U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
   T E K S T   R E G E E R A K K O O R D

NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

Zie ook:
ARTIKELEN OVER HET ONTWERP-REGEERAKKOORD 

VIII Veiligheid

1. Inleiding
2. Politie
a. Bestel
b. Goede politiezorg
3. Openbaar ministerie en rechterlijke macht
Terug naar overzicht

I. Inleiding
Criminaliteit en onveiligheid, met name het gebruik van geweld, zijn voor veel mensen bedreigend. Vooral de toename van gebruik van geweld door jongeren is verontrustend. Ook de uitingen van geweld op straat van de afgelopen periode zijn bedreigend en moeten, in lijn met de activiteiten die daartoe al ontplooid zijn, verder worden bestreden. Beheersen van de criminaliteit en verschaffen van veiligheid zijn kerntaken van de overheid. Veiligheidsbeleid heeft relaties met vele andere beleidsterreinen. Zo is een goed sociaal beleid van invloed op de betrokkenheid van mensen bij hun directe leefomgeving. Sociale cohesie draagt bij aan een groter gevoel van veiligheid. Ook op andere beleidsterreinen, zoals huisvestingsbeleid en onderwijs, bestaan belangrijke relaties met veiligheid. Gezien deze relaties en het feit dat die het beste op lokaal niveau inhoud kunnen krijgen, zal het integrale veiligheidsbeleid dat in de afgelopen jaren is ingezet worden voortgezet.

Van direct belang voor bestrijding van criminaliteit en onveiligheid zijn natuurlijk een effectief en efficiënt politie- en justitieapparaat. Voor versterking en uitbreiding van politie en justitie worden extra middelen beschikbaar gesteld, die voor de politie moeten resulteren in 3.000 extra agenten en surveillanten. De inzet van die middelen wordt gekoppeld aan afspraken om de organisatie efficiënter en effectiever te maken. Dit geldt in het bijzonder voor de politie. Hierdoor worden ca. 2000 arbeidsjaren extra vrijgespeeld voor de executieve dienst. Het resultaat zal per saldo zijn dat er 5000 extra arbeidsjaren voor executief politiewerk beschikbaar komen. De zichtbaarheid van politie en justitie in de stadsbuurt, en op het platteland zijn daarbij van belang.

De extra middelen die in het kader van de veiligheid worden uitgetrokken zullen, naast politie en justitie, worden ingezet voor het gericht terugdringen van de jeugdcriminaliteit, ook in de preventieve sfeer. Om de cellencapaciteit op peil te houden zal ook daarin extra worden geïnvesteerd. Tegelijkertijd zal onder andere door meer doelmatigheid en versobering in het gevangeniswezen en de TBS en door bevordering van het gebruik van alternatieve straffen efficiencywinst moeten worden gerealiseerd.

2. Politie
a. Bestel
Een grootscheepse herziening van de Politiewet 1993 blijft in de komende periode achterwege. Wel zal op een aantal terreinen de wet worden aangepast om aan het licht getreden gebreken te herstellen en duidelijkheid te scheppen over verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Zo zal de verantwoordelijkheid voor het centrale beheer van de politie in handen komen te liggen van één minister, te weten de minister van Binnenlandse Zaken. Daartoe wordt het beheer van het Korps Landelijke Politiediensten overgedragen aan de minister van Binnenlandse Zaken evenals het beheer van de interregionale rechercheteams. Verzekerd dient te worden dat de minister van Justitie diens verantwoordelijkheid voor de nationale en internationale strafrechtshandhaving optimaal kan blijven uitoefenen. De Politiewet zal daartoe waarborgen bevatten.

De Politiewet wordt voorts zo gewijzigd dat de minister van Binnenlandse Zaken - voor zover het de hoofdlijnen betreft na overleg met de minister van Justitie - beheersmatige en beleidsmatige voorwaarden kan stellen aan de politieregio's, onder meer over de aanwending van aan de regio's ter beschikking gestelde middelen. De minister van Binnenlandse Zaken krijgt zo de bevoegdheden om de politieregio's aan te sturen en te toetsen.

De korpsbeheerder zal niet langer door de wet, maar door de regering worden aangewezen uit de burgemeesters in de regio. De positie van het regionaal college is op dit moment onbevredigend, mede door de gebrekkige democratische legitimatie. Een mogelijke oplossing hiervoor kan zijn dat de korpsbeheerder verantwoording voor zijn beleid dient af te leggen aan een commissie van gemeenteraadsleden uit de regio. Deze mogelijkheid zal op korte termijn worden uitgewerkt.

b. Goede politiezorg
Een belangrijke stimulans kan uitgaan van het integraal veiligheidsplan dat de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie uitbrengen, met inachtneming van de onderscheiden verantwoordelijkheden. Het plan geeft aan welke doelstellingen en prioriteiten het kabinet stelt met betrekking tot veiligheid en welke prestaties van politie, justitie en gemeenten worden gevraagd. Het plan biedt de kaders voor de aanwending van in deze kabinetsperiode extra voor de veiligheid vrijkomende middelen.

Het voor de politie beschikbare extra budget wordt gereserveerd voor oplossingen van financiële knelpunten en voor uitbreiding van de sterkte. Met de politieregio's worden afspraken gemaakt over een meer doelmatige uitvoering van taken (onder meer door verbetering van de organisatie van de noodhulp), de inzet van daardoor vrijkomende ruimte en te behalen doelstellingen. Aanvullende middelen zullen zodanig over de regio's worden verdeeld dat achterstanden in het landelijk gebied worden ingelopen en recht wordt gedaan aan de in het veiligheidsplan gestelde prioriteiten. Per regio wordt daartoe een veiligheidscontract tussen rijk, politieregio en inliggende gemeenten gesloten.

De flexibiliteit van de politie-inzet dient te worden vergroot. De politie moet kunnen optreden op de momenten waarop dat nodig is, met de menskracht die daarvoor benodigd is. De organisatie en de rechtspositionele regelingen mogen daaraan niet in de weg staan. Belemmeringen voor een flexibele inzet zullen worden geïnventariseerd en terzake zullen voorstellen worden ontwikkeld, inclusief nadere bestudering van de Arbeidstijdenwet.

Uit een oogpunt van versterking van de samenhang in de rechtshandhaving en van versterkte democratische controle is integratie van onderdelen van de bijzondere opsporingsdiensten in de politie-organisatie op landelijk niveau wenselijk. Tevens zullen mogelijkheden voor fusie van opsporingsdiensten worden bezien. Binnen een jaar zal het kabinet hierover voorstellen doen.

Bezien zal worden of organisatoren van grootschalige publieksevenementen met een recreatief karakter zullen worden verplicht bij te dragen in de kosten van de vooraf als noodzakelijk ingeschatte politie-inzet. Deze dient immers niet alleen de openbare orde, maar tevens de private belangen van de organisatie.

3. Openbaar ministerie en rechterlijke macht
Voor de kwaliteit van de rechtstaat zijn een goed functionerend openbaar ministerie en rechterlijke macht (zittende magistratuur) van het grootste belang.

De ingezette reorganisatie van het openbaar ministerie zal daarom met kracht worden voortgezet en er wordt naar gestreefd de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket zo spoedig mogelijk af te ronden.

De rechterlijke macht moet kwalitatief en organisatorisch aan hoge normen kunnen voldoen. Om organisatie en beheer zo spoedig mogelijk in overeenstemming te brengen met de eisen van deze tijd, zal op korte termijn gestart worden met de invoering van een systeem van integraal management bij de gerechten en zal een wetsvoorstel worden ingediend om tot een bestuur van elk der gerechten te komen. Hierbij zal het rapport "Rechtspraak bij de tijd" (commissie Leemhuis) als leidraad dienen. In de lijn van dat rapport zal een Raad voor de Rechtspraak worden ingesteld. Bij de vormgeving daarvan zal in het bijzonder aandacht worden gegeven aan de wijze waarop de onafhankelijkheid van de rechter ter zitting, de wenselijkheid van een vorm van afstemming binnen de zittende magistratuur en de begrotingsbevoegdheid voor de organisatie van de rechterlijke macht met elkaar in overeenstemming zijn te brengen.

De herziening van de rechterlijke organisatie zal in de komende periode worden gericht op het bestuurlijk onderbrengen van de kantongerechten bij de rechtsbanken. Daarbij zullen de kantongerechten als afzonderlijke eenheden herkenbaar blijven. Deze wijziging zal bovendien in het kader moeten staan van laagdrempeligheid en toegankelijkheid, bijvoorbeeld door nevenvestigingen.

Terug naar overzicht

NRC Webpagina's
21 JULI 1998



    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)