U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   V O O R P A G I N A
Is uw bedrijf dag en nacht bereikbaar?
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

S c h a k e l s
Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Orde van Advocaten


Advocaat mag in risico zaak delen

Door onze redacteur BRAM POLS
DEN HAAG, 22 JAN. Nederlandse advocaten mogen net als hun Amerikaanse collega's op basis van 'no-cure-no-pay' werken. Bovendien mogen ze met hun cliënten afspreken een deel van een toegewezen schadevergoeding in rekening te brengen als salaris.

Dat heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit bepaald in een voorlopige uitspraak. Tot nog toe verbiedt de Nederlandse Orde van Advocaten haar leden zaken te aanvaarden waarbij de honorering afhankelijk is van de uitslag. Volgens de NMa, toezichthouder op marktwerking, strijdt dit verbod met de Mededingingswet.

De Orde, waarbij tienduizend advocaten zijn aangesloten, krijgt nu zes weken te tijd om commentaar te leveren op de uitspraak. Daarna velt de NMa een definitief oordeel. De algemeen deken van de Orde, mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, gaat ervan uit dat de Orde tijd genoeg heeft om de NMa op andere gedachten te brengen. Het oordeel van de NMa volgt op een klacht van de Amsterdamse advocaat mr. G. Engelgeer, gespecialiseerd in juridische bijstand bij letselschade en medische fouten. Hij tekende bezwaar aan tegen de honoreringsvoorschriften omdat hij die beschouwt als kartelvorming. De klacht tegen regel 25 van de Gedragsregels voor advocaten - die 'no-cure-no-pay' en 'quota pars litis' (een percentage van de opbrengst) verbiedt - is namens Engelgeer vorig jaar ingediend door de Amsterdamse advocaat mr. H.J.M. Boukema. De gedragsregels, opgesteld door de Orde van Advocaten, vormen een aanvulling op de Advocatenwet. Die regels vormen een leidraad voor de advocaat en moeten voorkomen dat 'hij in strijd handelt met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt'.

Regel 25 stelt ten aanzien van no-cure-no-pay: ,,Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen dat slechts bij het behalen van een bepaald gevolg salaris in rekening wordt gebracht.'' Wat betreft het 'quota pars litis-verbod': ,,De advocaat mag niet overeenkomen dat het salaris een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg. ''

Boukema wijst erop dat een advocaat in Nederland op grond van de Advocatenwet verplicht is lid van de Orde te worden zodra hij zich heeft ingeschreven bij een rechtbank. Door het tuchtrecht van de Orde kan de advocaat ook 'van het tableau worden geschrapt', zodat hij zijn vak niet meer kan uitoefenen. Vraag voor de NMa is of de Orde moet worden gezien als een ondernemersvereniging, want in dat geval is de Mededingingswet op de organisatie van toepassing. Op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie in Luxemburg moet worden gesteld dat advocaten ondernemers zijn, aldus de NMa. Daaruit volgt dat de Orde, behalve een publiekrechtelijk lichaam, ook een ondernemersvereniging is die onder de Mededingingswet valt. De toezichthouder stelt verder vast dat de Advocatenwet de Orde niet dwingt regels op te stellen over zaken als no-cure-no-pay. Het verbod daarop is dus, vindt de NMa, een 'autonome gedraging' van een beroepsvereniging. ,,Bepaalde wijzen van berekenen van honoraria voor advocaten worden categorisch en collectief uitgesloten. Dit betekent dat advocaten en de praktijkvennootschappen waarbinnen zij als zodanig werkzaam zijn, worden beperkt in hun vrijheid hun commerciële beleid zelf te bepalen ten aanzien van één van de meest essentiële concurrentieparameters, te weten de prijs,'' aldus de NMA.

Het ministerie van Justitie en de Orde brengen daartegen in dat de desbetreffende regels niet 'tot doel' hebben de concurrentie te beperken. Zij dienen een algemeen belang en zijn daarom ook niet in strijd met het mededingingsrecht, zo stellen het ministerie en de Orde.

Dat verweer legt de NMa naast zich neer: ,,In zijn algemeenheid strekken prijsregelingen ertoe de mededinging te beperken. De desbetreffende bepalingen in de Gedragsregels vormen daarop geen uitzondering. Bij het vaststellen van deze bepaling is er immers doelbewust voor gekozen dat advocaten elkaar geen concurrentie aandoen bij het verwerven van opdrachten.'' De salarisregels van de Orde verklaart de NMa derhalve nietig.

De mededingingsautoriteit voegt daaraan toe dat niet alleen deze regels in strijd zijn met de wet. Ook andere gedragsregels, autonoom door de Orde vastgesteld, 'verhinderen, beperken of vervalsen' concurrentie. Daarmee neemt de NMa een voorschot op een andere procedure die Boukema bij de Raad van State heeft aangespannen tegen een verbod van de Orde. Hierbij gaat het om de bepaling dat advocaten- en accountantskantoren niet mogen fuseren.

NRC Webpagina's
22 JANUARI 1999



( a d v e r t e n t i e s )

Domicilie Cover

Domicilie,
voor wie zich vestigt in het buitenland.

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)