K U N S T
|
NIEUWSSELECTIE
|
In Amsterdam, Rialto; Rotterdam, Lantaren/Venster. Het jongetje dat zijn vader terug wilde
Door PIETER STEINZ
De jongen die niet meer praatte van Ben Sombogaart (over Koerdische vluchtelingen) en Lazarus van de Pool Waldemar Dziki (over een getraumatiseerd adoptiekind) hebben inmiddels een bioscooproulement gekregen; nu is het de beurt aan Anton van de debuterende Deense regisseur Aage Rais. Anton gaat over een tienjarig jongetje dat er na vijf jaar nog steeds niet in geslaagd is om de dood van zijn vader, een straaljagerpiloot, te verwerken. Hij sluit zich af voor zijn omgeving, en bouwt in de garage van zijn huis aan een groot propellervliegtuig, waarmee hij hoopt, net als zijn vader, 'engelen naar de hemel te vervoeren.' Schoolkameraadjes heeft hij nauwelijks en door zijn buurkinderen wordt hij gepest; zijn enige vriend is een vuilnisverwerker op een afvalbelt, die de rol van vader op zich heeft genomen en filosofische gesprekken met hem voert. Eenzaamheid en rouwverwerking zijn de belangrijkste thema's van Aage Rais, die mede het scenario schreef en de jonge acteurs uitstekend regisseerde. Maar anders dan in een vergelijkbare film als Mijn leven als hond (Lasse Hallström, 1985) ontbreekt het in Anton aan comic relief: de ellende, variërend van Antons bedplassen tot het in brand vliegen van het zelfgebouwde vliegtuig, wordt langzaam opgehoopt, zonder dat de (jonge) kijker de gelegenheid krijgt om de spanning van zich af te lachen. Zelfs het filmisch prachtige en onverwacht gelukkige einde kan niet verhinderen dat je bedrukt de bioscoop verlaat.
|
NRC Webpagina's
26 MAART 1997
|
Bovenkant pagina |