|
|
|
|
|
|
![]()
NIEUWSSELECTIE ![]() China Central Television
|
Wijdverbreide corruptie China ondergraaft het gezag
van de partij
Een broeinest van smokkelaars
BEIHAI, 2 FEBR. Hij deed net een dutje. Dat is te zien door het raam van zijn kantoor. Vredig en nietsvermoedend ligt hij te slapen. Dan knalt de deur open. De hoge ambtenaar schrikt wakker en springt geërgerd op. Plotseling ziet hij de televisiecamera die op hem is gericht. "Waarom heeft u valse douaneformulieren ondertekend?", klinkt een harde mannenstem. Het blijft even stil. De ambtenaar kijkt verward in de camera en trekt bleek weg. Hij beweegt onzeker van het één op het andere been, en perst er een "ik teken zoveel papieren" uit. De kijkers van het televisieprogramma 'Het pantservest van China' zijn getuige van de ontmaskering van een corrupte overheidsfunctionaris. Schuldig aan het witwassen van gesmokkelde goederen in de Zuid-Chinese havenstad Beihai. De scene is het hoogtepunt van de vijfdelige serie die China Central Television, de belangrijkste nationale zender, tijdens een landelijke anti-smokkelcampagne twee jaar geleden heeft uitgebracht. De serie is recentelijk herhaald omdat het blijkbaar niet vaak genoeg gezegd kan worden en de boodschap niet iedereen heeft bereikt: smokkelen mag niet. In de serie rennen schuddende camera's mee met douanebeambten die vluchtende zwarthandelaars op de hielen zitten. Boten met smokkelwaar worden met hoge snelheid gevolgd en ten slotte de pas afgesneden. De inbeslaggenomen buit wordt onder de loep genomen. En tot het gegarandeerd genoegen van de Chinese kijkers worden hooggeplaatste functionarissen voor het oog van de gehele natie ontmaskerd en te kakken gezet. De nationale campagne tegen de illegale handel in China gaat haar derde jaar in. Onlangs werd bekend dat een smokkelzaak in Xiamen, de havenstad aan de Straat van Taiwan, de grootste dreigt te worden in de 50-jarige geschiedenis van de Volksrepubliek. Een omvangrijk syndicaat zou in de afgelopen jaren voor maar liefst tien tot twintig miljard gulden aan olie, auto's, telecom-apparatuur en wapens het land in hebben gesmokkeld, daamee de hoge importtarieven omzeilend. Een speciaal onderzoeksteam van de Commissie voor discipline en inspectie, de instelling van de communistische partij die zich bezighoudt met de bestrijding van corruptie, zou op de zaak zijn gezet en rechtstreeks rapporteren aan premier Zhu Rongji. Want het gaat hier niet om een stelletje tweederangs criminelen. Nee, naar verluidt is niet alleen de plaatselijke douane erbij betrokken, maar zouden ook hoge provinciale politiefunctionarissen, een onderburgemeester van Xiamen en zelfs de echtgenote van een lid van het politbureau, het hoogste bestuur van de communistische partij, in de zaak verwikkeld zijn - hoewel een woordvoerder van Binnenlandse Zaken dat laatste inmiddels heeft ontkend. De affaire staat staat niet op zich. Smokkel is een probleem waaraan Chinese ambtenaren en communistische partijfunctionarissen sinds jaar en dag structureel bijdragen: ze zijn zelf actief in de illegale handel. Vandaar de uitspraak van president Jiang Zemin, recentelijk, dat smokkel "het imago van de partij en de regering" schade berokkent. "Het kan de economische en politieke macht onderuit halen", aldus de president. En voor een keer is dat geen politieke prietpraat, maar de waarheid. De talloze berichten over corrupte ambtenaren, frauderende partijleden en smokkelende legereenheden hangen iedereen in China al jaren de keel uit. De anti-smokkelcampagne die in de zomer van 1998 begon, had definitief moeten afrekenen met de corrupte praktijken van de gevestigde orde. Het leger, de douane en alle ministeries en staatsinstellingen kregen opdracht hun zakelijke activiteiten, ondergebracht in vele schaduwbedrijven, onmiddellijk te staken. Dergelijke bedrijven, opgericht in de jaren tachtig en begin jaren negentig toen steeds meer overheidsinstellingen werden gedwongen tot financiële zelfstandigheid, bleken haarden van onzuivere voorkeurspolitiek en belangenverstrengelingen. Voorts werden alle Chinese havens doorgelicht en kwam een poel van ambtelijk verderf aan het licht. De Chinese media produceerden het een na het andere bericht over opgerolde smokkelsyndicaten, ontmaskerde ambtenaren, geconfisqueerde goederen en de daaruit voortvloeiende doodstraffen. Volgens premier Zhu Rongji, de initiator van de anti-smokkelcampagne, zou jaarlijks voor ten minste 25 miljard gulden aan importbelasting worden omzeild. Voor de olie-industrie betekende dat alleen al in 1998 de sluiting van drieduizend olieboorstations. "Smokkel leidt tot grote verliezen en remt de groei van de lokale industrie", aldus Zhu. Maar in steden als Beihai en Zhanjiang, die hun plek op de kaart vooral te danken hebben aan hun reputatie als broeinesten van smokkel en corruptie, is de plaatselijke economie sinds de landelijke campagne in het slop geraakt. In het kader van een grote schoonmaakoperatie stroomden in het najaar van 1998 zo'n tienduizend centrale en provinciale politiefunctionarissen de stad Zhanjiang binnen, een diepzeehaven in de Zuid-Chinese kustprovicie Guangdong. Sinsdien heeft Zhanjiang haar inkomsten dramatisch zien teruglopen. Het afgelopen jaar nam de buitenlandse handel met een derde af, terwijl buitenlandse investeringen met de helft verminderden. Dat was amper een verrassing, want in Zhanjiang was zo'n beetje het hele stadsbestuur betrokken bij de illegale handel en een groot deel van de lokale economie dreef op smokkel. Zeshonderd mensen werden aangehouden, onder wie de partijchef van Zhanjiang, zijn zoon, een vice-burgemeester van de stad en de directeuren van de plaatselijke douane, van de grensbewaking, van het belastingbureau en van het havenbedrijf. Gezamelijk beroofden zij het rijk van acht miljard gulden aan belastinginkomsten. Dat gold tot dan toe als het grootste smokkelschandaal in het moderne China. Een sprekend voorbeeld voor de onwaarschijnlijke uitwassen in Zhanjiang was Lin Chunhua die 33 was toen hij ter dood werd veroordeeld. Volgens berichten uit het Chinese Volksdagblad was Lin verantwoordelijk voor de illegale import van ruwe olie, aangeleverd door 44 olietankers, en 750.000 ton diesel. Die hoeveelheid diesel was in 1997, toen de smokkelindustrie van Zhanjiang nog volop draaiende was, een tiende van het landelijke totaal. Lin zou zijn eigen smokkelhaven hebben aangelegd, compleet met twintig opslagtanken, en 25 miljoen gulden hebben geïnvesteerd in de aanschaf van vier tankers. Dat alles was gebeurd met instemming van het lokaal bestuur. Inmiddels doet Zhanjiang het weer volgens de regels, evenals het verderop gelegen Beihai. Daar, aan de andere kant van de landtong richting het zuidelijke eiland Hainan, herinneren alleen de geconfisqueerde auto's nog aan de hoogtijdagen van smokkelindustrie. De politie rijdt in blauw-wit gespoten BMW's en Lexus' die het stuur aan de rechterkant hebben - onmiskenbaar afkomstig van Hongkong of Japan. En in de haven van de stad waarschuwen pasgeverfde borden tegen het aannemen van steekpenningen. Niemand in Beihai gelooft dat het smokkelprobleem daarmee voorgoed aan banden is gelegd. Van de grens met Vietnam tot aan Shanghai strekt de Chinese kust zich uit over een lengte van tweeduizend kilometer. Het gebied geldt nog steeds als een ideaal smokkelparadijs. De grensbewaking is er slecht, ambtenaren verdienen er weinig en blijven derhalve gemakkelijk omkoopbaar, en de markt erachter is immer groeiende. Bovendien zijn China's importtarieven buitenproportioneel hoog. De belasting over geïmporteerde auto's bijvoorbeeld, bedraagt tachtig tot honderd pro cent. En dat is vragen om moeilijkheden, zo weet iedereen in Beihai.
|
NRC Webpagina's
2 FEBRUARI 2000
( a d v e r t e n t i e s )
|
| Bovenkant pagina |