|
|
|
NIEUWSSELECTIE
|
,,Als ik zeg dat ik op het Internet zit, zeggen jongeren: wat doe jij op het net? Jan met de pet op het net Monique Doppert Klaas Kuitenbrouwer besteedt gemiddeld twintig minuten per dag aan het spel en heeft nauwelijks contact met andere deelnemers. Het succes van Het rechte pad zit in de betrokkenheid van de deelnemers bij het spel. Elke deelnemer ontvangt persoonlijk geadresseerde email in zijn postbus en slim aan elkaar gekoppelde databases reageren op beslissingen en gedrag van de deelnemer. Het spel draait uiteindelijk om het maken van moreel verantwoorde keuzes: wat is fatsoen, liefde, vertrouwen en respect? De NCRV wil, geïnspireerd door het onverwachte succes van de site, meer virtuele groepen opzetten. Gedacht wordt aan discussieplatforms voor levensbeschouwelijke onderwerpen en de nationale nieuwsquiz. Het creëren van digitale gemeenschapszin kan een manier zijn om leden te binden. Daarom profileert de omroep zich met thema's die passen bij zijn identiteit, meldt Pieter van der Ploeg, directeur nieuwe media van de NCRV. Volgens publiciste Marianne van den Boomen, werkend aan een boek over virtuele gemeenschappen, drijven de niet-commerciële gemeenschappen op het enthousiasme van een of twee mensen. Zij onderhouden de infrastructuur, leiden de discussie in goede banen en zetten de toon van de groep. Als deze harde kern ermee ophoudt, stort zo'n digitale groep vaak in elkaar. Als Van den Boomen 's avonds laat een vraag post op een mailinglijst of in een nieuwsgroep, dan logt ze de volgende ochtend snel weer in om de reacties te lezen. Daarom vindt ze een virtuele gemeenschap geen abstract gegeven. ,,Het gaat immers in de eerste plaats om mensen. ,,Als deelnemer kun je je ei kwijt, een probleem oplossen of gewoon een beetje gluren en niet meedoen. Zoals je mensen bekijkt vanaf een terrasje of een gesprek afluistert in de trein.''
Pasta en wok Smulweb is een creatie van het Eindhovense bureau Online Marketing (OLM). De voor- en afkeuren van Smulwebbewoners en hun gedrag op culinair gebied worden nauwkeurig geregistreerd. Na vijf maanden op het net beschikt Smulweb over bijna vierduizend recepten, trekt de site dagelijks 1200 bezoekers en hebben bijna 8500 mensen een eigen homepage. Een gemiddeld bezoek aan Smulweb duurt circa veertig minuten, de gemiddelde leeftijd ligt boven de 35 jaar. De bewoners van Smulweb krijgen geregeld de Smulkrant gemaild, inclusief productaanbiedingen van pasta tot wok. Door de bank genomen is tien tot vijftien procent van de deelnemers van een virtuele gemeenschap echt actief. Bij OLM schatten ze dit percentage hoger. Met dertig tot veertigduizend leden hoopt OLM-directeur Rob Oostveen, over een jaar een nog levendigere Smulwebgemeenschap te hebben. Zijn inkomsten komen voornamelijk uit advertenties en marketingadvies. Elke bezoeker die zich aanmeldt, geeft zijn eet- en drinkvoorkeuren op. Daarna krijgt de nieuwkomer een homepage, een eigen Smulpagina. Deze fungeert als visitekaartje maar ook als opbergmap voor recepten en artikelen. Petra van Voorst die onder de naam Teddy op Smulweb opereert, hecht aan de anonimiteit van het kookgezelschap. ,,Ik ben geen clubmens en zal daarom nooit bij een kookclub gaan. Dit kan ik vanuit huis doen, gewoon wanneer ik wil.'' Via het gastenboek leren de Smulwebbers elkaar kennen. Van Voorst: ,,In mails vertel ik makkelijker over van alles en nog wat. Je kent elkaar toch niet.'' De virtuele gemeenschap is oorspronkelijk opgezet door activisten en ontwikkelingswerkers die elektronische uitwisselingen organiseerden over mensenrechten. Van den Boomen vraagt zich af of het neerzetten van virtuele gemeenschappen door het bedrijfsleven zal werken. ,,Marketeers leren op een sociale manier, vanuit de consument, te denken. Dat is gunstig. Het is grappig dat het bedrijfsleven iets overneemt dat in activisten-kringen is ontwikkeld. Meestal gaat het andersom. Het is waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis dat die twee groepen hetzelfde concept hanteren.''
|
NRC Webpagina's
13 FEBRUARI 1999
|
Bovenkant pagina |