
OUDE
NUMMERS
FILMARCHIEF
DOCUMENTATIESERVICE
|
|
T I T E L : |
The_River (He liu) |
|
R E G I E : |
Tsai Ming-liang |
|
M E T : |
Lee Kang-sheng, Miao Tien, Lu Hsiao-ling, Chen Shiang-chyi, Ann Hui |
Derde film van Tsai Ming-liang toont geestelijke ontreddering en leegte in Taipei
Elk broos en lang camerashot tart de saaiheid
Door DANA LINSSEN
Alles is tot stilstand gekomen in The River. Sommige takes zijn zo
lang aangehouden en zo broos dat je niet eens meer met je ogen durft te
knipperen uit angst dat ze dan toch opeens voorbij zullen zijn. Alleen
het water stroomt: troebel en doelloos in de vergiftigde Tanshui-rivier
die de derde speelfilm van de Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang zijn
naam geeft. Of het gulpt gulzig en oncontroleerbaar door het plafond van
het appartement waar de drie hoofdpersonen wonen en stolt in trage
wasemparels op de lichamen van de bezoekers van de gay-sauna's van
Taipei.
Met The River, die vorig jaar tijdens het filmfestival van Berlijn met
een Zilveren Beer werd onderscheiden, sluit Tsai naadloos aan bij de
vervreemding en eenzaamheid die de boventoon voerden in Rebels of the
Neon God (1992) en Vive l'amour (1994). En evenals in zijn eerdere films
speelt ook in The River acteur Lee Kang-sheng de rol van Tsai's duistere
alter ego Hsiao-kang. Ook acteurs Miao Tien en Lu Hsiao-ling hernemen de
rol van het ouderpaar uit Rebels of the Neon God. Meer nog dan in Tsai's
vorige films is Hsiao-kang in The River iemand aan wie het leven zich
zonder reden lijkt te voltrekken. Je weet eigenlijk niet eens of hij wel
dezelfde jongeman is als voorheen en of zijn ouders wel zijn ouders
zijn. Net als in Vive l'amour komen de hoofdpersonen elkaar nooit tegen
in hun steriele appartement en je kunt lange tijd makkelijk geloven dat
ze parallelle levens leiden, dat hun inwisselbare interieurs op toeval
berusten. Maar was het appartement in Vive l'amour nog een soort
doorgangsstation voor drie vreemden, in The River is het de lokatie waar
zich de vervreemding binnen een gezin afspeelt. In het moderne Taipei
waar Tsai de toeschouwer binnenvoert eet iedereen uit dezelfde
meeneemverpakkingen van anonieme restaurants en bedrijft de liefde die
nauwelijks nog liefde heet met mannen en vrouwen die hij niet aankijkt.
Het is moeilijk uit te leggen wat er zo mooi is aan de ontreddering van
The River. Verhaal, karakterontwikkeling, dialoog en zelfs geluid zijn
tot een absoluut minimum teruggebracht. Elk shot tart de saaiheid.
De film is mooi zoals een kaal landschap dat kan zijn: ontdaan van elke
kunstmatigheid of valse sentimentaliteit. Tegelijkertijd heeft de sobere
fotografie het griezelige van een foto-realistisch schilderij: alles
klopt en toch geeft het je een onaangenaam gevoel. Je moet maar blijven
kijken naar die ingekeerde gezichten, alsof je ze erop wilt betrappen
dat ze toch niet echt zijn. Maar bij Tsai lukt je dat nooit, want ze
worden bij elke nadere beschouwing oprechter.
Vaak doet Tsai's hyperrealisme surrealistisch aan of zelfs absurd. De
troosteloosheid van zijn personages wordt pijnlijk komisch, als in een
vertraagde slapstick. Zoals wanneer Hsiao-kang in een lege
ziekenhuisgang op zijn ouders wacht en zij hem achteloos voorbij lopen.
Of wanneer hij zijn nek masseert met zijn moeders vibrator, terwijl zij
elders in het appartement onaangedaan een pornofilm bekijkt.
Er zijn slechts een paar momenten in de film die als dramatische bakens
fungeren. Bijvoorbeeld als hoofdpersoon Hsiao-kang bij aanvang van de
film figureert als lijk in een film die regisseuse Ann Hui opneemt bij
de Tanshui-rivier. Deze aanzet tot film-in-de-film geeft je als
toeschouwer veel vrijheid om te speculeren over de betekenis van die
zwaar vervuilde rivier. Hsiao-kangs onderdompeling werkt als een soort
anti-loutering: vanaf dat moment gaat hij gebukt onder zijn zorgen en
zonden door het leven. Hsiao-kang ontwikkelt een mysterieuze kramp in
zijn nek waartegen geen behandeling lijkt te helpen. Het is
bewonderenswaardig hoe acteur Lee Kang-sheng die pijn weet te
personifiëren. Zijn lichaamshouding en gezichtsuitdrukking worden
die pijn. Zijn hoofd ligt schuin in zijn nek en beweegt in schichtige
stuiptrekkingen heen en weer.
Het water, de rivier, de stroom die wij volgens Tsai tijdens ons leven
afreizen en die steeds smeriger en ondoorgrondelijker lijkt te worden,
is in The River niet het goedmoedige, vruchtbare symbool dat water
gewoonlijk is. De rivier is vergiftigd, misschien wel dodelijk (niet
voor niets figureert Hsiao-kang als lijk). Misschien is alles wat na die
eerste momenten gebeurt wel een nachtmerrie of een tussenstop in een
schemergebied tussen leven en dood, gaat Hsiao-kang kopje onder in het
open riool dat zijn onderbewuste inmiddels is geworden.
,,De rivier is in ons, de zee is overal rondom ons'', schreef T.S. Eliot
in The Four Quartets en het is die alomtegenwoordigheid van het water
met al zijn betekenissen die The River uiteindelijk bevrijdend maakt.
Daarom geloof ik ook echt dat de film een hoopvol einde heeft als de
zoon - na een confronterende ontmoeting met zijn vader de vorige avond -
de balkondeuren van een gore hotelkamer openschuift en het klaarheldere
licht naar binnen laat stromen.
|
NRC Webpagina's
9 APRIL 1998
|