|
Heroïne, het medicijn
Drie keer per dag het spul komen
halen is niet niks
door Wim Köhler
Het experiment voor het verstrekken van
gratis heroïne aan 'uitbehandelde' heroïneverslaafden moet wat
de onderzoekers betreft een normaal medicijnonderzoek worden. Een
onderzoek dat met de best realiseerbare methodiek het medicamenteuze
effect van heroïne toetst.
TWEE JAAR GELEDEN adviseerde de Gezondheidsraad de minister van
Volksgezondheid een wetenschappelijk onderzoek in te stellen naar het
effect van gratis heroïne. De Tweede Kamer schaarde zich achter dit
voorstel. De minister volgde de wens van raad en Kamer en zette de
Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden (CCBH) aan het
werk. Die produceerde - tot grote schrik van enkele kamerfracties - een
voorstel voor een onderzoek met 750 proefpersonen, van wie er naar
schatting 650 voor een periode van zes of twaalf maanden heroïne
zullen krijgen. Voorzitter van de CCBH is de psychofarmacoloog prof.dr.
J.M. van Ree, verbonden aan het Rudolf Magnus Instituut van de
Universiteit Utrecht. Onderzoeksleider wordt de aan de Universiteit van
Amsterdam verbonden verslavingsepidemioloog prof.dr. W. van den Brink.
Van Ree: ,,De heroïneverslaafde zien we als patiënt en de
heroïne als een geneesmiddel. In het onderzoek gaat het niet om een
kleinschalige vrije verstrekking van heroïne. Het is een
medicijnonderzoek om te toetsen of de effecten op de individuele
patiënt van verstrekte heroïne positief en niet schadelijk
zijn.''
Maar het is toch ook de bedoeling iets te weten komen over het effect op
de volksgezondheid, gemeten in de afname van criminaliteit en de
beperking van de overlast?
,,Nee'', klinkt het beslist en gelijktijdig uit de monden van Van Ree en
Van den Brink. Van Ree: ,,We meten individueel crimineel gedrag, maar
niet het effect op de criminaliteit in de steden die aan het onderzoek
meedoen.'' En Van den Brink: ,,Ik vraag me af of het effect op de
criminaliteit van dit experiment meetbaar is. De schatting is dat een
derde van de criminaliteit in een grote stad aan drugsverslaafden is toe
te schrijven. Aan ons experiment doet nog geen tien procent van de
overlast veroorzakende verslaafden mee. Stel dat de criminaliteit met de
helft terugloopt onder de mensen die hun heroïne krijgen, dan is
dat een effect van 1 à 2 procent op de totale criminaliteit. Dat
is niet echt meetbaar. Voor ons is het een gezondheidsonderzoek en niet
een openbare-orde-onderzoek. Maar àls heroïneverstrekking
voor een individu effectief is - ik zeg uitdrukkelijk àls - dan
zou je bij uitbreiding naar de hele groep uitbehandelde langdurige
heroïneverslaafden wel public-health- en openbare orde-effecten
verwachten.'' Van Ree: ,,Hoewel het effect misschien teleurstellend zal
zijn, want er wordt heel wat op drugsgebruikers afgeschoven.''
Als het voorgestelde onderzoek een gewoon geneesmiddelonderzoek is, wat
is dan het verwachte medische effect bij de onderzoeksgroep?
Van den Brink: ,,Wat we verwachten en wat ook de deze zomer
bekendgemaakte resultaten van het Zwitserse experiment met verstrekte
heroïne laten zien, is dat een aantal mensen op korte termijn sterk
in voedingstoestand vooruit zal gaan. Veel deelnemers zullen minder
infectieziekten oplopen, ook minder spuitabcessen en andere huidziekten.
En we verwachten psycho-sociale verbeteringen. Als ze driemaal daags hun
heroïne krijgen, zullen ze heel wat minder hoeven stelen om de
centjes voor hun illegale heroïne bij elkaar te halen. De angst van
veel critici is dat ze blijven stelen en het geld besteden aan iets
anders: cocaïne. De aanwijzingen, ook weer uit Zwitserland, zijn
vooralsnog dat ze dat niet zullen doen, maar dat moeten we goed in de
gaten houden. De vraag is wat ze met hun tijd gaan doen als ze die niet
meer hoeven te besteden aan het verkrijgen van hun volgende portie
heroïne en de opwinding van het stelen wegvalt.''
Is het dan wel terecht om niet te voorzien in een sociaal
opvangprogramma omdat de wetenschap zo graag het pure effect van
heroïne wil meten?
Van den Brink: ,,Dat is de wetenschappelijke argumentatie. Maar we
kunnen dat doen omdat Nederland goede methadonprogramma's heeft, waarin
een breed scala aan hulpverlening beschikbaar is. Drugsverslaafden maken
daar relatief weinig gebruik van. Ze gaan wel naar de dokter en
gebruiken nu en dan het uitkeringsbeheer, maar er is meer beschikbaar.''
Van Ree: ,,Wij denken dat de opvangcapaciteit voorlopig genoeg is.
Belangrijk is dat in het kader van het onderzoek deelname aan sociale
programma's niet verplicht wordt gesteld, wat in Zwitserland wel
gebeurde. Daardoor weten we niet of daar het effect van heroïne of
van de verbeterde sociaal-maatschappelijke opvang is gemeten. Wij leven
in de luxe dat we de werking van heroïne als medicament bij dit
soort mensen kunnen toetsen.''
Toch is het een merkwaardig medicijnexperiment. De proefpersonen
gebruiken het medicijn namelijk al, alleen illegaal. Niet het effect van
het heroïnemolecuul wordt dus onderzocht, maar het effect van het
verwerven van het molecuul. Dat kun je toch moeilijk een gewoon
geneesmiddelonderzoek noemen.
Van den Brink: ,,Wij gebruiken een medicamenteuze interventie - het
beschikbaar stellen van heroïne als medicament - om een uiterst
destructief gedragspatroon te doorbreken. Noem het een psychosociale
interventie langs farmacologische weg. Dat gebeurt veel vaker. Bij
hyperactieve kinderen bijvoorbeeld probeer je ook met een
farmacologische interventie een destructief gedragsprobleem te
doorbreken.'' Van Ree: ,,Het is inderdaad niet puur het effect van het
stofje op het brein, maar dat geldt voor alle stoffen in de psychiatrie,
en ook voor een heleboel andere geneesmiddelen. Het zou me niet verbazen
dat, net als bij antidepressiva en neuroleptica, de combinatie met de
psycho-sociale ondersteuning het uiteindelijke effect bepaalt. Je mag
daarom verwachten dat onze effecten iets minder zijn dan die in
Zwitserland.''
Het is moeilijk om heroïne als medicijn te zien. Het staat bekend
als een gevaarlijke, verslavende stof.
Van den Brink: ,,De mensen voor wie heroïne geïndiceerd is,
zijn al verslaafd. Het is een onderhoudsbehandeling. Heroïne heeft
inderdaad de naam gevaarlijk te zijn, maar dat valt mee. Vergeleken met
alcohol, ecstacy of cocaïne zijn de opiaten waar heroïne onder
valt betrekkelijk veilig. Bij mensen die stoppen met alcohol zie je vaak
ernstige en blijvende lichamelijke afwijkingen. Maar mensen die stoppen
met heroïne functioneren lichamelijk gezien goed. En ook cognitief
is er waarschijnlijk geen blijvende schade. Je kunt de behandeling van
heroïneverslaafden met heroïne goed vergelijken met de
behandeling van rokers met nicotinespray of -kauwgum. Ex-rokers krijgen
met het kauwgum hun nicotine binnen zonder te roken en vertonen daarmee
niet meer het maatschappelijk inmiddels onacceptabele gedrag van in het
openbaar te roken.''
Het Nederlandse onderzoeksprotocol gaat een groep die zes maanden
heroïne krijgt en een groep die twaalf maanden krijgt vergelijken
met een controlegroep die twaalf maanden geen heroïne ontvangt. Die
laatste groep heeft daarna nog de mogelijkheid om zes maanden
heroïne te gebruiken. Is dat de worst die je een groep voorhoudt om
aan het onderzoek mee te blijven doen?
Van Ree: ,,In gewoon geneesmiddelenonderzoek is dat gebruikelijk.
Eigenlijk is het ethisch ontoelaatbaar om de controlegroep niet in de
gelegenheid te stellen het medicijn te gebruiken.''
Even gebruikelijk is het om een onderzocht medicijn na afloop van het
experiment voor de hele onderzoeksgroep beschikbaar te stellen in
afwachting van het moment waarop het middel op de markt komt.
Van den Brink: ,,Dat sluiten we niet uit, maar bij mensen die in het
experiment een half jaar of een jaar heroïne hebben gehad kan de
situatie sterk verbeterd zijn. Daar zeggen we tegen: stop nou eens. Als
je blijvend verbetert is er geen reden om medicijnen te blijven
gebruiken. Waarom zou je chronisch medicijnen gebruiken als je ze niet
meer nodig hebt. Degene die niet is verbeterd moet er ook niet mee
doorgaan.'' Van Ree: ,,Ook bij andere psychofarmaca kijk je na een
tijdje of je kunt stoppen, want je moet niet levenslang medicamenten
toedienen die niet meer nodig zijn. Ja, ok, het gebeurt wel vaak, maar
het is geen goede therapie. Heroïne na het experiment is er dus
alleen voor iemand die is verbeterd met heroïne en die na stoppen
weer duidelijk terugvalt.''
