U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   B I N N E N L A N D
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

S c h a k e l s
Ministerie van Defensie

Rapport "Omtrent Srebrenica"


'Weigeren medische hulp Dutchbat in moslimenclave'

OM begint onderzoek Srebrenica

Door een onzer redacteuren
ROTTERDAM, 28 JULI. Het openbaar ministerie in Arnhem is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar het mogelijk onthouden van medische hulp door Nederlandse militairen in de Bosnische moslimenclave van Srebrenica in de zomer van 1995.

De actualiteitenrubriek Netwerk concludeert vanavond in een tv- uitzending dat de commissie-Van Kemenade heeft verzuimd de doofpot rond deze kwestie te onderzoeken. De commissie, onder leiding van de commissaris van de koningin van Noord-Holland dr. J.A. van Kemenade, heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de informatievoorziening rond de val van Srebrenica.

Volgens de commissie-Van Kemenade is er geen sprake geweest van een 'doofpot' bij Defensie; uit een onderzoek van Netwerk blijkt dat de commissie een reeks van aanwijzingen voor het bestaan van een doofpot heeft genegeerd. Zo hebben ten minste elf Dutchbatters belastende verklaringen afgelegd.

Begin juli 1995 is een verzoek om medische assistentie door Artsen zonder Grenzen door Nederlandse militairen in Srebrenica afgewezen. Volgens de Australische medicus O'Brien heeft deze weigering zonder enige twijfel de dood van een aantal patiënten tot gevolg gehad. De leiding van Dutchbat wilde de zogeheten ijzeren voorraad niet aanspreken. Deze voorraad verband- en geneesmiddelen was gereserveerd om in geval van nood te gebruiken voor Dutchbat-militairen.

Vier Dutchbatters hebben deze kwestie al aangekaart aan tijdens de eerste evalutatiegesprekken in Zagreb, direct na de val van de enclave in juli 1995, maar in het rapport dat op basis van deze gesprekken is samengesteld, wordt niets gemeld. De gespreksverslagen duiken eind augustus 1998 weer op in het kader van het onderzoek van de commissie- Van Kemenade. Deze commissie onderzocht op verzoek van minister De Grave (Defensie) de rol die zijn ministerie speelde in de informatievoorziening rond de val van Srebrenica.

Het rapport 'Omtrent Srebrenica' concludeert dat niet is gebleken dat Defensiepersoneel het proces van waarheidsvinding doelbewust beperkt, belemmerd of tegengewerkt heeft, maar dat "in het algemeen naar behoren is gestreefd naar een zo adequaat en volledig mogelijke verzameling en verwerking van informatie". Toch beschikte de commissie over stukken die het tegendeel bewijzen, zo concludeert Netwerk. In het zogenoemde feitenrelaas, op basis waarvan het debriefingsrapport is samengesteld, staat dat er meldingen zijn gemaakt omtrent het niet verlenen van medische hulp aan een zwaargewonde vrouw. Een arts van Dutchbat werd beschuldigd van nalatigheid.

Dit feitenrelaas is in september 1998 ter beschikking gesteld aan het openbaar ministerie Arnhem. Op basis van dit materiaal is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar het mogelijk onthouden van medische zorg aan gewonden in de enclave Srebrenica. In een schriftelijk verklaring deelt het openbaar ministerie mee dat "het onderzoek zich met name richt op de vraag of het niet verlenen van medische hulp tot het overlijden van mensen of tot zwaar lichamelijk letsel heeft geleid".

Tijdens het gesprek met de commissie-Van Kemenade zegt kolonel-arts G.D. Kremer dat de Tweede Kamer, naar aanleiding van publicaties in de pers, weliswaar op de hoogte is gebracht van deze kwestie maar dat volgens Kremer "nog niet de gehele waarheid op papier is gezet".

Kremer zegt door generaal Vader, commandant Geneeskundige Commando Krijgsmacht, onder druk te zijn gezet om een verklaring te ondertekenen, die sterk afwijkt van eerdere verklaringen van Kremers. Hij weigert, maar uiteindelijk tekent hij een verklaring die milder is dan zijn eerdere verklaringen.

In zijn gesprek met Van Kemenade neemt topambtenaar van Defensie J.H.M. de Winter geen blad voor de mond over het debriefingsrapport. "Sommige passages waren niet helemaal juist, hier en daar waren zaken weggemoffeld." "Ik neem aan dat het debriefingsteam het beter vond om dat [...] maar wat gedempt te houden". En: "Ik heb de indruk dat dat bewust is weggelaten". En: "Bepaalde zaken lijken hier en daar te zijn verdoezeld".

Voor de commissie waren deze mededelingen geen aanleiding om de kwestie verder te onderzoeken in tegenstelling tot het openbaar ministerie.

NRC Webpagina's
28 JULI 1999



( a d v e r t e n t i e s )
WNF - Investeerin de natuur
Playboy - Alles wat mannen boeit
Centraal Beheer - Vraag vrijblijven een offerte aan

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)