U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
    M E D I A  
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

'Zonder aftappen gaan echt niet alle criminelen vrijuit'

'Gecodeerd bericht? Niets aan doen'


Cryptografie is omstreden: een zegen voor de privacy, een kwelling voor de politie die het berichtenverkeer van criminelen wil volgen. Wat moet de overheid doen? Niets, concludeert Bert-Jaap Koops.

Door onze redacteur DICK VAN EIJK

TILBURG, 8 JAN. Het coderen van informatie met de bedoeling dat onbevoegden er geen kennis meer van kunnen nemen: dat is cryptografie. Het principe is al duizenden jaren oud en wordt over de hele wereld toegepast. Tot voor enkele decennia gebeurde het mondjesmaat, want dat coderen was monnikenwerk, en het ontcijferen van een gecodeerde boodschap al evenzeer. Spionnen en diplomaten waren er het meest bedreven in.

Met de komst van de computer is daarin verandering gekomen. Omvangrijke documenten kunnen in een fractie van een seconde worden gecodeerd en, door wie over de juiste sleutel beschikt, worden ontcijferd. De miljarden transacties die banken via computernetwerken met elkaar uitvoeren, zouden ondenkbaar zijn zonder een stevige beveiliging met een code die vrijwel niet kan worden gekraakt. Maar ook gewone mensen kunnen gebruik maken van cryptografie, bijvoorbeeld bij het versturen van e-mail. Bij sommige e-mailpakketten kan het gebruik zelfs nagenoeg worden geautomatiseerd. In een GSM-telefoon zit cryptografie standaard ingebouwd. Je kunt het niet eens uitzetten. Afluisteren van telefoongesprekken met een gewone scanner - een fluitje van een cent bij de ouderwetse autotelefoon - kan daardoor niet meer bij een GSM-toestel. Politie, justitie en veiligheidsdiensten maken zich zorgen over de verspreiding van krachtige codeertechnieken onder gewone mensen, en daarmee ook onder criminelen, terroristen en ander gespuis. Het bemoeilijkt het afluisteren van telefoongesprekken, het meelezen van onderschepte e-mail of het bekijken van informatie die is opgeslagen op de harde schijf van een in beslag genomen computer. Enkele jaren geleden lag in Nederland dan ook een - inmiddels ingetrokken - wetsvoorstel ter tafel om het gebruik van krachtige cryptografie aan een vergunning te binden. In de Verenigde Staten bepleit de overheid al jaren dat codeersystemen een achterdeurtje krijgen waardoor politie en veiligheidsdiensten kunnen meekijken.

Dergelijke pleidooien leiden tot hoon en verzet van een bonte coalitie van privacy-adepten, cryptografen en Internet-activisten. ,,Wat mij dwarszit, is dat beide kampen nauwelijks naar elkaar luisteren'', zegt Bert-Jaap Koops, die woensdag aan de Katholieke Universiteit Brabant promoveerde op een onderzoek naar deze controverse. ,,Ze herhalen alleen hun eigen standpunten. Zo komt een oplossing niet dichterbij.''

Koops bedacht een procedure om wél tot een oplossing te komen, daarbij gebruik makend van de 'sluier der onwetendheid', een truc die hij afkeek van de Amerikaanse sociaal-filosoof John Rawls. Hij zette een gedachte-experiment op waarbij vier mensen vanuit vier perspectieven samen een oplossing moeten vinden. De sluier der onwetendheid houdt in dat de mensen niet weten wélke positie zij na hun besluit in de samenleving zullen innemen: verdachte of politieagent, zakenman of keurige burger die gebruik maakt van cryptografie. Door die sluier wordt het eigenbelang uit de discussie gefilterd en komen argumenten beter tot hun recht. En omdat iedereen in de positie van de zwakste kan komen te verkeren, zal men ernaar streven de positie van de zwakste partij zo sterk mogelijk te maken.

Het viertal buigt zich in Koops' gedachte-experiment vervolgens over allerlei voorgestelde oplossingen in de crypto-controverse. Ze stellen daarvoor eerst vast wie eigenlijk de zwakste partij is in de Nederlandse context. Dat is de gewone burger die cryptografie gebruikt, laat Koops zijn viertal concluderen. Die heeft het meeste te verliezen, namelijk zijn privacy. Zeker, ook voor de politie staat wat op het spel - de mogelijkheid om gemakkelijk af te luisteren - maar die houdt nog vele andere opsporingsmethoden over. Het is echt niet zo dat alle criminelen vrijuit gaan als er niet getapt kan worden. En de verdachte kan zich nog altijd beroepen op een stevig verankerd recht op een eerlijk proces. Voor de zakenman staat er winst op het spel, maar dat is ondergeschikt aan fundamentele rechten als privacy, vrij zijn van misdaad en het recht op een eerlijk proces.

Een keur aan oplossingsrichtingen passeert vervolgens de revue, van het stimuleren van het gebruik van codeersystemen met een achterdeurtje voor de politie tot de verplichting om op bevel een gecodeerd bericht te ontcijferen, van het uitbreiden van overige opsporingsbevoegdheden van de politie (zoals afluisteren met richtmicrofoons) tot niets doen. Kortom: de vier concluderen dat de overheid voorlopig niets moet doen, niet uit laksheid, maar als bewuste beleidsdaad.

Vooralsnog verliest de politie daarbij minder dan ze roept, aldus Koops: ,, Uitspraken dat de aftapbaarheid van communicatie een groot probleem wordt, zijn meer gebaseerd op theorie dan op praktijk. De politie komt met weinig zaken op de proppen die mislopen, omdat er versleuteling in het spel is. Meestal is die óf te kraken óf is er voldoende ander bewijs voorhanden. Dat heeft me zelf ook wel verbaasd. Toen ik vier jaar geleden aan dit project begon, was er vrijwel niks bekend over zaken die misliepen door cryptografie, maar ik verwachtte dat dat snel zou veranderen. Dat is niet gebeurd.'' Niets doen dus, omdat het probleem (voor de politie) nog niet zo groot is. Wanneer is het erg genoeg? ,,Als blijkt dat belangrijke misdadigers niet meer op te sporen of te vervolgen zijn.''

Als je dan iets doet, moet je nog beslissen wát je doet. Van veel maatregelen is de effectiviteit twijfelachtig. Het stimuleren van codeersystemen met een achterdeurtje heeft juist op criminelen weinig effect. Zij zullen toch systemen zonder achterdeurtje gebruiken, die volop verkrijgbaar zijn. Als criminaliteit het probleem is, moet je maatregelen nemen die specifiek daarop gericht zijn. Koops denkt dan aan ruimere opsporingsbevoegdheden en eventueel de verplichting tot het verstrekken van de sleutel om een gecodeerd bericht te ontcijferen.

Mijmerend over de toekomst, als constatering in de marge van zijn onderzoek, zegt hij: ,,Misschien moeten politie en beleidsmakers zich ermee verzoenen dat het aftappen van berichtenverkeer door de voortschrijdende techniek nu eenmaal minder effectief wordt, en zich in plaats daarvan concentreren op andere opsporingsmethoden.''

NRC Webpagina's
8 JANUARI 1999


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)