|
|
|
NIEUWSSELECTIE Verenigde naties Ministerie van Buitenlandse zaken Ministerie van Binnenlandse Zaken Navo over haar rol in de vredesoperatie Amnesty International over de situatie in Kosovo
|
H O O F D A R T I K E L :
Resolutie
Door nu geen dwangmaatregelen te nemen, maar ze onder verwijzing naar Hoofdstuk VII van het VN-Handvest wel in het vooruitzicht te stellen, ontneemt de raad de NAVO praktisch de mogelijkheid om al op voorhand met militaire middelen in te grijpen. Dat is de betekenis van de boodschap die vannacht vanuit New York is verzonden naar het Portugese Vilamoura, waar de ministers van Defensie van de Atlantische Verdragsorganisatie zich vandaag over de kwestie-Kosovo beraden. Nog op 15 juni verklaarde de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, sprekend over Kosovo, dat de NAVO ook zonder een VN-mandaat kon optreden. Een resolutie van de Veiligheidsraad was gewenst, maar niet noodzakelijk. De woordvoerder verwees naar artikel 51 van het Handvest en naar het verdrag van Washington die zelfverdediging vooruitlopend op een uitspraak van de raad mogelijk maken. Ook hadden de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO, in Londen bijeen, vastgesteld dat het conflict in Kosovo de veiligheid van Europa bedreigde. Maar nu de Veiligheidsraad zich heeft uitgelaten over eventueel gebruik van geweld, zonder daartoe acuut opdracht te geven, lijkt de redenering van het State Department niet meer van toepassing op de actuele situatie.
HOEWEL DE RESOLUTIE in het diplomatieke vocabulaire ,,week'' wordt genoemd, wordt de Russische instemming met de formulering als winst geboekt. Tot dusver verzette het Kremlin zich in alle toonaarden tegen militair ingrijpen van de NAVO in Kosovo. Redenen: de Russen moeten niets hebben van een activistische NAVO en zij zijn huiverig voor het precedent van buitenlandse interventie in interne aangelegenheden. In Tjetsjenië hebben zijzelf de internationale bemoeizucht nog kunnen weren. Ook de Chinezen hebben problemen met hun minderheden. Denk aan Tibet. Zij hebben zich van stemming onthouden. De vraag is of de resolutie voldoende indruk maakt op Milosević, de president van rest-Joegoslavië, om hem tot inkeer te bewegen. De Serviërs bevinden zich in een veel sterkere uitgangspositie dan toen de NAVO, al weer maanden geleden, haar intimidatie-oefeningen in het luchtruim van een paar buurlanden hield. Toen waren de Kosovaarse rebellen aan de winnende hand. Nu zijn zij op de vlucht, voorzover zij niet naar Albanië zijn uitgeweken. Het is onwaarschijnlijk dat de Serviërs de Kosovaren de kans zullen geven om zich van hun nederlaag te herstellen.
|
NRC Webpagina's
24 SEPTEMBER 1998
|
Bovenkant pagina |