U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

N R C   H A N D E L S B L A D  -  F I L M  &  V I D E O
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

T I T E L : O Brother, Where Art Thou?
R E G I E : Joel Coen
M E T : George Clooney, John Turturro, Tim Blake Nelson, JohnGoodman, Holly Hunter, Charles Durning, Chris Tomas King

In: 22 theaters

Joel en Ethan Coen vermengen feit en fictie tot een fabeltje over Depressie

Muzikale Odyssee in het diepe Zuiden

Door BIANCA STIGTER
O Brother, Where Art Thou, de achtste speelfilm van de broers Joel en Ethan Coen, speelt zich af in het diepe zuiden van Amerika in de jaren dertig.

Drie mannen ontsnappen uit de gevangenis en gaan op zoek naar de schat die een van hen ergens in een bos verborgen heeft. De tijd dringt, want over een paar dagen zal het bos plaats maken voor een stuwmeer. Onderweg naar de schat beleeft het drietal allerlei spannende, grappige en erotische avonturen. Onder de naam 'The Soggy Bottom Boys' nemen ze samen met een zwarte bluesgitarist ook nog een plaatje op.

Voor het scenario van deze in nostalgische okertinten gefilmde road movie krijgen niet alleen de Coens maar ook Homeros de credits. O Brother is heel losjes gebaseerd op de Odyssee. De leider van het ontsnapte trio heet Ulysses en onderweg naar de schat komt hij tal van aan tijd en plaats aangepaste versies van Homerische figuren tegen. De cycloop is een bijbelverkoper geworden met een lapje over zijn oog, de sirenen doen de was aan de oever van een rivier, Ulysses' vrouw Penny staat op het punt te hertrouwen. Nog vaker dan naar de Odyssee verwijzen de zelf uit het noorden afkomstige Coens naar dingen die in de jaren dertig in het Zuiden gebeurd zijn of gefantaseerd werden. Feit en fictie lopen er in door elkaar zoals dat nu eenmaal gaat in het beeld dat van voorbije tijden in het collectieve geheugen ontstaat. De filmster Clark Gable, de bluescomponist Robert Johnson, de gangster Babyface Nelson, The Wizard of Oz, een lynching, Bonnie and Clyde, de Tennessee Valley River Authority, de foto's van Walker Evans uit Let Us Now Praise Famous Men, de Klu Klux Klan, ze komen in de film allemaal voor, alsof de Coens alle mythes, feiten en fantasieën over het zuiden van Amerika in een film hebben willen samenbrengen. In dit opzicht zou je hun postmoderne sprookje zelfs een realistische film kunnen noemen. En dan hebben ze ook nog tijd voor nieuwe grappen over haarnetjes en pommade. De grote kracht van de Coens schuilt erin dat ze een film over zo'n onderwerp zo licht kunnen houden, zo grappig en zo onpretentieus. In een paar scènes wagen ze zich zelfs aan onvervalste slapstick. De titel, O Brother, Where Art Thou, verwijst naar een film van een van de grote voorbeelden van de Coens, Sullivan's Travels (1941) van Preston Sturges. Deze film gaat over een Hollywoodregisseur die geen komedies meer wil maken, maar een sociaal bewogen drama met de titel O Brother, Where Art Thou. Aan het eind van de film herontdekt de regisseur de kracht van de lach, als hij samen met een aantal gevangenen naar Mickey Mouse kijkt. In de film van de Coens wordt de rol van Micky Mouse gespeeld door muziek, door de blues en door bluegrass. Tegen het einde van de film spelen The Soggy Bottom Boys op een verkiezingsbijeenkomst. Een van de politici maakt bezwaar tegen het meespelen van de zwarte gitarist, maar hij wordt door het wild enthousiaste publiek weggehoond en de stad uitgejaagd. Met zo'n scène laten de Coens elke band met de werkelijkheid van het Amerikaanse zuiden los. O Brother is daarna geen sprookje meer, maar een fabeltje.

NRC Webpagina's
6 DECEMBER 2000


    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad