D E A F 9 8
|
|
Ongelukken en orakels op elektronisch kunstfestival
Door MARIE-JOSÉ KLAVER
Alle technische vindingen en producten veroorzaken
ongevallen door storingen of
menselijk falen. Het elektronische kunstfestival DEAF98, georganiseerd door het
Rotterdamse centrum voor mediakunst en technologie V2, belicht het
'ongevalspotentieel' van nieuwe media (Internet, computerspelletjes,
driedimensionale ruimtes). Het festival bestaat uit verschillende
tentoonstellingen, workshops en een tweedaags symposium over de kunst van het
ongeluk in het museum Boijmans-van Beuningen. Op
DEAF98 wordt onderzocht wat het ongeluk voor nieuwe media-kunst betekent,
een kunstvorm die veel gebruik maakt van of zelfs volledig bestaat uit
techniek. Volgens V2 is het ongeval een integraal onderdeel van de
technologische samenleving. Zoals de uitvinding van het schip de schipbreuk met
zich meebrengt, is ook de computer een bron van ongelukken en instabiliteit.
Ongelukken brengen creatieve processen op gang omdat ze het alledaagse
doorbreken en het toeval een kans geven.
Hoe ziet ars accedentalis, kunst die het ongeval en ook het toeval
integreert, eruit? In het Museumpark staat een container van de fictieve sekte
COTIS. COTIS staat voor Cult of The Inserter Seat, een sekte die genoeg heeft
van technologie en 'terug naar de aarde' wil. De ironische installatie van de
internationale kunstenaarsgroep KIT bevat beelden van vliegtuigongelukken. De
sekteleden reizen naar plaatsen waar vliegtuigen zijn neergestort om hun
boodschap te verkondigen. Op de plaats van het ongeluk graven ze een tunnel.
Het beginpunt wordt gemarkeerd met een container. Zo ontstaat er een
ondergronds netwerk van anti-digitale nomaden die elkaar in containers
ontmoeten om de laatste eer te bewijzen aan de verongelukte slachtoffers van de
techniek.
De expositieruimte in het V2-gebouw is door de Amerikaanse architectuur-kunstenaar Mark Bain veranderd in een Live Room. Op verwarimgsbuizen en andere onopvallende plekken heeft Bain kleine apparaatjes gemonteerd die beweging omzetten in trilling en geluid. De oppervlaktes van de muren en de plafonds fungeren als reusachtige speakers. Het geluid wordt steeds luider naarmate men hoger in het gebouw komt. Op de bovenste verdieping is het een oorverdovend kabaal.
Tijdens de bijeenkomst Open Territories (over work-in-progress) geeft Bain een overzicht van zijn werk. Hij is gefascineerd door de interactie tussen mensen en gebouwen. Voor het stadhuis in Seattle, dat in een 40 verdiepingen tellend gebouw zetelt, maakte Bain, die een indrukwekkende lijst met technische publicaties op zijn naam heeft staan, een electriciteitsgenerator. Het apparaat produceert electriciteit door het heen en weer zwiepen van het gebouw. Het project werd gefinancierd met een subsidie van het stedelijk electriciteitsbedrijf, dat op grond van de wet 1 procent van het jaarinkomen aan kunst moet spenderen.
Veel van deze publieke kunst wordt na enige tijd vernietigd. Met zijn generator-installatie zal dat niet zo snel gebeuren, vertelt Bain op DEAF98, terwijl hij zijn lachen nauwelijks kan inhouden. Het kunstwerk bevat namelijk een paar kilo lood, een zwaar giftig metaal. ,,Als ze het willen afbreken, worden ze ziek.''
De Amerikaanse mediakunstenaar Perry Hoberman schuift met meubels en
computerschermen om te laten zien dat virtualiteit een uiterst vaag concept is.
Zijn installatie Systems Maintenance (systeembeheer) speelt met de veel
gebruikte term virtuele wereld. Op een groot projectiescherm worden drie
uitvoeringen van een kamer met felgekleurde tafels en stoelen geprojecteerd.
