U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
    O P I N I E  
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

S c h a k e l s
Verkiezingssite

136 Kamerleden over hun werk

Website Tweede Kamer


H O O F D A R T I K E L :
De Tweede Kamer


DE HONDERDENVIJFTIG leden van de Tweede Kamer staan voor hun laatste vergaderweek in de huidige samenstelling. Na volgende week begint het verkiezingsreces en als er niet plotseling vergaderingen worden ingelast zal pas een nieuw verkozen Tweede Kamer half mei de parlementaire werkzaamheden hervatten. Voor nogal wat leden wordt het zodoende na Pasen een week van afscheid. Er staat wederom een rigoureuze personele vernieuwing van de Kamer voor de deur. Vier jaar geleden bestond de Tweede Kamer na de verkiezingen voor de helft uit nieuwe mensen. Als de voortekenen niet bedriegen zal na 6 mei ten minste eenderde deel van de volksvertegenwoordigers zijn debuut in het parlement maken.

Het Kamerlid voor het leven is een zeldzaamheid geworden. Is het niet de partij die de afgevaardigden aan een maximum zittingstermijn bindt, dan is het wel de kiezer die met zijn wispelturig stemgedrag tegenwoordig er voor zorgt dat elke verkiezing leidt tot grote verschuivingen tussen de partijen. Daarnaast is de 'zetelvastheid' van Kamerleden ook veel minder groot dan vroeger. Los van de overstap die de Tweede-Kamerleden in de zomer van 1994 naar het kabinet maakten, vertrokken in de nu bijna afgesloten zittingsperiode nog eens 19 Kamerleden voortijdig uit zichzelf. Dit laatste zegt veel over de waarde die Kamerleden aan hun functie hechten. Hoewel gekozen, en dus opererend met een mandaat van de kiezer, wordt het Kamerlidmaatschap steeds meer opgevat als 'een' gewone baan, waar men tussentijds uit kan stappen.

DAT NIEUW nog niet automatisch anders betekent, blijkt uit de vraaggesprekken met het overgrote deel van de huidige generatie Kamerleden die afgelopen donderdag in deze krant stonden afgedrukt. Te veel tijd gaat er op aan detailwerk, waardoor er te weinig tijd overblijft voor controle en wetgeving, luidde de meest gehoorde klacht. Daarmee week de Kamer weinig af van de opvattingen die in 1992 werden geventileerd. Ook toen waren de volksvertegenwoordigers niet te spreken over het detaillisme dat hun werk beheerste en de dominantie van de bureaucratie. Het was toenmalig Tweede-Kamervoorzitter Dolman die in 1990 bij zijn vertrek vaststelde dat Nederland een typisch 'mierparlement' kent: ,,Er wordt wel hard gewerkt, maar weinig gestierd.'' Ondanks alle personele vernieuwingen en de vaak met veel aplomb geuite goede voornemens, blijkt het parlement anno 1998 nog steeds met hetzelfde euvel te zitten. Dat roept de vraag op of fundamentele veranderingen van het werk eigenlijk wel mogelijk zijn. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat de Kamer die in meerderheid zo klaagt over het detaillisme tegelijkertijd zegt dat de activiteiten als parlementariër onmogelijk in deeltijd kunnen worden verricht. Met andere woorden: men wil het moeras ook niet ontvluchten.

Toch geldt ook voor het parlementaire werk de wet dat aanbod automatisch tot vraag leidt. Illustratief is de vergadering die voor volgende week woensdag staat uitgeschreven. Dan zullen niet minder dan zes vaste Kamercommissies, te weten die van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, Justitie, Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Financiën zich buigen over de voortgangsrapportage actieprogramma elektronische snelwegen. Al jaren is er sprake van een verschuiving van bevoegdheden naar enerzijds Europa en anderzijds lagere overheden zoals gemeenten. Dit heeft niet kunnen verhinderen dat Kamerleden het almaar drukker hebben gekregen.

HET PARLEMENT is een kakofonie van verwachtingen, zei een politicoloog ooit. En inderdaad blijkt keer op keer weer dat de goede intenties aan het begin talloos zijn, maar dat de praktijk nog altijd weerbarstiger is. De Tweede Kamer die nu binnenkort vertrekt is wat dit betreft geen uitzondering. Ook in 1994 waren de verwachtingen zowel bij de leden zelf als bij de buitenwereld hoog gespannen. Een andersoortig samengesteld kabinet zou ook kunnen leiden tot een andersoortig parlement. Vooral het eerste jaar leek het daar ook op. Wellicht daartoe aangespoord door de woorden van minister-president Kok in zijn regeringsverklaring, die bij die gelegenheid stelde dat een wijziging van de omgangsvormen in de open constitutionele verhoudingen gewenst was, durfden ook de regeringsfracties meer afstand te nemen van 'hun' kabinet.

Maar al gauw kregen de oude instincten weer de overhand en toonden de coalitiepartijen zich in de Tweede Kamer meer als vehikels van de macht dan als controleurs. Het besloten Torentjesoverleg kreeg ook onder 'paars' een spilfunctie. De wijze waarop de regeringsfracties het falen van individuele bewindslieden telkenmale met de mantel der coalitieliefde wisten te bedekken, deed ten slotte ook zeer vertrouwd aan.

EN NU IS ER dan opnieuw de roep vanuit de Tweede Kamer om de controlefunctie te versterken. Het is een nobel en ook terecht streven. De verhouding tussen de grote ambtelijke staven van de departementen en Kamerleden die kunnen beschikken over niet meer dan één (administratieve) medewerker is buitenproportioneel. In een volwassen democratie behoort het monopolie van de feiten niet bij de regering te liggen. Er moet dan ook serieus werk worden gemaakt van een ondersteunend apparaat waarmee de Tweede Kamer kwalitatief tegenspel kan bieden aan de departementen.

Tegelijkertijd moet er voor worden gewaakt dat de ene bureaucratie met de andere wordt bestreden. Zoals het ene detail een ander detail oproept, kan het ene feit al gauw een tegenfeit oproepen. De huidige werkwijze van de Tweede Kamer is wat dit betreft niet direct een aansporing. Een parlement dat serieus tegenspel aan de regering wil bieden, zal ook hoofdzaken van bijzaken moeten kunnen scheiden.

MAAR BOVENAL ZAL een Tweede Kamer zelfrespect moeten tonen. Dat is geen kwestie van faciliteiten, maar van instelling. De regeringsfracties zijn ook deze zittingstermijn te vaak gezwicht voor het coalitiebelang en hebben daarmee afbreuk gedaan aan hun gezag. Een kabinet is belangrijk. Maar het is nog altijd de Tweede Kamer die door de kiezers rechtstreeks wordt gekozen.

NRC Webpagina's
11 APRIL 1998


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)