U kijkt naar de website van NRC Handelsblad gedurende de periode 1995-2001. Bezoek ook de de huidige site.
 
NIEUWS  | TEGENSPRAAK  | SUPPLEMENT  | AGENDA  | ARCHIEF  | ADVERTENTIES  | SERVICE 


Gay Games 1998

Nieuws
Achtergronden
Opinie
Agenda
Links



Erotische genotscultuur duidt op verval

Micha Kat
De canal parade, de optocht van homoseksuelen op boten door de Amsterdamse grachten, kenmerkte zich door scènes van een extravagante decadentie. De felle kleuren van de kleding, de overheersende erotische symboliek en het koortsachtig extraverte gedrag van de deelnemers zijn typerend voor decadent gedrag en doen sterk denken aan beschrijvingen van vergelijkbare scènes uit het oude Rome en Byzantium.

Zo lezen we in Petronius Satyricon ,,Er kwam een schandknaap binnen, een uitermate stupide figuur die volkomen bij het milieu paste. Nadat hij in zijn slappe handjes geklapt had, brak hij uit in het volgende lied: Komt hierheen, lekkere knaapjes, komt naar het feest getogen / Ja rept u, zet er de pas in, licht als een veer gevlogen / Met soepele, wiegelende billen, driest met uw zachte handen / Volleerd in zinlijke kunsten, puik van Delos' ontmanden.''

Richard Gilman beschrijft in zijn boek Decadentie (uit 1975) welke beelden bij hem opkomen als hij op een bank ligt, zijn ogen sluit en aan decadentie denkt: ,,Elegante opiumkitten met minzame, gracieuze gastvrouwen, slaapkamers met spiegels aan het plafond en zwartsatijnen lakens op keizerlijke bedden; vrouwen met hoge hakken, zwarte kousen en jarretels, Marlène Dietrich in De blauwe engel met Emil Jannings die kraait als een haan; badkamers met violette tegels of met een zebramotief; Tanger, Pompeï; een Zwarte Mis; Turkse pasja's in hun speelzalen; Les Fleurs du Mal; een gekostumeerd nichtenbal; een voyeur met een dure verrekijker gericht op de vensters van een meisjeskostschool; Oscar Wilde en de groene anjer; Onassis' jacht met de paparazzi die vanaf de kust plaatjes schieten; een Romeinse orgie met Nubische slaven die waaiers wuiven en karmijnrode wijn die uit sensuele mondhoeken sijpelt; douches met vruchtenaroma en eetbare broekjes.''

Decadentie en erotiek zijn sterk verweven, zoals uit Gilmans associatie blijkt. Niet alleen de erotiek van de grachtenparade brengt mij tot de conclusie dat deze tijd voldoet aan alle klassieke kenmerken van een decadent tijdperk, maar ook de opkomst van 06-lijnen, van kinderporno op Internet, van seksvakanties, van parenclubs, van seks in reclame en de media (de fixatie op Paula Jones en Monica Lewinsky), van luxe badkamers met felgekleurde tegels, van de Viagrapil, van de plastische chirurgie, van erotiek in de mode, van tal van nieuwe drugs en afrodisiaca, van ongewenste intimiteiten op het werk, in uitgaansgelegenheden en in zwembaden, enzovoort. De extravagantie waarmee homoseksuelen zich in een samenleving kunnen uiten en nadruk kunnen leggen op hun seksualiteit, is wel een duidelijk en typerend kenmerk van een samenleving in verval.

Met 'verval' bedoel ik hier een samenleving die wordt gekenmerkt door 'bederf van de traditionele waarden', uiteraard niet alleen in seksuele zin. Voor onze samenleving geldt dit bederf zeker, precies zoals het gold voor de nadagen van het oude Rome. Wat Cyprianus schreef in 250, is zelfs naadloos van toepassing op onze tijd: ,,Er is geen onschuld meer in de politiek, geen rechtvaardigheid meer in de rechtbanken, geen meesterschap meer in de kunsten en geen discipline meer in het moreel gedrag.''

De letterlijke vertaling van het woord decadent is neerstorten. Onze samenleving stort neer. De vraag of dat erg is, doet niet ter zake. De geschiedenis leert immers dat ook samenlevingen een eigen levensloop hebben. Wij zitten met de onze nu duidelijk in de laatste fase. Er komt altijd weer iets na. In het geval van Cyprianus, zelf een product van de traditionele Romeinse waarden, was dat het christendom, waaraan hij zich geheel overgaf; hij werd bisschop van Carthago en een erkend martelaar van het geloof. De opkomst van New Age en spiritualiteit in onze samenleving toont aan dat we in een decadente fase zitten, maar deze stromingen missen de kracht van 'het grote verhaal' om de functie te kunnen vervullen die het christendom een kleine 2000 jaar geleden had.

De constatering dat onze tijd decadent is, maakt veel van de huidige ontwikkelingen begrijpelijk en inzichtelijk. Het zinloos geweld bijvoorbeeld blijkt allerminst zinloos. Het is een gevolg van het bederf van traditionele waarden en heeft als functie de degeneratie van de samenleving te versnellen, waardoor ruimte wordt geschapen voor iets nieuws. Voor de opkomst van kinderporno en andere seksuele perversiteiten geldt hetzelfde.

Ook de crisis in de rechtsstaat, die Cyprianus noemt, blijkt een gevolg van decadentie. Hoe kan een samenleving in verval tenslotte nog weten wat rechtvaardig is? Hetzelfde geldt voor de toenemende corruptie en gezagsloosheid. In een decadente periode denkt de mens louter aan zichzelf en jaagt zijn eigen genot na. Het geld dat daar voor nodig is verklaart de ongebreidelde geldzucht van nu. Met recht worden de Gay Games ook wel de Pay Games genoemd.

Fascinerend is wat Cyprianus zegt over het verval in de kunsten. De critici van nu zullen deze artistieke decadentie waarschijnlijk niet onderschrijven, want zij zoeken hun helden vooral uit eigenbelang. Maar voor onbevangen buitenstaanders (zoals ik) is de artistieke decadentie van nu onmiskenbaar. Welke jonge schrijver krijgt nog de kans rustig te werken aan een oeuvre, een woord dat al bijna een atavisme is?

Niet alleen worden tal van actuele ontwikkelingen inzichtelijk, ook de toekomst kan met meer zekerheden worden voorspeld. Zo zal de afbraak van de gevestigde structuren nog wel even doorgaan, kalft onze rechtsstaat nog verder af, krijgt de politiek nog minder greep op de samenleving en zal ook het niveau van literatuur en beeldende kunsten verder dalen. Maar ook de redding is nabij. De peuters van nu zullen worden geconfronteerd met een samenleving met nieuwe en onbedorven waarden die weer een richtsnoer zullen geven. Maar ook zij krijgen op hun beurt weer te maken met verval. De cyclus der samenlevingen stopt immers niet. Dat zag de Romeinse dichter Horatius reeds, die één van zijn beroemdste oden besluit met: ,,Wat al niet wordt aangetast door de tand des tijds? / De tijd van onze ouders, slechter al dan grootvaders tijd, bracht ons voort die weer slechter zijn maar beter zelfs nog dan ons kroost?''

Micha Kat is freelance journalist en classicus.

NRC Webpagina's
6 AUGUSTUS 1998

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl) JULI 1998