Het geprojecteerde beeld wordt samengesteld uit de echte kamer met meubilair,
een maquette van deze kamer en een digitale versie op een draaibare
computermonitor. Wie via het scherm in de kamer navigeert en een meubelstuk wil
aanwijzen of verplaatsen, grijpt er nogal eens naast. Het onvoorspelbare gedrag
van de bezoekers en de techniek vormen samen een chaotische vierde dimensie. Op
het projectiescherm ontstaat een constant veranderend beeld van de kamer. Twee
systeembeheerders proberen orde in de chaos te scheppen door alle meubels
telkens weer recht te zetten.
Als een orakel van de eenentwintigste eeuw laat de dove kunstenaar Aaron
Williamson teksten in spiegelbeeld door de computer opzeggen. Zijn installatie
Hearing Things (The Oracle), die te zien is in het Nederlandse Foto Instituut,
bestaat uit geprinte teksten, die worden gegenereerd uit het gefluister en de
bewegingen van de bezoekers in de ruimte.
Met speciale spraaksoftware worden de
woorden van de bezoekers, die eerst op een glazen venster zijn te zien, omgezet
in hoorbare taal. Twee keer per dag geeft Williamson een performance waarin hij
al gesticulerend de woorden van de bezoekers opnieuw interpreteert. Hij zet
zijn hele lichaam in om betekenis te geven aan de door toeval tot stand gekomen
wijsheden van het elektronische orakel.
Op de tentoonstelling transArchitectures 02 + 03 in het Nederlands
Architectuurinstituut zijn grote computerprints van ontwerpen en animaties van
gebouwen uit de school van de "vloeibare architectuur te zien. Vloeibare
architecten gebruiken computertechnologie om nieuwe dimensies in gebouwen te
creëren. Een van de fascinerendste ontwerpen is Thinking the Unthinkable House
van het Amerikaanse architectenechtpaar Ben en Laura Nicholson. Hun 'ondenkbare
huis', dat uit talloze niet-lineaire kamers bestaat, is bijna tastbaar
aanwezig. Het is ruim, gezellig en er hangen prachtige kunstwerken. Je zou er
zo intrekken. Het is alleen nooit gebouwd. De computeranimaties zijn zo
realistisch dat je dat direct vergeet.
Technomuziek, soundscapes en vinyl-videos zijn zaterdagnacht te horen en te
zien tijdens de boottocht Titanic Adventures. De tocht met multimedia-optredens
voert langs duistere plekken in de Rotterdamse haven.
Zoals gebruikelijk bij V2, dat een lange traditie heeft op het jonge terrein
van mediakunst, wordt nieuwe technologie niet verheerlijkt of alleen maar
geësthetiseerd. Vanavond wordt gediscussieerd over het jaar 2000-probleem, een
technische fout waardoor vrijwel alle computersystemen ter wereld rond 1
januari 2000 op hol zullen slaan. Het ultieme ongeluk, dat volgens ex-Philips
topman Jan Timmer van het Millennium Platform voor een economische en sociale
ontwrichting zonder weerga zal zorgen. Computerdeskundigen, brokkenpiloten en
creatieve techneuten buigen zich over de vraag hoe digitale technieken, die in
bijna alle sectoren van de samenleving een cruciale rol spelen, te controleren
zijn, en of controle wel wenselijk is.
Hoe ontwrichtend instabiele technologie kan zijn, wordt aan de hand van de
website van DEAF98 gedemonstreerd. Iedere festivalbezoeker krijgt een
toegangscode waarmee hij of zij delen van de site kapot kan maken of juist
repareren. Bepaalde delen van de site, zoals de achtergrondinformatie over
Perry Hoberman, zijn inmiddels verdwenen. Wie te lang zoekt naar de verdwenen
site-onderdelen loopt het risico dat zijn computer vastloopt. Het kan ook zijn
dat je naar nieuwe lagen met informatie en presentaties wordt gevoerd, die
zonder storing niet te bereiken zijn. Zodra een volgende bezoeker de website
repareert, verdwijnen die weer. Dat is ook precies het effect van het ongeluk
volgens DEAF98: door de ontwrichting ontstaat iets nieuws dat zeker zo
interessant is als de oude situatie.
DEAF98 duurt t/m zaterdag 29 nov. V2, Eendrachtsstraat 10, Rotterdam, tel.
010-206 7275/ 7272, website: www.v2.nl/deaf Het symposium 'The Art of the
Accident' vindt op 20 en 21 nov. in het museum Boijmans Van Beuningen plaats.
|
NRC Webpagina's
18 NOVEMBER 1998
|
Bovenkant pagina |