U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.

NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE


Dossier Midden-Oosten

Nieuws

Vredesonderhandelingen

Geschiedenis van het conflict

Medespelers

Documenten

Links

Geen oorlog maar burgeroorlog

Door onze correspondent SALOMON BOUMAN
TEL AVIV, 10 OKT. In het Midden-Oosten dreigt niet zozeer een grote regionale oorlog als wel een burgeroorlog tussen joden en Palestijnen, inclusief Israelische Arabieren.

Het ultimatum van de Israelische premier Ehud Barak aan de Palestijnse leider Yasser Arafat heeft tot een diplomatieke omsingeling van Israel geleid. In de Veiligheidsraad van de VN onthielden de VS zich van stemming over een resolutie die Israels buitensporig geweld tegen de Palestijnen veroordeelde. President Clinton nam dit besluit dat in Israelische regeringskringen hard aankwam, om op een buitengewoon kritiek moment in het Midden-Oosten zijn geloofwaardigheid als bemiddelaar te bewaren. Hij overweegt zelfs naar Egypte te vliegen om met Barak, de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Egyptische president Hosni Mubarak het vredesproces te redden waarin hij zoveel energie en prestige heeft geïnvesteerd. Met hetzelfde doel voor ogen is ook de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, naar het Midden-Oosten gekomen. De Russische minister van Buitenlandse Zaken is vandaag in Israel na een bliksembezoek aan Damascus.

Het Midden-Oosten heeft nooit eerder zo'n koortsachtige internationale poging gezien om oorlogsgevaar af te wenden. Het inmiddels verlengde ultimatum van Barak aan Arafat en zware Israelische dreigementen aan het adres van Syrië en Libanon na de spectaculaire ontvoering van de Israelische soldaten heeft dat internationale scenario in werking gezet. Het is ondenkbaar dat Israel zijn dreigementen onder deze omstandigheden uitvoert. Maar zelfs indien Israel nog harder optreedt tegen de Palestijnen en opnieuw de infrastructuur van Libanon bombardeert, staat het Midden-Oosten dan voor een nieuwe oorlog?

Het antwoord is: wel een beperkt conflict, wellicht met schermutselingen en luchtslagen tussen Israel en Syrië, maar geen oorlog op de schaal van 1973. Dat is alleen mogelijk indien Egypte, de belangrijkste en sterkste Arabische speler, de Sinaï-woestijn intrekt zoals in 1967 gebeurde. Toen liep Kairo aan de leiband van Moskou. Nu zitten Jeruzalem en Kairo vast aan strategische Amerikaanse bevoorradingen. De legers van beide landen zijn op Amerikaanse leest geschoeid. President Mubarak zal er zich wel voor hoeden uit sympathie voor de Palestijnse zaak de vooruitgang van de Egyptische economie en prestige dat het land als een stabiele regionale mogendheid geniet op het spel te zetten. Hetzelfde geldt voor Jordanië, terwijl Syrië met ernstig verouderd Russisch materieel ook niet graag in conflict lijkt te willen komen met de hightech Israelische luchtmacht en raketten.

Als het woord 'oorlog' valt, gaat het dus om een Israelisch-Palestijnse oorlog, een burgeroorlog eigenlijk tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse zee, in het westelijke deel van het historische Palestina. Een miljoen Israelische Arabieren wordt ook in dit conflict gezogen, zodat vijf miljoen joden tegenover vier miljoen Palestijnen komen te staan.

Dat het Israelische-Palestijnse conflict die wending neemt, blijkt uit de ernstige onlusten, escalerend tot pogroms van joden tegen Arabieren in Nazareth, Akko, Haifa, en andere plaatsen in Israel waar joden en Arabieren naast of door elkaar leven. In bezet gebied, op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook zijn het kolonisten en Palestijnen die elkaar bevechten. Deze botsingen, waarvoor beide bevolkingsgroepen verantwoordelijkheid dragen, doen denken aan het geweld tussen joden en Arabieren in Palestina in de jaren dertig, toen dit gebied onder Brits mandaat stond.

Barak heeft, evenals Rabin en Peres voor hem, dat gevaar onderkend. Daarom was zijn vredesstrategie op basis van het akkoord van Oslo gebaseerd op scheiding van Israeliërs van Palestijnen, dat wil zeggen het opgeven van meer dan 90 procent van de Westelijke Jordaanoever. Ook het opgeven van nederzettingen die sedert 1967 in bezet gebied zijn gesticht en daar een 'Bosnische situatie' hebben geschapen is nog steeds een belangrijk en in Israel sterk omstreden element van zijn vredesstrategie.

Nooit eerder heeft Israel een premier gehad die zover met de Palestijnen wilde gaan als Barak. Het vredesproces met de Palestijnen is echter gestruikeld op het feit dat Barak de kwestie Jeruzalem aan de orde te stelde zonder te doorgronden dat Arafat nooit zijn handtekening kan zetten onder een akkoord waarbij Israel soeverein blijft over Al-Haram al-Sharif/de Tempelberg waarop de twee grote moskeeën Al-Aqsa en Koepel van de Rots staan. Palestijnse soevereiniteit over het gebied waar de twee moskeeën staan en Israelische soevereiniteit over de Klaagmuur, die er tegenaan ligt zou de uitweg zijn uit dit door krachtige religieuze emoties gekleurde politieke probleem. Het vredesoverleg met Syrië eerder sprong af op enkele tientallen meters bij het meer van Tiberias. Zowel in het overleg met Syrië als met de Palestijnen is Barak heel ver gegaan, maar hij was net niet doortastend genoeg om na oorlogsheld ook vredesheld te worden.

NRC Webpagina's
10 oktober 2000

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad