NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

Rijksbegroting 2001

Nieuws

Plannen
per departement

Troonrede

Algemene Beschouwingen

Rijksbegroting:
Hoe en wat?

Links

'Zalmnorm' handhaven


Waarschijnlijk sluit de overheidsbegroting over het zojuist verstreken jaar met een overschot van zeventien miljard gulden. De belastingmeevallers buitelen over elkaar heen, terwijl minder geld nodig is voor rente op de staatsschuld en voor uitkeringen aan economisch niet-actieven.

De florissante staat van de overheidsfinanciën leidt tot aandrang op schatkistbewaarder Zalm om wat scheutiger te zijn en extra geld uit te trekken, met name voor zorg, onderwijs en politie. De algemene verwachting is dat zodoende wachtlijsten voor heupoperaties zullen verdwijnen, mensen eerder thuiszorg krijgen, afbladderende schoolgebouwen kunnen worden opgeknapt, en grote en kleine misdaden effectiever kunnen worden bestreden. Pressie om de overheidsuitgaven op te schroeven weerspiegelt het breed gedragen gevoel dat de collectieve sector op rantsoen staat, terwijl tegelijkertijd sommige consumenten van gekkigheid niet weten aan welke spullen ze hun geld zullen spenderen. De huidige pleidooien voor hogere collectieve uitgaven berusten evenwel op een groot misverstand. Het is niet waar dat méér geld de bij collectieve voorzieningen bestaande problemen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Bovendien kan de doelmatigheid omhoog. Hierdoor krijgen belastingbetalers meer en betere voorzieningen voor hetzelfde geld. De afgelopen jaren zijn miljarden extra voor de zorg uitgetrokken. Dat geld lijkt in een bodemloze put te zijn verdwenen. Wachtlijsten werden nauwelijks korter. Hoe kan de zorgsector efficiënter werken? Personeelstekorten zijn grotendeels opgelost zodra ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid worden teruggebracht tot het niveau dat elders in de economie gebruikelijk is. Huisartsen kunnen eerder beginnen wanneer hun nodeloos lange opleiding wordt bekort. Nog een voorbeeld. In zijn nieuwjaarstoespraak benadrukt de Amsterdamse hoofdcommissaris hoeveel mankracht de politie kwijt is aan begeleiding van grote evenementen. Wanneer gemeenten een einde maken aan de directe en indirecte subsidiëring van het betaalde voetbal komen enkele honderden miljoenen vrij voor onderhoud van schoolgebouwen en krijgt de politie meer tijd om aangiften van de burgerij serieus in behandeling te nemen.

Pleitbezorgers van hogere uitgaven vergeten bovendien dat het begrotingsoverschot van dit moment hoofdzakelijk te danken is aan de gunstige conjunctuur. Het komend jaar zwakt de economische groei af tot drie procent, mogelijk nog minder. Dat hangt mede af van het tempo waarin de Amerikaanse economie afkoelt. Daarmee komt grotendeels een einde aan de belastingmeevallers. Anderzijds stokt de daling van de werkloosheid. Er is dus weer meer geld voor sociale uitkeringen nodig. Daarenboven vergt verbetering van de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel de nodige extra middelen. De ambtenarenbonden spiegelen zich aan loonsverbeteringen in de bedrijven en eisen ten minste vijf procent extra. Onder deze omstandigheden verdampt het overschot binnen de kortste keren. Anders gezegd, bij een neutrale stand van de conjunctuur is de begroting in evenwicht, en staat zij niet langer in de plus. Daarmee voldoet Nederland precies aan de budgettaire afspraak die de lidstaten van de Europese Unie met elkaar hebben gemaakt. Ruimte voor extra uitgavenverhoging is er dus niet. Zou desondanks worden besloten de uitgaven nu te verhogen, dan zijn extra bezuinigingen nodig zodra de economische bedrijvigheid in de nabije toekomst wat minder wordt. De besluitvorming over de rijksbegroting raakt dan gemakkelijk in een noodlottige cyclus waarbij het kabinet om de haverklap tot nieuwe ombuigingen moet besluiten. De grote winst van de in 1994 van kracht geworden 'Zalmnorm' is dat de tot dan gebruikelijke hectiek rondom de begroting sindsdien tot het verleden hoort. De Zalmnorm houdt in dat regeringspartijen bij het sluiten van het regeerakkoord onder andere plafonds voor de uitgaven afspreken. Volgens de in 1998 gemaakte afspraken stijgen de overheidsuitgaven in deze kabinetsperiode met ongeveer acht miljard gulden. Reëel, in volume. Voor dat geld kunnen méér ziekenverzorgenden en agenten in dienst worden genomen, en wordt de financiële armslag van gemeenten en provincies verruimd. De crux is dat de uitgaven vastliggen, ongeacht schommelingen van de conjunctuur. In jaren dat de economie nauwelijks groeit, gaan de collectieve uitgaven toch omhoog. Omgekeerd blijven de collectieve uitgaven wat achter in jaren dat de economische bedrijvigheid uitbundig toeneemt, zoals in de periode 1998- 2000 het geval is geweest.

Treden meevallers op, dan mag de hele ruimte die daardoor beneden het uitgavenplafond ontstaat worden gebruikt om uitgaven voor andere posten te verhogen. Vooral door meevallende rentelasten kon in de begroting voor dit jaar - in aanvulling op de afspraken uit het regeerakkoord - zeven miljard gulden extra worden uitgetrokken voor zorg, onderwijs en zo meer. De Macro Economische Verkenning 2001 van het Centraal Planbureau laat de resultaten van dit beleid zien (p.211): na correctie voor loon- en prijsstijgingen groeit het onderwijsvolume in de periode 1999-2001 met ruim tien procent. Het volume van de zorg neemt zelfs met ruim dertien procent toe, en loopt daarmee precies in de pas met de volumegroei van de totale binnenlandse productie. Deze cijfers tonen aan dat verhalen over publieke armoede te midden van private rijkdom ongegrond zijn.

De minister van Financiën gaat zware maanden tegemoet. Hopelijk weet de heer Zalm de hand op de knip te houden. Sectoren als zorg en onderwijs beschikken dankzij de vastgestelde uitgavenplafonds en sindsdien opgetreden meevallers over extra geld genoeg. Het gaat er vooral om die extra middelen om te zetten in meer en betere dienstverlening waar de burger direct iets van merkt.

Flip de Kam

NRC Webpagina's
4 januari 2001

Den Haag

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad