NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

Dossier Kok / Van Aartsen

Nieuws

Wim Kok

Jozias van Aartsen

Buitenlands beleid

Documenten

Links

HET BOLWERK - BUITENLANDSE ZAKEN

Beschaafd gekerm onder nieuw, daadkrachtig bewind

Door onze diplomatiek redacteur J.M. BIK
DEN HAAG, 3 DEC. Na het duo Van Mierlo en Pronk worden de zaken op Buitenlandse Zaken en bij Ontwikkelingssamenwerking een forse slag anders aangepakt door hun opvolgers, Van Aartsen en Herfkens. Van hoog tot laag op het departement wordt er gemord.

Het is de vraag of al die ambtenaren en diplomaten die de ministers Jozias van Aartsen en Eveline Herfkens vier maanden geleden verheugd ontvingen op Buitenlandse Zaken, nog steeds even enthousiast zijn. Want de 50-jarige politieke manager Van Aartsen (VVD) en de `ontpronkende' Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) gaan zo daadkrachtig te werk dat het nu soms hoorbaar kraakt in hun traditioneel zo bezadigde ministerie.

Over een breed front is het ongelijksoortige maar toch homogene ministersduo bezig eigen piketpalen in de grond te slaan. Van Aartsen, gewaarschuwd door het voortdurende geharrewar van Van Mierlo en Pronk in het eerste kabinet-Kok over hun competentie, had afgelopen zomer direct al voor een goede verstandhouding met Herfkens gezorgd door formateur Kok te zeggen dat hij eerst met haar wilde praten, voordat hij `ja' zei tegen zijn ministerspost. Dat zulke hoffelijkheid ook verstandig kan zijn, is inmiddels gebleken.

De afgelopen maanden is gebleken dat zij het over de wenselijkheid van veranderingen zeer eens zijn. Zo haalde Van Aartsen met Herfkens' instemming de onzalige betrekkingen met Suriname uit het hart van het Buitenlands beleid, wat op `BeZet' voor een zucht van opluchting zorgde. Verder zei hij meer op de Nederlandse belangen te zullen letten en daarvoor zonodig in Europa vaker wisselende coalities te zoeken. Het beeld van Nederland als een bescheiden natie die vooral streeft naar een dienende, op het volkenrecht georienteerde functie, moest voorbij zijn. Realistisch zelfbewustzijn is het motto van Van Aartsen, waarbij de teruggetreden VVD-leider Bolkestein instemmend zal hebben geknikt.

Herfkens noemt zich leerling van haar voorganger/partijgenoot Pronk, maar is intussen druk in de weer allerlei noties van haar voorganger de wereld uit te helpen.

Opvallend voorbeeld: de geplande drastische beperking van het aantal landen waarmee een directe ontwikkelingsrelatie wordt onderhouden. Daarover wil Herfkens de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de begroting deze week trouwens meer vertellen. Ander voorbeeld: Herfkens, die ervaring als directeur van de Wereldbank meebracht naar Den Haag, wil af van hulp aan landen, zoals China, die economisch nu stevig genoeg in hun schoenen staan om zelf geld op de wereldmarkt te lenen.

Van Aartsen vraagt van zijn ministerie en de ambassades meer efficiency en meer kwaliteit. De directies en ambassades kregen opdracht voorstellen te doen om de in het regeerakkoord opgelegde norm van vijf procent bezuiniging te halen. Openlijk komen er nu ongewoon boze geluiden uit de belangenorganisaties. Ook Van Aartsens lof voor de medewerkers die hij had op Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn vorige ministerspost, en zijn waardering voor het idee van een algemene bestuursdienst met uitwisselbare departementale ambtenaren vielen niet goed op een naar eigen gevoel elite-ministerie als BZ. Zo moest zowel de departementale basis als de diplomatieke top de afgelopen maanden vaak moeizaam slikken. Bijvoorbeeld toen de minister de traditionele “sleetse carrierepatronen” op zijn departement aan de kaak stelde. Zelfs in het personeelsblad wordt bitter geklaagd (“we mogen kiezen tussen een grote en een kleine amputatie”). Voor de top van het ministerie, die zonder veel succes worstelt met de herijkingoperatie van het vorige kabinet, is het bovendien lastig dat Van Aartsen aan die operatie van Van Mierlo niet echt zijn hart lijkt te hebben verpand.

“De minister doet wat hij al had aangekondigd”, zegt een diplomaat.

“Hij trekt de teugels aan en neemt zonder aanzien des persoons besluiten. Dat doet soms pijn, maar het is wel zo duidelijk. Af en toe beslist hij echt helemaal alleen, nadat hij zijn kaarten lang tegen de borst heeft gehouden.”

Dat was onder meer zo in het geval van de verrassende aanwijzing van de 64-jarige ambassadeur in Bonn, Van Walsum, voor de Nederlandse zetel in de Veiligheidsraad. Met deze bijna pensioengerechtigde diplomaat passeerde Van Aartsen de huidige ambassadeur bij de VN, Ramaker, over wie wordt gezegd dat hij er persoonlijk in was geslaagd zo'n 20 a 25 Derde-Wereldlanden over te halen begin oktober voor Nederland als lid van de Veiligheidsraad te stemmen. Dezelfde diplomaat hierover: “Ik geloof niet dat het feit dat Van Walsum een vriend van oud-VVD-leider Bolkestein is, een rol heeft gespeeld. Ramaker mist de uitstraling die Van Aartsen wenst, Van Walsum stak met kop en schouders boven andere kandidaten uit, de minister wilde iemand in de Veiligheidsraad op wie hij kon bouwen.”

Intussen wacht het departement met spanning op meer zwaarwegende beslissingen. Er moet in het belangrijkste buurland, Duitsland, een opvolger voor Van Walsum komen. En voorts binnenkort nieuwe chefs voor het directoraat-generaal regiobeleid (DGRB) en het prestigieuze directoraat Europese integratie (DGES), waarvan de rol af en toe ook moet worden verdedigd tegen de gretigheid van premier Koks ministerie van Algemene Zaken. Op termijn moet er voorts een vervanger komen voor de secretaris-generaal, de CDA'er Van den Berg. Deze `Raspoetin' van de herijking en het personeelsbeleid werd zes jaar geleden door de toenmalige BZ-minister Van den Broek van Economische Zaken gehaald.

Zijn strenge hand reikt intern veel verder dan die van zijn vaak nogal ambtelijke voorgangers, en met de beleidsdirecties is zijn omgang soms ongemakkelijk, wat Van Aartsen niet is ontgaan.

Voor een vergelijking met de D66'er Van Mierlo Van Aartsens voorganger en in veel opzichten als `parlando-politicus' zijn tegenpool, voelen diplomaten weinig. Respect is er voor Van Aartsens daadkracht en besluitvaardigheid. Maar het stak dat de minister zijn voorganger openlijk heeft verweten niet zoveel aan de campagne voor een Nederlandse zetel in de Veiligheidsraad te hebben gedaan. Weinig waardering is er ook voor zijn klacht, dat hij inzake de vernieuwing van het personeelsbeleid op Buitenlandse Zaken geen “gespreid bedje” had aangetroffen. En verbazing was er de afgelopen weken over dat de politieke manager Van Aartsen zoveel moeite had de VVD-fractie in de Tweede Kamer achter de uitzending van Nederlandse waarnemers naar Kosovo te krijgen. Kortom: de betrekkingen tussen de minister en zijn departement zijn intussen ontdaan van de eerste euforie, maar per saldo toch goed. En een ding is zeker: zijn streven om het tweehonderd jaar oude ministerie weer een meer relevante plaats op de politieke en maatschappelijke kaart te geven is onomstreden.

NRC Webpagina's
3 december 1998

Den Haag

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad