C O L U M N S  
NIEUWS  |  TEGENSPRAAK   |  SUPPLEMENT   |  AGENDA   |  ARCHIEF   |  ADVERTENTIES   |  SERVICE  

DE DRAAD
Eerder verschenen
columns

De column De Draad verschijnt vijf keer
per week.
Lees De Draad en

schrijf Tom Rooduijn rooduijn@nrc.nl

JL HELDRING
HJA HOFLAND
YOUP VAN 'T HEK
KAREL KNIP
ELSBETH ETTY
ROEL JANSSEN


T O M   R O O D U I J N


23 oktober 1998

Toeters en bellen


Er zijn duizenden kranten op Internet te raadplegen, maar voor de meeste uitgevers valt er nog altijd geen droog brood aan te verdienen. De grote vraag op het jongste congres van de IFRA (waarin electronische dagbladuitgevers verenigd zijn) te Lyon was vorige week, hoe de concurrentie moet worden aangegaan met de succesvolle 'portalen' van de grote - meest Amerikaanse - nieuwsorganisaties en softwarehuizen.

Tot teleurstelling van de dagbladuitgevers zijn de meest geraadpleegde nieuwsbronnen op Internet niet de electronische kranten, maar de bekendste Amerikaanse Internet-aanbieders, zoekdiensten, bladeraars en tv-maatschappijen. De 'portalen' die deze organisaties opzetten, bieden meer dan alleen nieuwsvoorziening: zoekfaciliteiten, gratis e-mail, babbelboxen, spelletjes, doorverwijzingen, koopjes en video- en geluidsfragmenten. De beste strategie om lezers voor de electronische krant te winnen, in de hoop op termijn iets van de investering terug te verdienen, was volgens een spreker op het IFRA-congres, aldus het verslag in Le Monde: bundeling van redactionele en commerciële krachten.

De electronische krant zou, naar het voorbeeld van de portalen, moeten worden ondergebracht in een 'kiosk', die behalve verscheidene krantentitels ook allerlei 'leuke dingen' biedt - in de wereld van het web-bouwen ook wel aangeduid met 'toeters en bellen'. Kleine annonces en personeelsadvertenties worden beschouwd als een extra mogelijkheid van de papieren krant, die in de concurrentiestrijd met de 'portals' onvoldoende wordt benut. In verscheidene Europese landen hebben krantenuitgevers en bijvoorbeeld gele-gids-uitgevers al de krachten gebundeld voor een zoek- en adverteerdienst op Internet. De praktijk wijst uit dat dit in het gunstigste geval leidt tot een 'virtuele gemeenschap' - Internet-slang voor een hechte klantenbinding.

,,De kranten moeten hun annonces op het Web zetten'', luidde onlangs een noodkreet van de Amerikaanse vereniging van dagbladuitgevers, ,,anders riskeren ze verlies op hun high-tech-concurrenten.'' Bekendste voorbeeld van zo'n concurrent is Microsoft, die een auto-advertentie-rubriek op Internet begon. Maar de popularisering van de web-krant kan ook tot gevolg hebben dat de lezer denkt: waarom nog het abonnement op de papieren krant handhaven, als ik mijn nieuws en advertenties ook gratis op Internet kan vinden?

De vraag op welk moment voor het aanbieden van de krant op Internet geld moet worden gebeurd, heeft al menige dagblad-directeur hoofdbrekens gekost. De Wall Street Journal geldt, met 250.000 web-abonnees, als het grote voorbeeld voor dagbladuitgeverijen dat publicatie op Internet levensvatbaar is. Maar al jaren kent dit succesverhaal geen navolgers. De New York Times, die zijn berichtgeving op zeker moment tegen betaling beschikbaar stelde, zag de belangstelling zo snel dalen dat in allerijl besloten werd het grootste deel van de site weer gratis toegankelijk te maken - met alle risico's van kannibalisme van dien.

Dagbladuitgevers staan in de komende jaren voor belangrijke dilemma's. Met het publiceren op Internet hebben ze een eerste stap gezet in de richting van een onbekend, in wezen branchevreemd medium. De technologische mogelijkheden van Internet verleiden langzamerhand de dagbladuitgever tot een geheel nieuwe houding tegenover zijn abonnees: een persoonlijke, service-gerichte benadering, waarbij de distributie van het laatste nieuws even belangrijk wordt als allerlei vormen van relatie-bemiddeling.

Amerika, ons Internet-voorland, geeft daar met de USA Today-webkrant een mooi voorbeeld van: een derde van de inkomsten komt uit electronische transacties, met als belangrijkste de verkoop van boeken en reizen.

    Bovenkant pagina

NRC Webpagina's © NRC HANDELSBLAD (web@nrc.nl)