Het e-mailgeheim
DE ARBEIDSVERHOUDINGEN zijn
verrijkt met een nieuw woord: "privétisering op de werkplek". Zo
wordt het genoemd in een uitspraak van de kantonrechter te Haarlem, een
half jaar geleden. Een werkgever heeft te aanvaarden dat onder werktijd
privé-contacten worden onderhouden waarvan hij de privacy heeft
te waarborgen. Hij dient daarom af te blijven van e-mailverkeer met een
persoonlijke inhoud van en naar de werkplek.
Toch was dit geen beletsel voor de Haarlemse kantonrechter om het
ontslag van een KLM-werknemer goed te keuren die de elektronica op
kantoor had gebruikt voor het frequenteren van 06-nummers en het zenden
en printen van vieze en gemene plaatjes. De rechter verwierp het protest
van de werknemer dat hij nooit een behoorlijke waarschuwing had
ontvangen en dat de werkgever bij zijn afwezigheid zijn computer had
gekraakt en een 'privé' gelabelde diskette had gelezen. "Het
staat een werkgever vrij zijn netwerk te doorzoeken op dit soort
gebruik."
Deze uitspraak staat niet op zichzelf, signaleert de jongste aflevering
van het tijdschrift Privacy en informatie. Werknemers vliegen
onverbiddelijk de laan uit voor het meesturen van porno of het bezoeken
van pornosites. Zou hetzelfde gebeuren, vraagt het blad, als deze
werknemers achter hun bureau waren betrapt met een pornoblaadje of op
het doorgeven daarvan aan een collega? Het is begrijpelijk dat
werkgevers daar weinig van moeten hebben, maar de privacy omvat ook de
minder aantrekkelijke voorkeuren van de mens. Hetzelfde geldt trouwens
voor zijn vrijheid van meningsuiting, die mede een "ontvangstvrijheid"
omvat.
ER IS EEN juridische complicatie: de rechten van de mens gelden in
beginsel alleen voor de verhouding tussen burger en overheid. Ze zijn
niet zonder meer van toepassing op de relaties tussen burgers onderling,
zoals werkgever en werknemer. De Registratiekamer, een onafhankelijk
advies- en toezichtsorgaan van de regering, heeft nu langverwachte
vuistregels gepubliceerd om de kloof tussen particuliere grondrechten en
controle te beperken. Het orgaan verzet zich tegen de gemakkelijke
stelling dat activiteiten van beroeps- of bedrijfsmatige aard zonder
meer van het recht op bescherming van het privé-leven zijn
uitgesloten. Daar is ook met zoveel woorden tegen gewaarschuwd door het
Europese Hof voor de rechten van de mens: juist de werktijd geeft de
moderne burger een aanzienlijke, zo niet de grootste kans om relaties
met de buitenwereld te ontplooien.
Ook de Registratiekamer kan er overigens weinig meer van maken dan een
moeizame belangenafweging. Behalve die eeuwige porno zijn ook belangen
in het geding als het tegengaan van seksuele intimidatie of andere
uitlatingen die het bedrijf in de juridische problemen kunnen brengen.
Daar dient het dan wel zoveel mogelijk toe beperkt te blijven.
Belangrijk is in elk geval dat bedrijven een duidelijk beleid formuleren
voor e-mail- en internetcontroles. En vooral dat ze dit duidelijk
bekendmaken. Het is niet voldoende, al is het zeker waar, dat iedereen
op zijn vingers kan natellen dat het e-mailgeheim nooit waterdicht is.
Al was het alleen wegens voorzieningen om toegang te krijgen tot
persoonlijke mappen bij ontstentenis (ziekte) van een employé.
Des te opmerkelijker is het dat mensen op het werk er via de elektronica
herhaaldelijk dingen uitflappen waarmee ze "face to face" wel zouden
uitkijken.