U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
Klik hier
N R C   H A N D E L S B L A D  -  R A D I O  &   T E L E V I S I E
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

 NIEUWSSELECTIE 
 KORT NIEUWS 
 RADIO & TELEVISIE 
 MEDIA 


S e l e c t i e


Televisie

Radio

Luister naar de īpipsī in Real Audio of Windows Media Player formaat.

R A D I O :
Kwaliteitskeurmerk voor de radio


Het vertrouwde tijdsein van de radio werd 'audiologo' en duivenmelkers weten niet meer hoe laat het is. Hoewel iedereen denkt dat de pips weg zijn, zijn ze er nog steeds, verstopt tussen de andere noten. Het verhaal van drie piepjes.

EDO DIJKSTERHUIS

Twee korte piepjes en een lange. In vakterminologie heten ze 'pips' en jarenlang deden ze dienst als tijdsein voor het radiojournaal. De 2, 7 seconden ethervulling maakte een even anoniem als vanzelfsprekend deel uit van ons radio-universum.

Totdat de NOS begin vorige maand aankondigde dat het vertrouwde tijdsein op 1 april plaats ging maken voor het blokje-bolletjemelodietje dat al vanaf begin dit jaar op televisie te horen is als de gezamenlijke publieke omroep om aandacht vraagt. Een hedendaagse beeldenstorm leek losgebarsten. De anders zo milde Remco Campert verdedigde in zijn Volkskrant-column op verontwaardigde toon de bedreigde piepjes. De duivenmelkers, die sinds mensenheugenis trouw iedere vrijdag hun horloges gelijk zetten op het Hilversumse signaal, tekenden officieel protest aan. En een groep radiomakers ging zelfs zover hun tegenstand te bundelen in een inderhaast opgerichte vereniging Vrienden van het Tijdsein.

Allemaal een beetje overdreven, vindt Jan Westerhof, zendercoördinator van radio 1 en 5. Volgens hem is de vervanging van de pips niet meer dan een modernisering, vergelijkbaar met het aanpassen van het lettertype in een krant. "Er wordt gedaan alsof er een essentieel stuk radiogeschiedenis verdwijnt, maar in wezen wordt het tijdsein alleen wat anders vormgegeven", aldus Westerhof. "We wilden als publieke omroep onze herkenbaarheid vergroten ten opzichte van de buitenlandse en commerciële zenders. In al onze uitingen radio, televisie en print komt nu hetzelfde logo voor, als beeld, als geluid of als beide tegelijk. Die huisstijl heeft dezelfde functie als een wolmerk in een colbert: het is een kwaliteitskeurmerk dat direct herkenbaar is."

Ook van het argument dat de pips essentieel zijn voor de precieze tijdsaanduiding, is Westerhof niet onder de indruk. "Je had altijd al te maken met een onnauwkeurigheidsmarge van een paar milliseconden wegens de afstand die het geluid moest afleggen tussen de studio en het oor van de luisteraar. En van Radio 3 was bekend dat dj's de pips soms even opschoven om een plaat helemaal te kunnen afdraaien.Als iemand de precieze tijd wil weten kan hij net zo goed een klokje bij Blokker kopen."

De geschiedenis geeft Westerhof op dit laatste punt gelijk. Jan J. van Herpen schetst in zijn pas verschenen boek De radio van heel vroeger hoe onnauwkeurig het vroegste Hilversumse tijdsein uit 1923 wel niet was. De officiële radiotijd werd aangegeven door een klok die vanuit de directiekamer van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek naar de AVRO-studio was gesleept maar dat transport niet zonder schade aan het uurwerk had doorstaan. Uit de mond van de latere AVRO-oprichter Willem Vogt tekent Van Herpen op: "Daarom werd het maar op 5 minuten voor 8 stil gezet. Wees het horloge van de omroeper 8 uur aan, dan werd de minutenwijzer op 8 gedraaid en de klok sloeg."

Behalve op de gemankeerde AVRO-klok vertrouwden de Nederlandse radiomakers ook wel op het klokgelui van de Big Ben dat de BBC uitzond of de tijdsaanduiding van de Hilversumse raadhuistoren. Pas in 1948 werd de radiotijd echt gesynchroniseerd toen de Nederlandse Radio Unie de synchroonklok in het Dr. Neherlaboratorium in Leidschendam in gebruik nam. Deze klok gaf op de 54ste seconde van iedere minuut een eerste van zes elektrische impulsen af en kan als zodanig worden beschouwd als de oorsprong van de pips. Sindsdien is men overgestapt op atoomklokken in achtereenvolgens Genève en Brunswijk en werden in 1991 de zes pips ingekort tot drie. En nu is er dus dat riedeltje dat met geen mogelijkheid is na te neuriën.

Volgens conceptbedenker Dingeman Kuilman van het reclamebureau FHV Corporate is dat laatste ook precies de bedoeling. "Een audiologo moet een herkenbaar signaal afgeven maar mag geen jingle zijn. Een radiostation kent al genoeg klankkleuren en als je daar nog een melodietje bij zet kan dat enorm conflicteren wat tempo, klank en toonhoogte betreft. Bovendien mag het niet te snel gaan vervelen; als het de hele dag in je hoofd blijft hangen kan dat makkelijk gebeuren. Eigenlijk is het audiologo de geluidsvariant van het blokje-bolletje beeldmerk op tv: sterk, esthetisch verantwoord en primair in vorm."

En met een historisch bewustzijn. Want, hoewel iedereen denkt dat de nieuwe radiohuisstijl het einde van het vertrouwde tijdsein betekent, is het nieuwe audiologo een directe afstammeling van de piepjes. Sterker nog, de pips zijn nooit verdwenen maar zitten gewoon verstopt onder een grote hoeveelheid andere noten. Wie het nieuwe geluidsfragment zou opnemen en erin zou slagen het uit te splitsen naar vijf geluidssporen zou op een van die sporen de oude pips terugvinden. "Ze vormen het kader om het schilderij", stelt componist/producer Justin Billinger, die samen met zijn compagnon Michiel Marsman het nieuwe audiologo componeerde. "We hebben ze iets gefilterd om ze wat egaler en esthetischer te maken, maar verder zijn ze intact gebleven."

"We namen de originele piep, het geluid van een elektrische impuls van 1 kilohertz, en hebben daar de boventonen van afgeleid", legt Billinger uit. " Die hebben we in ritmische reeksen geplaatst met verschillende snelheden en die over elkaar heen gelegd. De intervallen tussen de noten hebben we precies halverwege omgedraaid zodat een symmetrisch stuk ontstaat. Eerst gaat het omhoog en daarna naar beneden. Eigenlijk is het een vrij streng serieel werkje. "

Het drie seconden tellende geluidsfragment behoort volgens de componist tot 'de top tien kortste stukken die we ooit gemaakt hebben', maar hij is er niet minder trots om. "Het is behoorlijk arbeidsintensief. Er is ruim een week werk in gaan zitten. Uiteindelijk is het een mooie, strakke compositie geworden in de traditie van de Haagse school: esthetiek zonder sentimentalisme. En het zijn niet zomaar een paar uit de lucht gegrepen akkoorden op een synthesizer. Dit werk is een op zich staande klankwereld met historische wortels."

Luister naar de īpipsī in Real Audio of Windows Media Player formaat.

NRC Webpagina's
14 APRIL 2001


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad