U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
Klik hier
N R C   H A N D E L S B L A D  -  V O O R P A G I N A
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

 NIEUWSSELECTIE 
 KORT NIEUWS 
 RADIO & TELEVISIE 
 MEDIA 

S c h a k e l s
Dossier Srebrenica

Eindrapport commissie-Bakker
(Op de site van de Tweede Kamer, in pdf-formaat - het downloaden kan zeer lang duren)


Conclusie van commissie-Bakker:

Vredesmissies slecht voorbereid

Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 4 SEPT. Politieke besluiten over deelname aan vredesmissies worden vaak genomen op basis van gebrekkige informatie. Er is sprake van slechte communicatie tussen ministers, parlementariërs, ambtenaren en top-militairen.

Dat concludeert de commissie-Bakker in het vanmiddag gepubliceerde rapport 'Vertrekpunt Den Haag'. De Tweede-Kamercommissie onder leiding van Bert Bakker (D66) onderzocht de politieke besluitvorming rond de uitzending van militairen naar onder meer het voormalig Joegoslavië, Cambodja en Cyprus. De commissie signaleert dat het op alle niveaus (Verenigde Naties, NAVO, ministerraad, de Tweede Kamer, departementen) op belangrijke momenten ontbreekt aan een goede informatievoorziening. De commissie stelt vast dat de ministerraad niet altijd volledig en op tijd wordt geïnformeerd over motieven voor deelname. Ook is vaak onduidelijk wat de belangrijkste motieven zijn. Dat heeft te maken met de rivaliteit die bestaat tussen de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken.

Toenmalig minister Joris Voorhoeve (Defensie) had niet op tijd alle relevante informatie over de gebeurtenissen in Srebrenica. Na de val van de moslimenclave in de zomer van 1995 kregen de betrokken ministers niet direct alle aanwijzingen aangereikt van de landmachtstaf over de mogelijk massale executies van moslimmannen.

Bij deelname aan de vredesoperatie in Cyprus nam minister Voorhoeve geen contact op met zijn collega Van Mierlo van Buitenlandse Zaken ("Ja, dat was stout van Joris", zei Van Mierlo in een gesprek met de commissie) en is er volgens de commissie sprake van "verhullende informatievoorziening" aan de Kamer. In een aantal gevallen, zoals bij de luchtacties boven het voormalige Joegoslavië, stemt de Tweede Kamer in met besluiten waarvan ze de reikwijdte op dat moment niet lijkt te onderkennen.

De commissie besteedde tijdens de openbare verhoren, afgelopen voorjaar, veel aandacht aan de ontvangst van Dutchbat in Zagreb, na de val van Srebrenica. Voorhoeve drong aan op een "ingetogen bijeenkomst", maar generaal Couzy organiseerde een feest waar ook minister-president Kok, minister Voorhoeve en kroonprins Willem-Alexander aanwezig waren. Volgens de commissie ontstaat "achteraf ten onrechte de indruk dat de kroonprins en de politici hebben deelgenomen aan feestelijkheden". In een vraaggesprek met deze krant zegt commissie-voorzitter Bakker dat de beelden van de zaterdagavond en de zondagmiddag "door elkaar zijn gaan lopen". Zaterdagavond vierden de Dutchbatters met elkaar feest, ze liepen ook polonaise. Op zondagmiddag kwamen bewindslieden en de kroonprins op bezoek. Bakker: "Het was geen feest. Meer een receptie- achtige bijeenkomst."

Conclusies en aanbevelingen commissie- Bakker

Door een onzer redacteuren
De commissie-Bakker onderzocht de politieke besluitvorming over Nederlandse deelname aan vredesmissies. Het accent lag op Srebrenica, maar aan de orde kwamen ook uitzendingen naar Cambodja, Cyprus, de Golf, Haïti en Angola.

