschreven voor de illegale bladen. We waren nog niet over de drempel of er werd een pistool op ons gericht. De SIPO had toevallig net de hoofdredacteur ingerekend. Wij werden naar het huis van bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans gebracht. Voordat Henk en ik op weg waren gegaan naar Je Maintiendrai, hadden we bedacht wat we zouden zeggen als zich een probleem voordeed. Je kon nooit te voorzichtig zijn. Henk en ik zeiden tegen mekaar: 'In dat Neude-gebouw zit ook een winkeltje waar je gewone boekjes kunt kopen. Als ze ons aanhouden komen we zogenaamd voor die boekjes.'"De afspraak was dat ik niet hard zou protesteren tegen een eventuele arrestatie, omdat ik weinig risico's kon nemen. Op mijn valse papieren stond dat ik bij de NS werkte en in Utrecht woonde, dus ze hoefden maar één controltelefoontje te doen en ik hing. We hadden geluk: ze lieten dat recherchewerk na."

Het klinkt nogal onwaarschijnlijk.

"Zomer '44 hadden de Duitsers geen tijd meer voor zulke grappen, joh. Ze zaten al vreselijk in het nauw. Als je verhaal een beetje klopte, was het: hup, weg. Ondertussen stond Henk op de deur van zijn cel te bonzen: 'Ik heb niks misdaan. Laat me eruit.' Kennelijk verkocht hij dat verhaal erg goed. Ze lieten ons gaan."Wat zei u tijdens het verhoor?

"Ik draaide het ingestudeerde verhaal af. Toen ze vroegen hoe ik over het verzet dacht, zei ik: 'Das sind Leute die meinen dass sie ihre Pflicht tun. Mir zu gefährlich!' Letterlijk citaat. Ik heb een buitengemeen goed geheugen. "

Waarom stelde u de familie Heine niet op de hoogte van uw arrestatie? "Hoe komt u daarbij? Dat heb ik wèl gedaan. Nog op de dag dat de Duitsers me loslieten, ben ik langs gegaan. Op 21 augustus '44. 'Mensen, er is geen reden voor zorg', zei ik."

Drie dagen later werden vader Theo en zoon Willem Heine, verdacht van 'ondergrondse arbeid', gearresteerd en weggevoerd.

Van der Leeuw vindt het "bepaald niet krankzinnig" als men concludeert dat de aanhouding van de Heines uit zijn eigen arrestatie voortvloeide. " Tenslotte zijn er in de oorlog nogal wat mensen doorgeslagen bij de Sicherheitspolizei. Maar wie denkt dat Van der Leeuw iets lelijks heeft uitgehaald, speculeert in het wilde weg. U kunt alles nagaan in het boek De ondergrondse pers 1940-1945."

Daarin staat geen woord over uw arrestatie. Opvallend, want blijkens het voorwoord in de eerste druk (1954) was u de belangrijkste adviseur van schrijfster Lydia Winkel.

"Ik wilde mezelf niet belangrijker maken dan ik was. En ik wist zeker dat het gruwelijke lot van de Heines niet te wijten was aan mij."

Toch vreemd: historicus Van der Leeuw rapporteert over van alles en nog wat in de oorlog - maar als hij over zichzelf verhaalt, laat hij een halve eeuw lang gegevens weg.

"Ach, ik ben het nu allemaal op papier aan het zetten, op verzoek van het NIOD. Blom dacht aanvankelijk dat Werkman het hele geval uit zijn duim had gezogen. 'Nou nee, Hans', zei ik. 'De feiten kloppen. Alleen de gevolgtrekking niet.' Waarop Blom zei: 'Ik hoop het. Schrijf jij het even voor me op, dan handel ik het af.' Mijn rapport zal ook tekst en uitleg geven over het lot van de Heines."

