U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
     
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

 DOSSIER ZAÏRE

 INTRODUCTIE

 ACTUEEL

 NIEUWSOVERZICHT

 MOBUTU

 TIJDBALK

 GESCHIEDENIS & ACHTERGRONDEN

 KAARTEN

 FOTO'S

 LINKS

Geschiedenis & achtergronden


Kabila zal het niet makkelijk krijgen
Filip Reyntjes
Zal de Alliantie van rebellenleider Kabila bij elkaar blijven, nu ze de macht in het vroegere Zaïre veroverd heeft, vraagt Filip Reyntjens zich af. Er komt steeds meer verzet tegen de Tutsi-dominantie.

Dankzij de uitzonderlijke zwakte van het Zaïrese leger en massale regionale en internationale steun heeft Kabila's Alliantie nu de macht kunnen grijpen in Congo/Zaïre. Het is erg vlot verlopen en zonder veel bloedvergieten en materiële schade - indien tenminste niet wordt gelet op de verschrikkelijke schendingen van de mensenrechten waarvan de Rwandese vluchtelingen en sommige lokale bevolkingsgroepen het slachtoffer zijn geweest en in het oosten nog steeds zijn.

Dat Kabila, en om het even wie de macht uitoefent, op dit moment voor enorme uitdagingen staat, spreekt vanzelf. Na dertig jaar roofbouw zal de mentale en materiële wederopbouw van Congo/Zaïre een titanenwerk zijn. Maar die wederopbouw kan slechts plaatsvinden in een context van politieke stabiliteit. Dit wordt voor Kabila en de zijnen veel moeilijker en gevaarlijker dan hun met succes bekroonde rebellie.

De Alliantie werd opgericht op 18 oktober 1996, een maand na het uitbreken van de zogenaamde Banayamulenge-opstand. Kabila werd toen aangesteld als 'woordvoerder', maar hij is zich al snel daarna 'voorzitter' gaan noemen. En nu heeft hij zich dan benoemd tot 'President van de Democratische Republiek Congo'. Van de vier bewegingen die de Alliantie uitmaakten, bestond tot dan toe alleen Kabila's PRP, sedert het einde van de jaren zestig. Andere krachten hebben zich daarna nog achter de Alliantie geschaard, maar zonder dat ze er formeel deel van uitmaakten.

Dit losse karakter van de coalitie is conjunctureel, niet structureel. Het doel van iedereen was een einde te maken aan het regime van Mobutu. Maar de vraag is nu of de Alliantie ook eendrachtig zal blijven, nu haar doel is bereikt. Welke relatie zal ze met andere politieke en sociale krachten ontwikkelen? Welke houding zullen de buitenlandse sponsors van de rebellie aannemen? Het antwoord op deze vragen zal bepalend zijn voor de toekomst van Congo/Zaïre.

De Alliantie en haar partners zijn allesbehalve homogeen. De interne tegenstellingen die al eerder aan het licht zijn gekomen, kunnen voor een intense interne strijd gaan zorgen. In de beide Kivu-streken, het beginpunt van de rebellie, zijn al maandenlang spanningen voelbaar. Etnische milities zoals de Maï-Maï hebben de wapens tegen de Alliantie opgenomen en ook andere groepen in het oosten verzetten zich steeds meer tegen hetgeen zij aanvoelen als een Tutsi-dominantie. Kisasa Ngandu, een van de oprichters van de Alliantie, is wellicht het slachtoffer geworden van een interne afrekening.

De voormalige Katangese gendarmes die een belangrijke militaire rol hebben gespeeld gedurende het tweede deel van de oorlog, grosso modo sinds de val van Kisangani, zullen hun deel van de macht opeisen. Ze zijn uitgegroeid tot een factor van formaat en hebben in het recente verleden al geweigerd bevelen van de 'Rwandese' commandanten van de Alliantie op te volgen. Het lijkt erop dat het vooral gendarmes zijn die Kinshasa controleren. Dat geeft hun politieke vleugel, de Conseil National de la Révolution, een aardige troef in handen. Het verhaal van de derde hond?

Even aannemend dat de Alliantie niet uit elkaar valt, dan wordt de centrale vraag hoe breed de machtsbasis van het nieuwe regime zal zijn. Het zou voor de Alliantie moeilijk worden het land te besturen zonder en a fortiori tegen de interne oppositie en de civiele maatschappij. Kabila zou dan een repressie-apparaat moeten ontwikkelen waarvoor hij niet alleen de middelen niet heeft, maar dat bovendien geen efficiënt bestuur zou toelaten. Hij beschikt daarvoor ook niet over het noodzakelijke politieke en administratieve personeel. Tot nog toe heeft hij in grote mate een beroep gedaan op Congolezen/Zaïrezen van de diaspora, maar de spoeling wordt wel dun. Een goede illustratie is de loopbaan van Kabila's neef Gaëtan Kakudji, die achtereenvolgens vertegenwoordiger van de Alliantie in Europa was, co-'minister' van Buitenlandse Zaken en gouverneur van Katanga.

Dit doet de vraag rijzen naar de democratische intenties van de Alliantie. Over het vooruitzicht van verkiezingen en de plaats van opposanten zoals Tshisekedi heeft Kabila steeds de grootste onduidelijkheid laten bestaan. Zijn prestaties op het vlak van de mensenrechten zijn ook allerminst overtuigend. Maar de oppositie zal niet accepteren dat het democratiseringsproces nu opnieuw op de lange baan wordt geschoven.

De enige geruststelling die Kabila zou kunnen geven, is de handhaving van het politieke pluralisme, de installatie van een brede overgangsregering en de organisatie van verkiezingen binnen een termijn die de twee jaar niet mag overstijgen. Het alternatief is nieuw geweld en instabiliteit.

Wat kunnen en willen buitenlandse bondgenoten van de Alliantie? Het lijkt er sterk op dat de Verenigde Staten, die de rebellie aanvankelijk gunstig gezind waren, alle controle over Kabila hebben verloren. De officiële VS althans, want Noord-Amerikaanse speculanten vrijen Kabila met succes op, om honderd jaar na dato het Afrique des comptoirs nog eens over te doen.

De belangen van de regionale bondgenoten hoeven niet parallel te lopen. Zo zijn de veiligheidsbehoeften die Rwanda en Uganda aan Kabila binden, wellicht verschillend van die van Angola, dat sterk gelieerd is aan de Katangese gendarmes. En Zuid-Afrika is recent door Kabila té dikwijls in de wind gezet om niet ongerust te zijn over zijn betrouwbaarheid en regeerstijl.

Het is duidelijk, het beslissende moment nadert. Er zijn veel militaire en politieke partijen en op hun agenda's staan rebellie, afscheidingen, de opkomst van lokale krijgsheren, blinde repressie, wraak en de implosie van het land nog vóór een nieuw regime behoorlijk in het zadel zit. Die risico's vormen niet alleen een bedreiging voor Congo/Zaïre, maar voor geheel Afrika. Congo/Zaïre telt negen buurlanden, waarvan er zeven instabiel zijn (ik reken Tanzania en Zambia even tot de stabiele landen).

Redenen te over om ervoor te zorgen dat de verandering waarop de Congolezen/Zaïrezen al zo lang wachten, op een behoorlijke manier verloopt. Zullen Kabila en zijn binnen- en buitenlandse partners inzien welke historische verantwoordelijkheid zij dragen? Of zullen de pure machtspolitiek en het kortetermijndenken het opnieuw winnen?

Filip Reyntjens is hoogleraar aan de universiteiten van Antwerpen, Leuven en Brussel.

(NRC Handelsblad / Opinie, 20 mei 1997)

NRC Webpagina's
mei 1997

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) MEI 1997