Den Haag, 4 sept.De belangrijkste bevindingen:

  • Het initiatief tot deelname aan missies komt in veel gevallen van Nederland zelf;

  • Bij de besluitvorming over uitzending is meestal sprake van een 'mix van motieven', waarbij niet altijd duidelijk is wat de belangrijkste zijn;

  • Die motieven verschillen vaak per betrokken ministerie. Buitenlandse Zaken benadrukt in het algemeen doelstellingen als handhaving van de internationale vrede en veiligheid en bevordering van de internationale rechtsorde. Ook wordt gewezen op het versterken van de Nederlandse positie op het internationale toneel. De motieven bij de politieke en militaire top van Defensie hebben vaak betrekking op het waarmaken van het ambitieniveau dat in nota's is vastgeleg.

  • De betrokken ministers worden over het algemeen op tijd door hun medewerkers geïnformeerd over deelname aan missies en de voortgang daarvan. Maar er zijn belangrijke uitzonderingen. De minister van Defensie beschikt niet op tijd over alle relevante informatie ten aanzien van gebeurtenissen in Srebrenica zelf. Dit betreft vooral schriftelijke stukken die tijdens en na de val van de moslimenclave door de leiding van Dutchbat zijn opgesteld en ondertekend. Ook krijgen de meestbetrokken ministers niet meteen alle aanwijzingen aangereikt over mogelijk massale executies van moslimmannen;

  • De ministers informeren de Tweede Kamer over het algemeen naar behoren over de wat grotere bijdragen van Nederland aan vredesoperaties en over het besluit tot voortzetting en afronding ervan. Bij de informatie aan de Tweede Kamer over de missie op Cyprus is sprake van 'verhullende informatievoorziening' door minister Voorhoeve van Defensie. Voorhoeve bood de Britten aan mee te doen aan die vredesoperatie, hij probeerde daarmee dreigende bezuinigingen op zijn budget af te wenden. De Britten maakten van het aanbod geen gebruik en in zijn antwoord op Kamervragen laat Voorhoeve weten dat het niet aan de orde is.

  • De Tweede Kamer krijgt gedurende een aantal jaren steeds nieuwe informatie over - deels dezelfde - gebeurtenissen rondom de val van Srebrenica. Over de fasering van de luchtacties in het kader van operatie Allied Force (de bombardementen op Joegoslavië) ontvangt de Kamer tijdens de acties verwarrende informatie;

  • De ministers informeren de Tweede Kamer niet altijd (volledig) over de relevante uitkomsten van besprekingen in de NAVO-raad en Veiligheidsraad;

  • Er bestaat een zekere mate van rivaliteit tussen ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie;

  • In een aantal gevallen stemt de Tweede Kamer in met besluiten waarvan zij de reikwijdte op het moment van instemming niet lijkt te overzien. De commissie wijst op uitzending van het luchtmobiele bataljon naar Srebrenica en de NAVO-aanvallen op Joegoslavië.

    De belangrijkste aanbevelingen:

  • De regering moet in haar brieven aan de Tweede Kamer zo volledig mogelijk zijn over de motieven om deel te nemen aan vredesoperaties. Uit de informatie moet ook eenduidig blijken welke criteria van overwegend belang zijn geweest;

  • Tussen ministers en ambtenaren van Buitenlandse Zaken, Defensie en Algemene Zaken moeten betere afspraken worden gemaakt over informatievoorziening;

  • De Tweede Kamer moet zoveel mogelijk in het openbaar, niet in vertrouwelijke briefings, worden geïnformeerd over vredesoperaties;

  • Tussen Buitenlandse Zaken en Defensie moeten afspraken op papier worden gezet over welk ministerie en welke afdeling verantwoordelijk is voor de besluitvorming, en ook voor de informatievoorziening aan de Tweede Kamer en contacten met internationale organisaties;

  • In brieven aan de Tweede Kamer staan wat de uitkomsten zijn van de analyse op Defensie van de mogelijke veiligheidsrisico's;

  • Er behoren krijgsmachtbreed eenduidige procedures te bestaan ten aanzien van debriefings en de verwerking van lessons learned;

  • De commissie vindt dat er op de ministeries snel afspraken moeten worden gemaakt over de archivering en beschikbaarheid van e- mailberichten.
  • NRC Webpagina's
    4 SEPTEMBER 2000


    ( a d v e r t e n t i e s )

    Klik hier

    Klik hier

        Bovenkant pagina

    NRC Webpagina's © NRC Handelsblad