U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier BSE

Nieuws

Wat is BSE?

Maatregelen Europese Unie

Maatregelen Nederland

BSE in het buitenland

Chronologie

Links

Ruimen van BSE-stallen is primitief ritueel

Koos van Zomeren
Er is weinig moed voor nodig om te roepen wat je grote broer ook al roept. L.J. Brinkhorst, minister van Landbouw, heeft het dus maar gewaagd. Hij heeft gezegd dat we, als gevolg van de BSE-crisis, aan de vooravond staan van een revolutie in de landbouw.

Je hoort in dit geluid een echo van de ferme taal die momenteel in Duitsland gesproken wordt. Alles moet anders, boeren een stapje naar achteren, consumenten een stapje naar voren.

Maar juist onder verwijzing naar de hebbelijkheden van de consument hebben Europese overheden jarenlang de intensieve veehouderij gesanctioneerd en gepropageerd. Politici en ambtenaren, ze zitten er allemaal tot hun nek toe in.

Het zijn niet voor niets de ministers van Landbouw die nu de burger weer aan de biefstuk proberen te krijgen. Je kunt je in deze sector geen revolutie voorstellen waarbij niet om te beginnen de desbetreffende ministeries worden geruimd.

Intussen is bij ons het negende geval van BSE ontdekt. Een bedrijf in Olst, 128 runderen, is geruimd. Dochters van de betrokken koe en andere voormalige stalgenoten, voorzover nog in leven, zullen worden opgespoord en vernietigd. Ruimen, opsporen, vernietigen - in zulke bewoordingen spreekt men over een militaire campagne. We zijn in oorlog met de koe.

Van een boerderij waar een koe met BSE is aangetroffen, wordt de hele levende have afgemaakt, tot en met de lapjeskat. De boer, zijn vrouw en eventuele kinderen zijn op zo'n bedrijf de enige zoogdieren die gespaard blijven - terwijl zij al dat ongedierte toch wie weet hoelang onderdak hebben verleend.

Ruimen, opsporen, vernietigen. Dat is vast pandoer sinds in maart 1997 bij Wilp de eerste Nederlandse BSE-koe werd aangetroffen. Toen al kon je weten dat dit een nummertje voor de bühne was. Koeien krijgen geen BSE van andere koeien (tenzij ze worden gedwongen elkaars hersenen op te eten). Tot nu toe is ook nog nooit vastgesteld dat een koe BSE heeft overgedragen op haar kalf, en het is met name voor ministers van Landbouw te hopen dat dat zo blijft.

Dat BSE niet overerfelijk is, is immers uitgangspunt van hun maatregelen. Bij de minste twijfel zouden ook alle runderen jonger dan 30 maanden in het slachthuis op BSE moeten worden gecontroleerd.

Dat was al met al puur toeval geweest als het ruimen, opsporen en vernietigen bij de voorgaande acht Nederlandse BSE-koeien een nieuw geval van de ziekte had opgeleverd. Niet dus. Waarom dit beleid dan toch wordt voorgezet? Voor alle zekerheid, zeiden de achtereenvolgende ministers van Landbouw. Maar je kunt voor alle zekerheid net zo goed het bedrijf van de buren ruimen. Of koeien in het water gooien en kijken of ze blijven drijven.

Sinds enkele jaren worden in Nederland van koeien de organen die BSE- dragers zouden kunnen zijn, verwijderd en verder buiten de slachtlijn gehouden. Sinds 1 januari worden daarenboven alle koeien ouder dan 30 maanden op BSE getest voordat het vlees wordt vrijgegeven voor consumptie. Al zou ze willen, de BSE-koe komt er gewoon niet meer door.

Daarmee is, tenzij de minister zelf niet in deze maatregelen gelooft, elke grond aan het ruimen, opsporen en vernietigen ontvallen. Nu is het zelfs geen cosmetische operatie meer. Nu is het alleen nog maar verspilling van geld en energie, alleen nog maar heksenjacht, een primitief bezweringsritueel.

Duitse boeren verzetten zich tegen het ruimingsbeleid. Van Nederlandse boeren wordt op dit punt niets vernomen. Hier hoor je überhaupt weinig over koeien. Jawel, de koe gaat voortdurend over de tong, maar steeds als ding, niet als een aan onze zorgen toevertrouwd levend wezen, dat in de BSE-crisis zijn eigen lot en zijn eigen belangen heeft.

In 1997, toen we in oorlog waren met het varken, hoorde je een politicus nog weleens het begrip 'dierenwelzijn' bezigen. Ik geloof niet dat varkens er veel wijzer van geworden zijn, maar het gaf de liefhebber toch iets om zich aan vast te klampen, iets om naar uit te kijken.

Ik snak naar een minister van Landbouw die zich om koeien bekommert. Hij hoeft het niet eens te menen, hij hoeft het alleen maar te zeggen: 'Boeren laten me koud, consumenten kunnen het dak op, ik ben deze klus gaan doen omdat ik van koeien houd'.

Zo'n minister zou ik meteen willen attenderen op een feit dat in de marge van het ruimen, opsporen en vernietigen aan het licht is gekomen, en wel dat de registratie van runderen in Nederland zo lek is als een mandje. Daarmee is het enige valide argument voor de koe-onterende oormerken, namelijk dat dit systeem fraudebestendig zou zijn, komen te vervallen.

De paar boeren die zich, met enorme persoonlijke offers, tegen oormerken zijn blijven verzetten, hebben gelijk gekregen. Ze moeten tot helden worden uitgeroepen. Helden van de Nieuwe Landbouw.

Koos van Zomeren is schrijver.

NRC Webpagina's
15 januari 2001

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad