|
S P O R T
|
![]()
NIEUWSSELECTIE S c h a k e l s Hockey Champions Trophy |
Iraanse coach kijkt verlangend naar smaragdgroen kunstgras
Door onze correspondent FLORIS VAN STRAATEN
,,Wanneer wij eenmaal besluiten iets te doen'', glimlacht Ryul, ,,dan doen we het ook grondig. We werken er hard voor en studeren veel. Dat is onze natuur.'' De eerste vruchten van deze systematische benadering heeft Zuid-Korea al geplukt. Bij de Olympische Spelen in Atlanta wonnen de Koreaanse vrouwen verrassend een zilveren medaille. ,,Onze bond was daar trouwens nog niet eens tevreden mee'', meldt Ryul. ,,Die had goud gewild.'' De internationale hockeybond (FIH) heeft zijn hoop vooral gevestigd op mensen als Ryul voor de verdere verbreiding van het internationale hockey. Daarom is hij met een beperkt aantal coaches uit andere landen uitgenodigd voor een seminar over technische en tactische apecten van het spel, dat samenvalt met de strijd om de Champions Trophy in Madras. Er zijn coaches uit erkende hockeylanden als Duitsland, Australië en Nederland, onder wie oud-international Carina Benninga, maar ook uit minder ontwikkelde landen als Thailand, Macao en Argentinië. Ook de Iraanse bondscoach Mohammed Dehkhoda, wiens land in totaal drieduizend spelers telt, is van de partij. Met verlangende ogen kijkt Dehkhoda steeds weer naar het smaragdgroene kunstgras in het stadion in Madras. In Iran heeft men nog geen enkel kunstgrasveld. ,,Zolang we daar niet over beschikken, heb ik ook geen enkele illusie dat we ons ooit kwalificeren voor een wereldkampioenschap'', zegt de beminnelijke Iraniër, die het anders dan zijn Koreaanse collega niet nodig acht gedetailleerde aantekeningen te maken van de wedstrijden tussen de toplanden. De meeste Iraanse hockeyers bedrijven hun sport in zalen, die door de regering ter beschikking worden gesteld. Maar de hockeyers kunnen op veel minder medewerking rekenen dan de worstelaars of de voetballers. Gedurende het jaar spelen teams uit de verschillende provincies niettemin in een gezamenlijke competitie. Af en toe worden toernooien gehouden met teams uit de buurlanden Armenië, Turkmenistan, Tadzjikistan en Rusland. In Iran hockeyen zelfs 150 jonge vrouwen. Volgens Dekhoda verzet de streng islamitische regering in Teheran zich niet tegen het fenomeen vrouwenhockey. In drie provincies spelen ze inmiddels tegen elkaar. ,,We hopen volgend jaar met een damesteam aan de Islamitische Spelen in Pakistan deel te nemen'', onthult de Iraanse coach. In de Verenigde Staten is de toestand omgekeerd. Daar is hockey uitsluitend een vrouwensport. Amerika telt honderdduizend meisjes en vrouwen, van wie de meesten op de universiteiten met het spel in aanraking zijn gekomen. Amerikaanse mannen daarentegen achten het beneden hun waardigheid om een typische vrouwensport te beoefenen en kiezen, als het dan toch hockey moet zijn, voor ijshockey, maar liever nog voor honkbal, American football of basketbal. In totaal zijn 120 verschillende nationale hockeybonden aangesloten bij de FIH. Sommige bonden zijn groot en relatief rijk, zoals de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond die in totaal zo'n 130.000 leden telt en een infrastructuur met 400 astroturfvelden tot zijn beschikking heeft. De meeste buitenlandse bonden zijn klein tot zeer klein. ,,De bond van de Solomon-eilanden telt bij voorbeeld slechts 20 leden'', verklaart Phil Appleyard, de penningmeester van de FIH, die als enige op de tribune in een plechtig donker pak is verschenen. ,,Van zulke kleine bonden vragen we ook nauwelijks contributie. Voor 100 Zwitserse franken per jaar mogen ze lid blijven van de FIH.'' Ook Europa telt de nodige ontwikkelingslanden op hockeygebied zoals Letland, Moldova en ook Noorwegen. Vaak blijven zulke kleine bonden slechts voortbestaan bij de gratie van een handvol enthousiastelingen. De bond van Bahrain wordt bijvoorbeeld hoofdzakelijk gedreven door buitenlanders die daar tijdelijk zijn gestationeerd. ,,Je staat ook dikwijls versteld van de ondernemingslust van zulke kleine bonden'', zegt Appleyard. ,,Zo strijden de Fiji-eilanden, Papua New Guinea en de Solomon-eilanden om hun eigen Oceanië-Cup. In het Golfgebied heeft men de Gulf-Cup.'' Naast alle enthousiasme van de eigen mensen in de kleine hockeynaties, probeert de FIH met de geringe middelen die ze zelf tot haar beschikking heeft de kleinere bonden te steunen. Dat gebeurt via cursussen voor coaches en seminars zoals momenteel in Madras gebeurt. Andere ontwikkelingshulp bestaat uit de zending van materieel als sticks, ballen en keepersuitrustingen. ,,Als je hoort waar de collega's uit andere landen dikwijls mee te kampen hebben'', zegt de Nederlandse coach Sjef Peeters, ,,dan besef je dat Nederland met al zijn clubs en faciliteiten werkelijk een hockeymekka is.''
|
NRC Webpagina's
12 DECEMBER 1996
|
| Bovenkant pagina |