|
|
|
NIEUWSSELECTIE Dossier IRT-affaire
|
Agenten infiltreren in Rotterdamse onderwereld
Door een onzer redacteuren
Nooit eerder is in een strafrechtelijk onderzoek zo royaal gebruikgemaakt van infiltraties in het criminele milieu. Door de acties van undercoveragenten
Om de ongekende infiltratie-operatie met succes te kunnen uitvoeren, heeft de Nederlandse politie vanaf 1999 een beroep gedaan op Duitse en Engelse collega's. De twee landen leenden vijf agenten uit die onder regie van de Nederlandse justitie contacten aanknoopten in de Rotterdamse drugsscene.
Justitie besloot tot dit verregaande opsporingsmiddel, omdat de politie na bijna tien jaar van vergeefse onderzoeken wilde afrekenen met de vermeend grootste drugshandelaar in de regio, de 56-jarige Cock S. In 1995 moest een groot drugsonderzoek naar hem worden afgeblazen, omdat uitlekte dat justitie met hulp van IRT-agenten op grote schaal zelf drugs op de markt had gebracht om hem te kunnen betrappen.
Cock S. werd op 5 december vorig jaar thuis in Schiedam van zijn bed gelicht. Mede op grond van zijn ontboezemingen tegenover de politie-infiltranten wordt hij nu door justitie aangemerkt als hoofdverdachte van een zeer omvangrijke drugsbende.
Bij de Rotterdamse politie valt te vernemen dat de langdurige politie-infiltratie, die door de top van het openbaar ministerie is goedgekeurd, nodig was omdat justitie sinds de IRT-affaire geen criminele burgerinfiltranten meer mag gebruiken. ,,Het kost politiemensen nu eenmaal meer tijd om een vertrouwenspositie in de onderwereld op te bouwen'', aldus een hooggeplaatste opsporingsambtenaar.
De advocaat van Cock S., Tj. van der Spoel, meent dat het door de omvangrijke infiltratie voor justitie ondoenlijk moet zijn geweest om voldoende regie uit te oefenen op deze undercoveractie. ,,Gelet op de ontsporingen uit het verleden had justitie meer behoedzaamheid gepast.''
|
NRC Webpagina's 23 MAART 2001
|
Bovenkant pagina |
|