In verschillende archieven ligt materiaal opgeslagen waaruit blijkt dat vader Theo en zoon Willem Heine vanuit de gevangenis van Utrecht werden overgebracht naar kamp Amersfoort. Willem wist te ontsnappen in de verwarring die ontstond door een geallieerd bombardement. Omdat zijn vader geen kans had gezien te ontkomen, keerde hij vrijwillig naar het Lager terug. Het tweetal werd op 12 oktober '44 gedeporteerd naar het concentratiekamp Neuengamme. Zwaar werk (antitankgrachten graven) en ondervoeding eisten hun tol: Willem overleed eind november '44. Hij deelt een graf met zijn in 1966 gestorven moeder op het kerkhof van Woudenberg. Vader Theo Heine is begraven in Bergen-Belsen. Daar beleefde hij op 13 april '44 de bevrijding. Een paar weken later bezweek hij aan vlektyfus.

"Het is allemaal uiterst treurig", zegt Van der Leeuw. "Gelukkig wist mevrouw Heine dat ik er mee zat. Sterker, ik zit er nóg mee. Het verraadverhaal over mij is me eerder ter ore gekomen. Al sinds de oorlog drukt deze geschiedenis als een steen op mijn borst. Het kwam van mensen uit Woudenberg en omgeving, mensen die de klok hadden horen luiden maar niet wisten waar de klepel hing." Dan zegt Van der Leeuw iets wat nog een opmerkelijke wending aan het verhaal zal geven. "Aan de andere kant ben ik goed bevriend gebleven met een enkeling uit de Woudenberger verzetskring, bijvoorbeeld de terecht zeer beroemde Gerrit Kleinveld, die oktober '42 meedeed aan de overval op het distributiekantoor in Joure. Godzijdank hecht hij geen enkele waarde aan de geruchten over mij. 'Ze moeten ophouden met het vertellen van die onzin over jou', zei hij eens tegen me."

Hoe bent u in de loop der jaren omgegaan met de verdenkingen? "Doorleven, klaar uit. Ik weet: ik ben de oorzaak dat de Heines zijn weggevoerd, maar schuldig ben ik niet."

Half juli laat Van der Leeuw weten het rapport over zijn oorlogsgeschiedenis te hebben afgerond. "Het NIOD zal mijn bevindingen samenvatten en neemt er tegenover historicus Werkman de verantwoordelijkheid voor dat ze juist zijn."

Had Blom geen onafhankelijk onderzoeker moeten inschakelen? "Iemand van het NIOD heeft mijn stuk bekeken." Is er diepgaand aanvullend onderzoek gedaan?

"Nee. Onnodig, naar mijn smaak."

Stel dat Aantjes het Aantjesrapport had mogen maken, hoe zou het er dan uit hebben gezien? Kortom: is het verstandig u uw eigen oorlogsverleden te laten onderzoeken?

"Dat weet ik niet. Dat moeten anderen beoordelen. Ik leg nu liever uit hoe het komt dat de Heines zijn opgepakt.

"Op 6 juni 1944, D-day, arriveerde ik met de Ploeg-redactie voor beraad en rust in de molen van Langweer, Friesland. Na een week kreeg mijn verzetsvriend Hartgerink een bericht: half juni had de Sicherheitspolizei in Groningen en omgeving een stuk of wat jongens uit zijn kring gearresteerd. Daar zat Geert Goethart bij, een jong medisch student. Rot om te horen, maar schrikken hadden we inmiddels afgeleerd. Volgens Hartgerink moesten die opgepakte mensen wel héél erg doorslaan, wilde het gevolgen hebben voor ons. Naar later is gebleken, hebben de Duitsers bij één van die kameraden een kladje gevonden met verzendadressen voor De Ploeg. Hartgerink had het aan Goethart gegeven, en hem bezworen: 'Na gebruik vernietigen.' Dat was niet gebeurd. Als gevolg daarvan had de SIPO op 23 juni aangebeld bij Hartgerink, waar ik via de dakgoot moest vluchten. Pas twee maanden later gingen de Duitsers naar de andere adressen, waaronder dat van de Heines."

'Als ik niet zelf Van der Leeuw was, zou ik hem verdenken van verraad', zei u laatst met zoveel woorden tegen me, en...

"Volkomen begrijpelijk dat men zo redeneert."

...en het verhaal dat u nu vertelt neemt de verdenkingen niet volledig weg. Is dit het beloofde 'heel harde' bewijs van uw onschuld?

"Dat, meneer, komt nu." Van der Leeuw legt een stapel vergeelde paperassen op tafel. "Krap een jaar na de oorlog heeft de politie geprobeerd uit te zoeken hoe de zaak-Heine in elkaar zat. Het ministerie van Justitie heeft het onderzoek onlangs aan me afgestaan."

In de berg paperassen bevindt zich een proces-verbaal van de Politieke Recherche Afdeling Utrecht-Oost, gedateerd 22 januari 1946. Het gaat om een verklaring van Robert Wilhelm Lehnhof, in de oorlog Kriminal- Sekretr Sicherheitspolizei te Groningen ("Een mof, een enorme slechterik", zegt Van der Leeuw. "Na de oorlog geëxecuteerd"). Lehnhof doet verslag van een huiszoeking bij 'een zekere Goethart'. Daar werden 'vele illegale bladen' gevonden, 'alsmede enige lijsten met adressen waar bedoelde bladen naar toe moesten worden gezonden'. 'Ofschoon ik mij zulks niet kan herinneren, ligt het voor de hand, dat ik (...) de aanhouding heb verzocht van de betreffende studenten.' Lehnhof zegt verder niet zeker te weten of hij de SIPO-collega's in Utrecht heeft verzocht op bezoek te gaan bij de familie Heine.

Dat zo'n verzoek is gedaan, blijkt uit een andere verklaring: die van Arno Alexander Albanie, in '44 Kriminal-Sekretr Sicherheitspolizei te Utrecht. 'Op zekere dag (...) was bij ons een schrijven of een telefonisch verzoek van de SIPO uit Groningen gekomen, om een onderzoek te doen instellen ten huize van de familie Heine te Woudenberg. (...) Er bestaat de mogelijkheid, dat ik de burgemeester van Woudenberg verzocht heb die huiszoeking en arrestatie te doen.'Van der Leeuw: "De burgemeester van Woudenberg was het eigenlijke onderwerp van al deze processen-verbaal uit 1946. Maar het spitwerk van de politie wees uit dat híj de dood van de Heines niet op zijn geweten had. Alle narigheid kwam dus door de vondst van dat kladje met adressen." Van der Leeuws vinger trilt boven de getypte slotconclusie onder de processen- verbaal: 'Er is niets wat op verraad wijst'."

Dochter Anneke van de familie Heine, telefonisch benaderd, bevestigt wat naar voren komt uit de stukken van justitie. "Op een dag stond onze NSB-burgemeester met twee Landwachten voor de deur", vertelt ze. "Ze zeiden dat ze van de Sicherheitsdienst in Utrecht het verzoek hadden gekregen om huiszoeking te doen." Zonder op de hoogte te zijn van Werkmans brief aan het NIOD ontzenuwt Anneke de cruciale theorie in zijn schrijven: de arrestatieploeg zou in de woning van de Heines direct naar de bergplaats onder de zoldervloer zijn gelopen. Een locatie die Van der Leeuw aan de SIPO zou hebben verraden. "We hebben het hele huis doorgelopen", zegt ze. "Toen vroegen ze: 'Is er verder nog wat?' Ik zei: 'Ja, de zolder'. Op het moment dat wij daar kwamen, stond het luik omhoog. En daaronder vonden ze illegale dingen. "

De huiszoeking zou dus niets hebben opgeleverd als Anneke niet zo eerlijk was geweest de zolder te noemen. "Dit wist ik nog niet", zegt Van der Leeuw. " Tragisch." Hij herneemt zich: "Overigens vonden ze tijdens de huiszoeking exemplaren van De Ploeg, plus een persoonsbewijs waaruit mijn identiteit bleek. Vanaf dat moment was ik een gezocht man. Naar verluidt zei De Monyé bij het zien van mijn foto: 'Die rotkop ken ik'. De burgemeester en ik kwamen elkaar namelijk weleens tegen op het stationnetje van Maarsbergen. Mijn broer Rein gebruikt nog regelmatig Monyés uitdrukking als-ie mij begroet: 'Hé, die rotkop ken ik'. Maar de Duitsers hebben die rotkop lekker nooit te pakken gekregen." Uw vermeende verraad was na de oorlog één van de redenen voor een splijting in de familie Heine. De ruzie ging zo ver dat men niet met elkaar in het familiegraf wilde. Dochter Anneke, getrouwd met de broer van uw vrouw, bezag u positief. Dochter Cox negatief.

"En zo komen we bij de bron van alle geruchten over mij! Ik zal u dit vertellen: vermoedelijk is de echtgenoot van Cox, Evert van Voorthuizen - beiden zijn overleden - de kwaadspreker. Ik heb van verschillende kanten begrepen dat hij me niet mocht en weinig vleiend over mij sprak. Van Voorthuizen was ook een man uit de illegaliteit. Hij werkte in Joure samen met verzetsheld Gerrit Kleinveld, die - ik zeg het nóg maar eens - niks gelooft van de lasterpraatjes over mij."

Ook met Kleinveld heb ik getelefoneerd. Hij zei: 'Ik begrijp niet waarom Van der Leeuw zich op mij beroept, of zich aan mij vastklampt. Ik heb me nóóit in die zin uitgelaten.'"Merkwaardig. Hoogst merkwaardig. Waar woont hij tegenwoordig? Misschien moet ik hem eens opzoeken."

Kleinveld (84), voor de zekerheid opnieuw gebeld, reageert geëmotioneerd. "Ik zeg niks meer. Ik wil niet in deze zaak verstrikt raken. Ik ben toch al misbruikt, door iemand die vorig jaar met mij wilde spreken over de Weinrebkwestie, een onderwerp dat hem hevig fascineerde. Al pratende kwamen we op Van der Leeuw en dat is met een cassetterecorder opgenomen." Kleinveld zegt te hebben "ondervonden dat deze man de bandopname van ons gesprek ter beschikking heeft gesteld aan Werkman, en ook aan u. Daarmee handelde hij in strijd met onze afspraken. Dat zeg ik hardop. Moet u goed luisteren, ik heb op die band slechts mededelingen gedaan over Van der Leeuw die mij hebben bereikt vanuit een bepaald deel van de familie Heine. Na de oorlog heb ik van Evert en Cox gehoord wat zich zou hebben afgespeeld. Dat heb ik gereleveerd. Maar bewijzen, nee, dat kan ik het niet." Van der Leeuw reageert met een lange stilte op de onthulling. "Ik neem het Kleinveld niet kwalijk", zegt hij uiteindelijk. "Hij heeft in deze affaire misschien ondoordacht gehandeld, maar blijft in mijn ogen een van de meest bewonderenswaardige mensen uit het Nederlandse verzet."

Nog één vraag. Waarom hebt u 55 jaar gewacht met het bewijzen van uw onschuld?

"Ik wil me graag verantwoorden, ook tegenover mijn kinderen, kleinkinderen en andere familieleden. Eerder was daar geen noodzaak toe. Maar toen Werkman zijn beschuldigende brief schreef, moest ik wel in actie komen. Die man is een onbetrouwbare Weinrebist, iemand die zoekt naar bronnen die hem kunnen helpen bij het belasteren van mij, de vermaledijde auteur van het rapport waarin Weinreb wordt neergesabeld. Ik moet kapot. Maar mij krijg je niet kapot. Niet zó."

De naam Anneke, dochter van de familie Heine, is gefingeerd. Met medewerking van Tom-Jan Meeus

NRC Webpagina's
24 JULI 1999

Archief
Zaterdags Bijvoegsel



( a d v e r t e n t i e s )
WNF - Investeerin de natuur
Playboy - Alles wat mannen boeit
Centraal Beheer - Vraag vrijblijven een offerte aan

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)