U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
 
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier Auteursrecht

Nieuws

Achtergrond

Links

Oprekken auteurswet beperkt vrije informatie

N.P. van den Berg; N.P. van den Berg is bibliothecaris van de Universiteit van Amsterdam
Elektronische informatie moet even direct toegankelijk blijven als gedrukte informatie. Dat is niet alleen van groot maatschappelijk belang, ook voor de verdere ontwikkeling van de elektronische informatievoorziening zelf dienen geen juridische barrières opgeworpen te worden, die er niet zijn bij de papieren informatie.

Morgen begint in Genève de diplomatieke conferentie van de World Intellectual Property Organization (WIPO), die volgens de voorstellen die nu ter bespreking voorliggen, moet leiden tot nieuwe aanvullende verdragen van de zogenoemde Berner Conventie, het wereldwijde auteursrechtelijke verdrag. De huidige snelle ontwikkelingen van de technologische mogelijkheden, vooral sinds de opkomst van Internet, vragen om nadere regeling en dus aanvulling op dit verdrag. Het is dan ook niet verrassend dat het secretariaat van het meer dan een eeuw oude verdrag nu op korte termijn tot actie wil overgaan. In feite zijn het de Amerikanen geweest die met hun 'White paper' van vice-president Gore vaart willen maken op de elektronische snelweg. Onder druk van het Amerikaanse bedrijfsleven, waarbij zich weldra Europese bedrijven, waaronder Nederlandse uitgevers aansloten, wil men ruimbaan geven aan de economische belangen van de 'verpakkers' van de informatie, de uitgevers. Zo zou volgens het voorstel het auteursrecht zo worden opgerekt dat in feite ieder gebruik van elektronische informatie in bibliotheken daaronder valt, terwijl al eeuwenlang de raadpleging ter plekke van papieren informatie zonder enige gevolgen bleef. Voor iedere interne elektronische doorgifte van een bericht zou toestemming van de rechthebbende moeten worden verkregen. Daarmee lijkt de vrije beschikking over informatie, met name het zogenoemde browsen dus iedere individuele raadpleging van een scherm, wezenlijk te worden aangetast. Deze nadelige effecten zullen hun uitwerking hebben op iedereen, zowel de gemiddelde burger op bezoek in de openbare bibliotheek, als de gespecialiseerde onderzoekers in wetenschappelijke bibliotheken of op zijn werkplek.

In feite zou aanvaarding van de voorgestelde verdragstekst ertoe kunnen leiden dat de grote mogelijkheden van de verdere ontwikkeling van de digitale informatie geremd wordt, er een steeds duidelijker onderscheid komt tussen de 'have nots' en de 'haves', en dat de eeuwenoude rol van 'informatiebemiddelaar' van de bibliotheken wordt ontkend. Zo komt bijvoorbeeld in Amsterdam meer dan veertig procent van de inwoners in de Openbare Bibliotheek waarboven nog al die anderen komen, die gebruikmaken van die voorzieningen die Amsterdam tot de grootste bibliotheekstad van West-Europa maken.

De internationale bibliotheekgemeenschap heeft stelling genomen tegen de voorstellen zoals die er nu liggen: De IFLA (the International Federation of Library Associations and Institutions) te 's Gravenhage en de EBLIDA (the European Bureau of Library, Information and Documentation Associations) eveneens te 's Gravenhage hebben zich met het 'Beijing protocol' en het 'IFLA positionpaper' duidelijk tegen het huidige voorstel uitgesproken.

Wat zal de opstelling van Nederland zijn aan de conferentietafel? Inmiddels hebben zich de gezamenlijke bibliotheekwereld en de Nederlandse autoriteiten al twee keer tot de betrokken bewindslieden gewend met brieven in mei aan de minister van Justitie en begin oktober aan de ministers van Justitie en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarin werd dringend verzocht de positie van de gebruikers van de bibliotheken nader te kunnen toelichten. Zelfs het eigen ministerie van OCW waar sinds het paarse kabinet alle bibliotheekzaken formeel onder vallen is kennelijk niet in staat om in te spelen op een dergelijke actie, er is geen enkel overleg geweest tussen dit ministerie en de direct betrokkenen of hun organisaties. Inmiddels hebben ook de PvdA-Kamerleden Van Zuijlen en Van Heemst zeer duidelijke vragen aan de minister gesteld.

De tijd dringt. Het gaat hier niet alleen om grote economische belangen, maar ook om maatschappelijk en cultureel wezenlijke zaken. De wankele balans van die krachtenvelden in het belang van de hele maatschappij dreigt bij ongewijzigd aannemen van het WIPO-voorstel door te slaan. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat de auteurs hun lezers zo goed mogelijk kunnen bereiken en de lezers zo efficiënt mogelijk de auteurs kunnen vinden, waarbij de uitgeverijen evenals bibliotheken slechts een bemiddelende rol spelen. Het zijn toch niet zenuwachtige uitgevers die er toe komen deze balans te verstoren omdat ze bang zijn hun positie te verliezen? Het zou toch ondenkbaar zijn dat Nederland zich zo zou opstellen, in acht genomen de schitterende performance van de Nederlandse - sterk mondiaal opererende - uitgevers naast een van de best functionerende bibliotheekgemeenschappen ter wereld. Een goede briefing aan de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger om een verantwoorde consensus te bereiken zou de naam van Nederland als informatieland tot eer strekken.

NRC Webpagina's
2 december 1996

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad