Zetten we de top10 banken en de top10 verzekeraars op een rij,
dan ontstaat het volgende beeld.
| Top 10 banken Nederland
(balanstotaal x f 1 mln) |
| 1 | ABN AMRO holding | 546.526 |
| 2 | Rabobank Nederland (Rabobank-Interpolis) | 293.516 |
| 3 | ING Bank (ING Groep) | 247.157 |
| 4 | Bank Nederlandse Gemeenten | 101.861 |
| 5 | Fortis Bank Nederland (VSB) | 31.529 |
| 6 | Nederlandse Waterschapsbank | 30.373 |
| 7 | SNS Bank Nederland | 25.494 |
| 8 | Generale Bank Nederland | 20.690 |
| 9 | De Nationale Investeringsbank | 18.074 |
| 10 | Westland Utrecht Hypotheekbank (ING Groep) | 12.271 |
| Top 10 verzekeraars Nederland
(bruto-premie x f 1 mln) |
| 1 | Nationale Nederlanden (ING) | 9.997 |
| 2 | Achmea | 6.148 |
| 3 | Aegon | 5.353 |
| 4 | Amev (Fortis) | 3.705 |
| 5 | Interpolis (Rabobank-Interplois) | 3.336 |
| 6 | Stad Rotterdam | 2.865 |
| 7 | Delta Lloyd | 2.842 |
| 8 | UAP-Nieuw Rotterdam | 2.132 |
| 9 | Reaal | 1.428 |
| 10 | Ohra | 1.189 |
Echt groot zijn Nationale Nederlanden (verzekeraar nr 1) en ING
Bank (bank nr 3) samen in de ING Groep. Ook niet te versmaden:
Amev (verzekeraar nr 4) en Fortis Bank Nederland (bank nr 5) samen
in VSB. Vervolgens Interpolis (verzekeraar nr 5) en Rabobank
Nederland (bank nr 2) samen in Rabobank-Interpolis.
Aegon (verzekeraar nr 3) heeft een eigen bank opgericht (Spaarbeleg Bank). Achmea
(verzekeraar nr 2, waarin Centraal Beheer, Zilveren Kruis en Avero)
heeft een kleine bank (Staal bankiers) overgenomen.
ABN AMRO (bank nr 1) heeft een verzekeringskanaal opgezet waarin
wordt samengewerkt met Centraal Beheer.
Het is duidelijk dat er in de oligopolistische markt sprake
is van een concentratiebeweging. Binnen een oligopolie bestaat
of zeer felle concurrentie of men komt, juist uit angst voor 'cut
throat competition', tot concurrentiebeperkende afspraken (kartels ).
Dergelijke concurrentiebeperking is in het algemeen nadelig voor
de klanten, die het met hogere tarieven en minder dienstbetoon
moeten doen dan wanneer er een pittige wedijver tussen de aanbieders
bestaat.
Naast deze vervlechting van banken en verzekeraars is er meer
aan de hand. Zoals bekend is een deel van de sociale verzekeringen
geprivatiseerd . Denk aan de Ziektewet, de Algemene Nabestaandenwet
en een deel van de WAO. Hier ligt in beginsel een interessante markt voor
de particuliere verzekeraars, die deze producten intussen aanbieden.
Het financiële conglomeraat Achmea is in gesprek met het
GAK, de grootste uitvoeringsorganisatie van de sociale verzekeringen.
Sommige deskundigen zijn bezorgd over de financiële machtsposities
die op deze manier ontstaan. Vooral ook omdat de controle bij
verschillende instellingen berust. Vanouds houdt De Nederlandsche
Bank (DNB) controle op de financiële instellingen. Terwijl
de verzekeraars door de Verzekeringskamer worden gecontroleerd.
Onder de nu nog geldende oude Wet economische mededinging (WEM)
staat de minister van Economische Zaken machteloos. De nieuwe WEM geeft hem de mogelijkheid op te treden tegen het misbruik maken
van een economische machtspositie. Ook is toezicht mogelijk
op concentraties door fusies of overname. Maar ook deze nieuwe
wet laat het toezicht op de financiële sector over aan DNB
(Wet toezicht kredietwezen 1992) en de Verzekeringskamer (Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993). Al is het wel zo dat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe WEM deze regeling nader wordt bezien.
Het is vanwege het tegengaan van inflatie heel goed verdedigbaar
dat DNB is afgeschermd van de invloed van het parlement. Maar
dat betekent dat het toezicht van de Bank op concentraties en machtsposities (het zogeheten structuurtoezicht) ook niet onderhevig is aan parlementaire
controle. Zou het niet wenselijk zijn het toezicht op de concurrentieverhoudingen
over te laten aan de minister van Economische Zaken, die wel door
het parlement ter verantwoording kan worden geroepen?
RS
Hoogleraar: bundeling banken en zorgverzekeraars nekt
concurrentie
'Toets fusies in financiële sector'
Door onze redacteur MENNO TAMMINGA
AMERSFOORT, 6 DEC. De overheid moet de
nieuwe fusiegolf in de financiële sector, waarin banken en
verzekeraars samenklonteren met pensioenuitvoerders en sociale
uitvoeringsinstellingen, toetsen op negatieve gevolgen voor de
concurrentie. ,,Bij de fusies van de grote banken had het al gekund'',
zegt dr. C. de Kam, hoogleraar Economie van de Publieke Sector in
Groningen. ,,Bij de verzekeringsfusies is de grens al overschreden.''
