C O L U M N S  
NIEUWS  |  TEGENSPRAAK   |  SUPPLEMENT   |  AGENDA   |  ARCHIEF   |  ADVERTENTIES   |  SERVICE  

DE DRAAD
Eerder verschenen
columns

De column De Draad verschijnt vijf keer
per week.
Lees De Draad en

schrijf Tom Rooduijn rooduijn@nrc.nl

JL HELDRING
HJA HOFLAND
YOUP VAN 'T HEK
KAREL KNIP
ELSBETH ETTY
ROEL JANSSEN


T O M   R O O D U I J N


25 november 1998

Hyperlinks en humor


De e-mailbox kleppert veelvuldig als in deze rubriek een fout wordt gemaakt - ongeacht of dat nu per ongeluk of expres is gebeurd. Maandag was beide het geval, dus kon ik rekenen op extra veel post. In de De Draad-lezer, moet de conclusie zijn, schuilt een behulpzame schoolmeester. In het stukje van maandag had ik, bij wijze van grap, een groot aantal hyperlinks verwerkt, waarbij de adressen niet allemaal correspondeerden met het woord waar ze achter stonden. Bovendien waren helaas niet alle URL's zorgvuldig overgenomen en de betreffende adressen stonden voluit en tussen haakjes achter de woorden waar ze op sloegen (in plaats van dat ze 'achter' het - opgelichte - woord waren verborgen - zoals te doen gebruikelijk op Internet).

,,Ten eerste: hyperlinks koppel je aan de tekst en druk je niet af'', spreekt Rutger van Zelst mij bestraffend toe. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in het vervolg, heb ik met de medewerker afgesproken die deze stukjes op het net plaatst, staan de adressen van links 'achter' de corresponderende, andersgekleurde woorden. ,,Daarnaast moeten ze relevant zijn'', vervolgt Van Zelst. ,,Linken naar opblaasboten is dus zinloos als het over opblaaspoppen gaat.'' Dat nu had ik juist lollig bedoeld, maar een grap is niet leuk als die niet wordt begrepen - luidt een ijzeren wet in het theater van de lach. Over het humoristische gehalte van het stukje werd verschillend gedacht. ,,De links waren voor 75 procent zeer geestig'', schrijft gelukkig Nadav Vissel.

,,Hyperlinks kunnen absoluut zinvol zijn. Zo kun je daardoor bij een van de NRC-dossiers terecht komen waar vaak goede achtergrondinformatie te vinden is'', aldus Van Zelst. ,,Ik vind deze manier van reageren dan ook tamelijk simpel. Maar als je dat dan toch doet doe het dan wel goed! Bijna een kwart klopte namelijk niet of was 'dood' (4 van de 17). Slordig en gemakzuchtig of niet soms?'' Slordig wel, waarvoor mijn excuses; niet gemakzuchtig, want met het opzoeken van die 17 links ben ik wel even zoet geweest.

Ook Antoine Kempen en Just Berkhout wijzen mij fijntjes op de wijze waarop in hypertekst dient te worden gelinkt. Berkhout voegt bij zijn mail zelfs een attachment dat mijn stukje bevat, verwerkt op de manier waarop het zijns inziens op Internet had moeten staan. ,,Het gebruik van de hyperlinks'', doceert Berkhout, ,,dient een vergelijkbaar doel als de referentie zoals je die aantreft in bijvoorbeeld wetenschappelijke teksten. Het is een misvatting dat wij ons daarbij aan restricties moeten houden die een papieren medium met zich meebrengt. Wij hoeven dus niet langer aan de lezer mee te delen onder welke titel, naam, etc. de aangehaalde publicatie te vinden is: een (blauw) oplichtend, onderstreept kernwoord in de 'platte' tekst vertelt de lezer dat achtergrondinformatie beschikbaar is, en waar hij het kan vinden.''

De hele link-kwestie is aangekaart door Kees Josse, die schreef het te betreuren dat in De Draad zo weinig wordt 'gelinkt' naar andere webpagina's of -sites. ,,Joosse is waarschijnlijk iemand die bij het lezen van een lange tekst een kaart of lineaal over het blad moet schuiven'', schrijft Judith van Praag, ,,of zijn vinger de woorden op de regel vooruit moet laten gaan om de draad niet kwijt te raken. Voor zulke mensen is een opgebroken web tekst een verademing.'' Van Praag ziet niet de noodzaak in van het verwerken van veel links in deze rubriek. ,,Van mij mag je het verder gewoon bij het oude laten, die platte tekst leest wel lekker weg!''

Wel heeft Judith van Praag kritiek op mijn omschrijving van het boegbeeld van de jongste publieke omroep BNN, Bart de Graaff. ,,Het komt me plat en cru voor om een volwassene van geringe gestalte 'ventje' te noemen, ook al heeft de kwaliteit van zijn werk het gehalte van de vieze moppen die middelbare-school-leerlingen (ventjes) elkaar gniffelend vertellen. Ah, dat is de onderliggende boodschap natuurlijk, maar zo'n benadering zou ik eerder verwachten in een fictief verhaal.''

Als ik naar BNN kijk, denk ik: wás dit maar een fictief verhaal.

Alle inzenders hartelijk bedankt voor hun bijdrage.

N.B.: Het stukje, gisteren in deze rubriek, over de onstuitbare opmars van de Teletubbies in het leven van de allerkleinsten, was nog niet geschreven of ik las in de krant dat uitgever VNU de oplage van aflevering twee van het Teletubbies Tijdschrift, wegens het overweldigende succes van het eerste nummer, verhoogt van 50 duizend naar 100 duizend exemplaren.

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)