N R C   H A N D E L S B L A D  -  C O L U M N S
NIEUWS  TEGENSPRAAK  SUPPLEMENT  DOSSIERS  ARCHIEF  ADVERTENTIES   SERVICE

J. L. HELDRING
Eerder verschenen
columns


HJAHOFLAND
ROEL JANSSEN
CS VRIJDAG
ELSBETH ETTY
YOUP VAN 'T HEK
KAREL KNIP
PAUL DE LEEUW
LEO PRICK


Reacties en opmerkingen naar: dezerdagen@nrc.nl



1 februari 2001

Herijking van alle ijkpunten?


Hoe zou je Nietzsche's Umwertung aller Werte 't best in het Nederlands kunnen vertalen? Met 'Herijking van alle ijkpunten'? Het is niet fraai, maar wie met het politieke jargon van de laatste jaren vertrouwd is, zou tenminste weten wat er min of meer mee bedoeld wordt. Is er op dit ogenblik een noodzaak tot 'herijking van alle ijkpunten'?

Die vraag kwam bij mij op toen ik in HN (oorspronkelijk: Hervormd Nederland) van 22 januari las wat een sociaal-democraat en een christen-democraat denken wat de grondslagen zijn van hun respectieve mensbeschouwing. Die verschillen radicaal van die van hun ideologische voorvaders. Dat is op zichzelf niet zo erg. De wereld verandert, en wij met haar. Maar het zou wel nuttig zijn als die veranderingen zoals die hun neerslag vinden in verschillende politieke stromingen, geëxpliciteerd zouden worden. Met andere woorden: als de ijkpunten herijkt zouden worden. Zo zegt Sander Zboray, voorzitter van de Jonge Socialisten: "Het absolute vertrouwen in de goedbedoelende burger, een altruïstisch, marxistisch denkbeeld, is bij ons niet meer zo sterk aanwezig." Dat is ongetwijfeld waar, maar het is wèl heel anders dan het optimistische mensbeeld dat de socialisten aanvankelijk hadden.

Dat optimistische mensbeeld dateert overigens van de achttiende-eeuwse Verlichting, dus van lang vóór Marx. Tweede opmerking: het werd gedeeld door de liberalen, die intussen ook geleidelijk wat cynischer zijn geworden over de goedheid van de mens - hoewel in hun afkeer van staatsbevoogding nog iets doorklinkt van dat oorspronkelijke vertrouwen in het gezonde verstand van de enkeling. Hoe het ook zij - de Jonge Socialisten zijn over 't algemeen radicaler dan de partij zelf, beschouwen zich als een soort luis in haar pels. Vandaar dat die scepsis van hun voorzitter opmerkelijk is. (Maar ook jonge socialisten worden, als jonge hondjes, zindelijk gemaakt. Oud-voorzitter Sharon Dijksma trok in 1994, 23 jaar oud, de aandacht toen zij, als kersvers Kamerlid, een voorstel van partijleider Kok om 1 miljard op de studiefinanciering te bezuinigen 'te gek voor woorden' noemde, waarop zij streng tot de orde geroepen werd. Nu is zij, volgens Het Parool van 26 januari, 'wel erg close met de gevestigde orde', ja is zij zelfs de gedoodverfde nieuwe partijvoorzitter.)Een andere opmerking van de jonge socialist Zboray verdient ook aandacht: " Wij stellen het belang van het collectief boven het belang van het individu. Dat is inherent aan het links-zijn." O ja? Ik dacht dat deze prioriteit ook kenmerkend was voor fascisten en nationaal-socialisten. Die deelden overigens met Zboray het geloof in de maakbaarheid van de samenleving. (Daarmee wordt niets ten nadele van Zborays gezindheid gezegd, wèl van zijn stellingen.) De andere die in het artikel in HN aan het woord komt, is de directeur van het wetenschappelijk instituut voor het CDA, Ab Klink. Deze zegt: , ,Ik heb veel vertrouwen in de mondige burger en diens gedrag. Mensen komen als onbeschreven blad op de wereld, maar ontwikkelen zich in de regel als wezens waarin je alle vertrouwen kunt hebben."

Een liberaal geluid! Ja, sterker: een opvatting die haaks staat op het geloof van vele christenen. "Mensen komen als onbeschreven blad op de wereld - hoe valt dat te rijmen met het begrip zonde, zonde niet als gezindheid of overtreding, maar als gesteldheid, zondigheid? Dat geloof onderscheidt immers christenen van niet-gelovigen? En nu komt de officiële goeroe van het CDA ons vertellen: "Mensen komen als onbeschreven blad op de wereld"!

Zeker, we weten wel dat de christenen de laatste halve eeuw steeds meer vrijzinnige trekken hebben gekregen. Zelfs de gereformeerde mannenbroeders zijn niet bestand gebleken tegen de lokroep van de wereld. Ook dat is een historisch proces (dat de een zal toejuichen, de ander betreuren). Maar waar blijft op die manier de reden voor een apart bestaan als een christelijke partij?

Iets soortgelijks kan overigens gevraagd worden met betrekking tot een sociaal-democratie die niet meer gelooft in de goedheid van de mens. De rollen lijken omgedraaid: de sociaal-democratie heeft geen absoluut vertrouwen in de goedbedoelende burger meer, en de christen-democratie heeft veel vertrouwen in de mondige burger.

Zoals gezegd: dit is misschien een onomkeerbaar proces, maar het zou nuttig zijn als de veranderingen die dit proces meebrengt, met zoveel woorden erkend zouden worden door degenen die die veranderingen hebben ondergaan. Het zou de duidelijkheid ten goede komen. Nu kunnen we slechts, op grond van opmerkingen die, zoals door Zboray en Klink, tussen neus en lippen gemaakt worden, besluiten dat er zich kennelijk een wezenlijke verandering heeft voltrokken in het denken van geestelijke families. Een soortgelijk bezwaar kan geuit worden tegen het betoog dat oud-premier Van Agt op 24 januari in Wassenaar heeft gehouden. "Zijn wij het spoor bijster?" zo luidde de titel van die rede, die één filippica was tegen het gedoogbeleid en de filosofie van het 'moet kunnen'. Veel van wat Van Agt zegt kan onderschreven worden, maar als het aankomt op het aanwijzen van de oorzaken, komt hij niet verder dan: "een ernstig gebrek aan normbesef bij burgers". Is dit niet veeleer een symptoom dan een oorzaak van de gewraakte toestand? Even lijkt Van Agt dieper te willen graven, wanneer hij zijn 'maatschappijkritiek' conservatief noemt - wat hij, 'mits goed verstaan, een erenaam' noemt. Uitstekend, maar wat zijn de bronnen van zijn conservatisme? Noemt hij die niet, dan blijft het bij gemopper en handenwringen. Herijking van Van Agts ijkpunten is kennelijk niet nodig, maar kunnen die - naar nu blijkt: conservatieve - ijkpunten misschien nader verklaard worden?

J.L. Heldring

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC Handelsblad