Deze week maakten Achmea, een financieel conglomeraat van banken tot en
met (zorg)verzekeringen, en Gak, de grootste uitvoeringsinstantie van
sociale verzekeringen, oriënterende gesprekken over samenwerking
bekend. Enkele weken geleden deden de Rabobank, de grootste bank en
verzekeraar in Nederland en PVF, die pensioen- en VUT-fondsen beheert
met zo'n 40 miljard gulden vermogen, hetzelfde.
,,Een bank en verzekeraar als ING is door fusies zo'n grote marktpartij
geworden dat je je moet afvragen wat dat betekent voor het functioneren
van de markt'', zei De Kam afgelopen week in de wandelgangen van een
congres van Paribas Asset Management over de financiering van de
toekomstige pensioenvoorziening. ,,Het moet niet zo worden, dat de
competitie verdwijnt.''
De Nederlandse overheid heeft op dit moment geen mogelijkheden om fusies
in het bedrijfsleven preventief te toetsen op hun gevolgen voor de
mededinging. Minister Wijers van Economische Zaken (EZ) heeft een paar
maanden geleden wel plannen ontvouwd om in deze lacune te voorzien.
In het kader van het beleid om marktwerking te stimuleren wil Wijers
fusies van bedrijven die een gezamenlijke omzet hebben van 250 miljoen
gulden of meer toetsen op hun gevolgen voor de concurrentie. Fusies die
een bedrijf opleveren met meer dan 5 miljard ecu omzet (ruim 11 miljard
gulden) komen alleen voor toetsing op Europees niveau in aanmerking.
In de financiële sector spelen de toezichthoudende Nederlandsche
Bank en het ministerie van Financiën de hoofdrol in de beoordeling
van bankfusies, maar zij zijn in het verleden geen tegenstander gebleken
van verdere concentraties. Ook in de nieuwe fusiewetgeving blijven zij
voorlopig de komende vijf jaar de concentratie in de financiële
sector beoordelen.
,,Wanneer er een paar grote financiële conglomeraten komen die
gedeeltelijk sociale taken uitvoeren, is het mogelijk dat er net zo
weinig concurrentie zal zijn als vroeger, maar tegen hogere
uitvoeringskosten'', vreest De Kam. De uitvoeringskosten hebben de
gewoonte op te lopen als particuliere partijen het heft in handen
krijgen, legt hij uit.
De verklaring daarvoor is relatief simpel: de
overheidsbureaucratieën die de uitkeringen beheren verkopen alleen
standaardpakketten, die in de uitvoering niet zo bewerkelijk zijn.
Particuliere aanbieders komen daarentegen met meer maatwerk en dat maakt
de produkten duurder in uitvoering. ,,De politiek geeft de zeggenschap
over de uitkeringen weg, zoals bij de Algemene Nabestaanden Wet (ANW),
en daarmee daalt de democratische controle.''
Wat daarvoor in de plaats komt heet weliswaar marktwerking, maar wordt
uitgevoerd tegen hogere prijzen. ,,De uitvoeringskosten lopen op, de
verzekerden zien hun belangen sneuvelen.'' De Kam verwacht dat grote
ondernemingen wel een sterke onderhandelingpositie tegenover de nieuwe
financiële kongsi's zullen hebben, maar dat particulieren en kleine
ondernemers een veel zwakkere uitgangspositie hebben. ,,Ik ben niet voor
bundelingen die zo machtig worden dat onvoldoende keuze overblijft voor
ondernemers en particulieren. Dan krijg je te veel eenheidsworst: niet
geleverd door de overheid, maar door de markt.''
In de praktijk kunnen straks nieuwe conglomeraten ontstaan die deels
publieke taken uitoefenen, zoals zorg en sociale uitkeringen, en deels
commerciële activiteiten ontplooien, zoals bankdiensten,
pensioenverzekeringen en koopsompolissen. Allerlei praktische vragen
dringen zich op. Hoe moeten de kosten van het conglomeraat worden
verdeeld over de publieke en private activiteiten? Welke informatie uit
de ene tak van activiteiten mag voor de andere categorie zaken worden
gebruikt en welke niet? In de weinige mededelingen die Achmea en Gak
hebben gedaan zeggen zij in elk geval geen vermeninging van publieke en
commerciële taken te beogen.
De controle daarop zal, op basis van de huidige regelgeving, in handen
komen van een hele serie instanties: van de Nederlandsche Bank en de
Verzekeringskamer tot en met het College van Toezicht op de Sociale
Verzekeringen.
De Kam trekt een vergelijking met de privatisering van de gemeentelijke
vuilnisophaaldiensten in het afgelopen decennium. Het was
efficiënter om dit uit te besteden aan particuliere bedrijven,
redeneerden veel gemeenten. ,,Daardoor wordt de markt nu beheerst door
drie grote concerns, constateert De Kam. ,,De overheid kan heel moeilijk
terugschakelen. Het ideologisch klimaat zit tegen. Niet de Hakkelaar,
maar dít is het octopus-proces van de eeuw.''
(Uit NRC HANDELSBLAD van vrijdag 6 december
1996)
zie ook: Wijers: 'Geen mogelijkheid financiële fusies te toetsen', Uit NRC HANDELSBLAD van dinsdag 10 december 1996