Kunnen de proefpersonen zelf een handje helpen bij het verslechteren?
Van den Brink: ,,Je kunt het niet uitsluiten, maar het zijn niet de
meest makkelijke criteria waar je aan moet voldoen. Het is bijvoorbeeld
niet makkelijk om opeens tien kilo af te vallen.''
En hoelang kan die vrije verstrekking doorgaan?
Van den Brink: ,,Dat weet je niet. Dat zou twintig jaar kunnen zijn.
Maar ik weet niet of er mensen zijn die het zo lang kunnen volhouden.
Drie keer per dag zeven dagen per week komen halen is niet niks. In
Zwitserland zie je ook dat niet iedereen drie keer per dag komt. Die
krijgen een iets hogere dosis methadon en gaan terug naar tweemaal per
dag heroïne. Ze slaan het middagspreekuur over. Sommige critici
zien het heroïne-experiment als een snoepje. Dat is het dus niet.
Je krijgt het krat bier niet mee naar huis.''
Het protocol
Het onderzoeksprotocol dat de Centrale Commissie Behandeling
Heroïneverslaafden heeft opgesteld en dat minister Borst nu in
Nederland wil laten uitvoeren, is een gecontroleerde gerandomiseerde
studie. Een enkel- of dubbelblind opzet is zinloos want
placeboheroïne geeft geen kick en ervaren gebruikers hebben dus
onmiddellijk door wat ze krijgen, al is het maar door de
ontwenningsverschijnselen.
Alle proefpersonen gaan eerst een twee maanden durende
kwalificatieperiode in. Daarin wordt nog eens beoordeeld of ze voldoen
aan de toelatingscriteria en of ze niet moeten worden uitgesloten op
grond van zogenoemde exclusiecriteria. Daarna worden ze gerandomiseerd
over drie groepen. Een groep krijgt twaalf maanden driemaal daags
heroïne, in een maximumdosering van 1000 milligram per dag. De
tweede groep krijgt de eerste zes maanden alleen methadon en daarna zes
maanden heroïne. De derde groep is de controlegroep die een jaar
alleen methadon krijgt. Na afloop en bij gebleken effectiviteit kunnen
ze zes maanden heroïne krijgen. Methadon blijft gedurende het hele
onderzoek beschikbaar. De helft van de gerecruteerde proefpersonen is
spuiter, de andere helft chineest de heroïne. Het effect van de
heroïnemedicatie op lichamelijke en sociaal-psychologische toestand
wordt eenmaal in de twee maanden gemeten. De verstrekte heroïne
wordt bij de fabricage gemerkt met zwaar water: op een plaats in het
molecuul wordt in plaats van een waterstofatoom een deuteriumatoom
ingebouwd. Uit urinemonsters kan dan worden nagegaan of de proefpersonen
nog illegale heroïne bijgebruiken. Ook zou kunnen worden
achterhaald of er gratis heroïne naar de zwarte markt lekt.
Het Zwitserse experiment
Vanaf begin 1994 hebben in 15 Zwitserse steden 1146
heroïneverslaafden gratis heroïne gekregen. In totaal zijn
403.402 'behandeldagen' geregistreerd. De Zwitserse verslaafden moesten
minimaal 20 jaar zijn, ten minste twee jaar verslaafd en alle
behandelingen zonder succes hebben geprobeerd. De Nederlandse
instroomcriteria zijn: ten minste 25 jaar en ten minste 5 jaar
verslaafd. De resultaten in Zwitserland werden vergeleken met
historische gegevens van de resultaten van methadon- en
afkickprogramma's. Het experiment kende geen controlegroep. De
heroïneverstrekking werd gecombineerd met de voorwaarde om
psychosociale zorg te accepteren.
Het illegale heroïne- en cocaïnegebruik daalde snel en
duidelijk. Alcohol- en cannabisconsumptie verminderde niet veel. De
lichamelijke en psychiatrische toestand van de verslaafden ging sterk
vooruit. Het aantal proefpersonen met betaald werk steeg van 14 naar
32%. Het aantal verslaafden dat van diefstal en andere criminele
activiteiten leefde daalde van 69 naar 10%. Het aantal veroordelingen
daalde met 60%. Ongeveer 30% van de proefpersonen verliet het experiment
voortijdig. Van de uitvallers waren er 36 overleden. Van de
proefpersonen verlieten er 83 de studie om 'positieve' redenen. Ze
begonnen een afkickprogramma of gaven de heroïne op. De
behandelkosten bedroegen 51 Zwitserse frank per verslaafde per dag. De
opbrengst is berekend op 96 frank, voornamelijk het gevolg van lagere
criminaliteitsschade en gevangeniskosten, en van minder belasting van
het politie- en justitie-apparaat.
|