U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier DNA

Nieuws

DNA-bank

Klonen

Humane Genoom

Chromosomen

Links

Hoogleraar erfelijkheidsleer C. Buys

'Doceer genetica op de basisschool'


Voor de dilemma's die de gentechnologie veroorzaakt, bestaat weinig aandacht, vindt de Groningse hoogleraar Buys. Het basisonderwijs kan uitkomst bieden.

Door een onzer redacteuren

ROTTERDAM, 14 FEBR. C.H.C.M. Buys, hoogleraar antropogenetica (erfelijkheidsleer) aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofd klinische genetica van het Academisch Ziekenhuis Groningen was niet verbaasd toen deze week bekend werd dat de mens maar tweemaal zoveel genen heeft als het fruitvliegje.

"Ik ben daardoor niet teleurgesteld. Eerder dachten we dat genen drie procent van ons dna uitmaakten, nu blijkt dat één procent te zijn. Maar we wisten allang dat het in kaart brengen van genen een lastige klus was."

Wat zit er eigenlijk in al die extra genen die het fruitvliegje niet heeft?

"Er is weinig over bekend maar ik denk zelf dat een belangrijk verschil ligt in genen die te maken hebben met ons spraak- en communicatievermogen. Verder verschillen we toch nauwelijks van de mensaap? Als je kijkt naar de overeenkomst tussen de ontwikkeling van een baby en die van een mensaap is er in het begin nauwelijks verschil."

Wat betekent het nieuws dat wij relatief weinig genen hebben voor het traceren van bijvoorbeeld een agressiviteitsgen?

"Een agressiviteitsgen bestaat niet. Het kan zijn dat defecten aan verschillende genen agressief gedrag veroorzaken. Maar een factor twee of drie waarmee het aantal genen nu kleiner blijkt dan we eerst dachten, maakt niet zo heel veel verschil in de manier waarop je eigenschappen van een gen onderzoekt. De onderzoeksstrategie zal niet veranderen. Dat kan alleen met enorm grote onderzoeksgroepen, en controlegroepen. En dat wisten we al. De Fries-Groningse populatie, anderhalf tot twee miljoen mensen, is daarvoor bijvoorbeeld heel geschikt. Ook omdat Friezen en Groningers afstammen van een relatief klein aantal voorouders en vrij weinig invloed van buiten hebben ondergaan.

Wat zijn mogelijke toepassingen van gentechnologie over tien jaar?

Over tien jaar zullen we vermoedelijk de belangrijkste varianten van genen kennen die ten grondslag liggen aan veel voorkomende algemene ziekten. Dan kunnen we zeggen: 'uw risico op deze ziekte is groter of kleiner dan gemiddeld. Nu geven we alleen algemene gezondheidsadviezen, bijvoorbeeld om niet te veel friet met mayonaise te eten. Over tien jaar kunnen we zeggen, u kunt best veel mayonaise eten, want u hebt weinig kans op een te hoog cholestrolgehalte. Ook zal het dan veel vaker voorkomen dat mensen verschillende medicijnen krijgen voor dezelfde kwaal op basis van hun genvarianten. Omdat we dan vooraf al weten of een medicijn al dan niet zal aanslaan.

En over honderd jaar?

Daar kan ik niets over zeggen omdat dat alles te maken heeft met hoe deze samenleving zich ontwikkelt. Hoe groot is over honderd jaar het respect voor elkaars overtuiging nog? Hoeveel vrijheid willen wij mensen geven. Accepteren wij dan dat mensen een kind geboren laten worden met een ernstige erfelijke handicap?

Over dit soort dillemma's denkt de samenleving veel te weinig na. Kinderen moeten op de basisschool onderwijs krijgen in de genetica. Omdat die wetenschap zo complex wordt, kun je er niet vroeg genoeg mee beginnen. De samenleving moet antwoorden formuleren op vragen die genetica oproept. Dat gebeurt nu niet. Vooral politici hebben bedroevend weinig interesse.

Hoe kun je scholieren interesseren als dat bij politici al niet lukt?

Als de huidige politici onderwijs in genetica hadden gehad, waren ze nu geÏnteresseerder.

NRC Webpagina's
14 februari 2001

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad