U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Cahier Peper

Nieuws

Politieke gevolgen

Ontslag Peper

Onderzoek Rotterdamse gemeenteraad

Rapport COR

Declaraties

Links

Pleitnota departement cruciaal in zaak-Peper

Door onze redacteuren GEERT VAN ASBECK en TOM-JAN MEEUS
ROTTERDAM, 12 FEBR. De Rotterdamse commissie die de declaraties onderzoekt van oud-burgemeester A. Peper is op zoek naar documenten waarin het ministerie van Binnenlandse Zaken betoogt dat onjuiste declaraties van ,,enkele duizenden guldens'' door een burgemeester moeten leiden tot oneervol ontslag.

De documenten zijn door ambtenaren van Binnenlandse Zaken, waarvan Peper thans minister is, als pleitnota ingebracht in rechtszaken over het ontslag in 1992 van de burgemeester van Goes, T.R. Seinstra. In de pleitnota's verdedigden de ambtenaren namens de oud-ministers I. Dales en haar opvolger H. Dijkstal in 1993 en 1995 met succes dat wegens ,,de bijzondere positie van de burgemeester'' onjuiste declaraties van enkele duizenden guldens in drie jaar oneervol ontslag rechtvaardigen.

De belangstelling van de Rotterdamse onderzoekscommissie voor de pleitnota's in de zaak-Seinstra komt voort uit de behoefte een maatstaf aan te leggen voor de beoordeling van de declaraties van Peper. In het Rotterdamse stadhuis wordt er vanuit gegaan dat de onjuiste declaraties van Peper de door Binnenlandse Zaken aangelegde maatstaf in de zaak-Seinstra ruim overschrijden.

De commissie kan pas over de pleitnota's beschikken na goedkeuring door Binnenlandse Zaken. Het ministerie mag de stukken, in het bezit van deze krant, pas vrijgeven na instemming van de ambtenaren die ze uitspraken. Woordvoerders van Binnenlandse Zaken en de commissie konden gisteren niet zeggen waarom de commissie de stukken nog niet heeft.

Arbeidsrechtdeskundigen en de advocaat van Seinstra beamen dat de zaak-Seinstra een ,,ijkpunt'' is bij de beoordeling van burgemeesters die onjuiste declaraties hebben ingediend. Seinstra is de enige ontslagen burgemeester sinds de oorlog die tot en met de hoogste gerechtelijke instantie, de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, tegen zijn ontslag procedeerde.

Hij betoogde voor de rechters dat hij zijn onjuiste declaraties onopzettelijk had ingediend. Ook meende hij dat de omvang van de onjuiste rekeningen (ten hoogste 3.900 gulden in drie jaar) niet in verhouding stond tot de sanctie van oneervol ontslag.

Dit verweer van Seinstra werd door ambtenaren van Binnenlandse Zaken (onder wie een van Pepers huidige hoge ambtenaren, E.M. Veldstra), voor de rechtbank met kracht bestreden. Tot en met de Centrale Raad van Beroep werd Binnenlandse Zaken in het gelijk gesteld. Hoogleraar arbeidsrecht P. van der Heijden (Amsterdam) en de advocaat van Seinstra, H. Petten (die veelvuldig optreedt in ambtelijke arbeidsgeschillen) zeggen dat het ministerie in de kwestie-Peper gebonden is aan de inzake Seinstra aangelegde maatstaf.

NRC Webpagina's
12 februari 2000

Den Haag

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad