U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
Klik hier
N R C   H A N D E L S B L A D  -  B U I T E N L A N D
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

 NIEUWSSELECTIE 
 KORT NIEUWS 
 RADIO & TELEVISIE 
 MEDIA 

S c h a k e l s
Dossier Val Milosevic

Steeds vaker worden staatshoofden in ander land aangeklaagd

Geen enkele president is nog veilig


Steeds vaker worden staatshoofden buiten hun eigen land aangeklaagd. Ze moeten beseffen dat ze niet ongestraft hun gang kunnen gaan, vinden organisaties voor de rechten van de mens.

Door PAULINE BAX

ROTTERDAM, 31 MAART. Noem het een modeverschijnsel. Voormalige staatshoofden, legerofficieren of ministers die worden aangeklaagd omdat ze het tijdens hun bewind niet zo nauw namen met de rechten van de mens. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat tegen iemand als Paul Kagame, de president van Rwanda, een arrestatiebevel zou worden uitgevaardigd, zoals vorig jaar gebeurde.

Pinochet betekende een kentering. Ineens bleek een oud-regeringsleider niet zomaar aanspraak te kunnen maken op immuniteit. Ondanks zijn positie, zo besliste het hoogste Britse rechtscollege, kon de oud- president van Chili weldegelijk verantwoordelijk worden gesteld voor schending van de rechten van de mens - hij ontkwam alleen omdat volgens artsen zijn gezondheid berechting niet toestond. Het oordeel was een doorbraak voor het internationale strafrecht.

Er waren weliswaar de strafhoven voor Rwanda en voormalig Joegoslavië. Maar zij hebben een specifieke bevoegdheid. Pas in de zaak-Pinochet werd duidelijk hoezeer het internationale strafrecht mondialiseert. Een Spaanse rechter was naar een Brits hof gestapt met het verzoek om uitlevering van een voormalig Chileens staatshoofd. Organisaties voor de rechten van de mens over de hele wereld stroopten de mouwen op. "Er worden niet alleen steeds meer aanklachten ingediend, ook openbaar ministeries zijn sneller bereid tot rechtsvervolging over te gaan", zegt Lars van Troost van Amnesty International. "Veel mensen zijn wakker geworden."

Vooral in Frankrijk en België trekken activisten voor de rechten van de mens ten strijde tegen (ex-)kopstukken. Een belangrijk wapen daarbij is de internationale conventie tegen foltering uit 1984. Op basis daarvan diende de Franse federatie van liga's voor de rechten van de mens (FIDH) in 1999 een aanklacht in tegen de Mauretaanse legerofficier Ely Ould Dha. Die was op dat moment in Montpellier op uitnodiging van het Franse leger en werd prompt gearresteerd. Mauretanië was not amused. Het zette alle Franse militairen het land uit en stelde opnieuw een visumverplichting in voor Franse burgers.

De FIDH school ook achter de aanklacht tegen wijlen Laurent Kabila, de vorige president van Congo. Dat plaatste de Franse president Chirac in een lastig parket, want Kabila zou net op bezoek komen, en geen president die het in zijn hoofd haalt een gast te arresteren. Tegen de voormalige rechterhand van Kabila, de Congolese minister van Buitenlandse Zaken Yerodia Abdoulaye Ndombasi, is nu ook een aanhoudingsbevel in België uitgevaardigd. Congo werd daarop zo boos dat het op zijn beurt België heeft aangeklaagd omdat België zich niet aan internationale afspraken zou houden.

Dat is een van de risico's. Een aanklacht tegen een zittende regeringsleider kan vervelende consequenties hebben voor een "ordentelijke internationale samenleving", zegt hoogleraar Volkenrecht Terry Gill. "Hoe wil je zakendoen als de president van Noord-Korea op bezoek komt en de marechaussee houdt hem aan op het vliegveld? In diplomatiek opzicht moet je reëel zijn. Dat is ook de reden achter het beginsel van immuniteit. Je moet daarom terughoudend zijn met het aanklagen van zittende staatshoofden."

Organisaties voor de rechten van de mens zien dat anders. Voor hen hebben aanklachten, ongeacht de afloop, ook een symbolische functie. Een aanklacht tegen Fidel Castro, die het doelwit is geweest van een Franse advocaat, is ook een politiek statement. Datzelfde geldt voor de aanklacht tegen Chandrika Kumaratunga, president van Sri Lanka, die onlangs op bezoek in Nederland door een Amsterdamse asieladvocaat werd aangeklaagd namens twee Sri-Lankese vluchtelingen. "Staatshoofden zien dat ze ooit verantwoording moeten afleggen voor hun daden", vindt Emmanuelle du Verger van FIDH. "We hopen dat er een preventieve werking vanuit gaat."

Toch is het ongewenst dat "iedereen elkaar met aanklachten om de oren gaat slaan", zegt Du Verger. "Soms zie je dat genocide te pas en te onpas van stal wordt gehaald. Dan kan het gebeuren dat vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek willen dat de president van Mali voor genocide wordt aangeklaagd omdat bij een studentenprotest twee betogers zijn doodgeschoten."

Ook de Nederlandse regering werd in verlegenheid gebracht door de aanklacht die de Nederlandse oud-ambassadeur bij de UNESCO, Van Mourik, tegen Jorge Zorreguieta indiende. Maar tot dusver zijn vooral leiders van kleine landen aangeklaagd. Zoals een deskundige zegt: het is niet zo moeilijk om de president van Suriname voor het gerecht te dagen, maar je bedenkt je twee keer voordat je de Israëlische premier Sharon aanpakt.

Toch gaan nu zelfs in de VS stemmen op om oud-minister Henry Kissinger aan te houden wegens oorlogsmisdaden, gepleegd tijdens de Vietnam- oorlog. Volgens de journalist Christopher Hitchens moet Kissinger zo snel mogelijk worden aangeklaagd "om niet de suggestie te wekken dat vervolgingen wegens oorlogsmisdaden alleen losers gelden, secundaire despoten in relatief verwaarloosbare landen".

NRC Webpagina's
31 MAART 2001


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad