U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
    M E D I A  
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 

  NIEUWSSELECTIE  
  KORT NIEUWS  
  RADIO & TELEVISIE  
  MEDIA  

Wie is Ali?

Frits Abrahams
Muhammad Ali is voor mij synoniem met televisie. In de jaren zestig stond ik midden in de nacht op om zijn grote gevechten - rechtstreeks uitgezonden door de AVRO - te bekijken. Als je uit het slaapkamerraam keek, zag je elders in de straat bij nog een of twee idioten het licht branden - allemaal leden van het geheime, wereldwijde genootschap van Ali-fans.

Het ging ons niet zozeer om het boksen, het ging vooral om Ali. Wij waren de willige slachtoffers van het meest uitgekiende zelfpromotiebeleid dat ooit door een sportman is gevoerd. Al weken tevoren warmde Ali ons op met zijn op rijm gezette voorspellingen over de afloop van de match. Hij stelde ons vooral in die eerste jaren nooit teleur. Hij won in grootse stijl en inderdaad in de voorspelde ronde.

De televisie had veel aan Ali te danken, en Ali veel aan de televisie. Het was belangrijk om hem te zien winnen. Hij had het charisma en de stijl die bij dat snel opkomende medium pasten. Voor Ali was de televisie een financiële melkkoe die tot de laatste druppel geëxploiteerd werd.

Juist vanwege dat vruchtbare verbond tussen Ali en de televisie was het een goed idee van de BBC om afgelopen zondagnacht drie uur lang non-stop aan Ali te wijden. Zulk eerbetoon was de televisie wel verschuldigd aan de meest legendarische sportman van de eeuw. (De fan is het nog niet verleerd.)

Tijdens deze nacht kregen we herhaaldelijk de bewijzen geleverd van de handige manier waarop Ali met het nieuwe massamedium omsprong. Zo kwam BBC-verslaggever Harry Carpenter ons - nog steeds gelukzalig lachend - vertellen hoe goed zijn relatie met Ali was geweest. Altijd had Ali hem exclusieve interviews gegeven, gratis en voor niets. ,,Want hij mocht me.''

Maar elk land dat de tv-rechten van Ali's gevechten opkocht, zal wel zijn eigen Carpenter hebben gehad. In Nederland was het Ruud ter Weijden die als commentator de gevechten versloeg, en ook grote, 'exclusieve' interviews met hem maakte.

Zijn goede relatie met de televisie stelde Ali in staat om een gefortuneerd man te worden én om als privé-persoon zoveel mogelijk buiten schot te blijven. Hij liet ons alleen zijn goede kanten zien, of die kanten waarvan hij dacht dat ze goed voor hem zouden zijn. We zagen Ali de dienstweigeraar (,,No Vietcong ever called me nigger''), Ali de moslim-bekeerling, Ali de kindervriend. Zijn privé-leven bleef uiterst vaag, en als persoon is hij eigenlijk altijd een raadsel gebleven.

,,Als je alleen met hem was, kon je een ernstig gesprek met hem hebben'', zei een kennis in een van de drie documentaires die de avond vulden, ,,maar zodra er een derde bijkwam, voerde hij een act op. Ik heb me vaak afgevraagd: wie is de ware Ali?''

Het viel me ook nu weer op hoe weinig nieuwe feiten over Ali werden verteld. Dat was de teleurstelling van deze avond. De eerste film, When Harry met Ali, was een rommelige impressie van eigen BBC-makelij, de tweede documentaire was de zwaar overschatte film When we were kings over het gevecht in Zaire tegen Foreman, die voor de liefhebber ook nauwelijks nieuw materiaal bevat.

De kracht van de avond school in de staart: de korte BBC-documentaire One punch too many over de tragische slotjaren van Ali's carrière. Daarin zegt een van zijn dochters (hij heeft zes kinderen bij twee vrouwen): ,,Ik zou ze wel willen wurgen: zijn trainer en al die mensen in zijn omgeving die hem aanspoorden om door te blijven gaan.''

Het bleef onduidelijk of Ali aan de ziekte van Parkinson lijdt, of aan een hersenbeschadiging ten gevolge van het boksen, feit is dat hij al een medisch wrak was toen hij zijn laatste gevechten leverde. Hij kon de lucratieve aanbiedingen van de televisie niet weerstaan. Het medium dat zijn carrière had bepaald, gaf hem iets te letterlijk zijn verdiende loon.

NRC Webpagina's
25 MEI 1998


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)