
OUDE
NUMMERS
FILMARCHIEF
DOCUMENTATIESERVICE
|
|
T I T E L : |
High Art |
|
R E G I E : |
Lisa Cholodenko |
|
M E T : |
Radha Mitchell, Ally Sheedy, Patricia Clarkson |
Lisa Cholodenko vermijdt clichés in zedenschildering van glossy fotojournalistiek
In de ban van een ex-Fassbinderactrice
Door RAYMOND VAN DEN BOOGAARD
Een studie 'kritische theorie', met veel Lacan en Foucault, vormt een
zeer onvolkomen voorbereiding op het leven. Maar Syd (Radha Mitchell) is
er nog een heel eind mee gekomen. Deze 24-jarige vrouw is redacteur van
een glossy en pretentieus fotografietijdschrift, Frame geheten.
Zo begint High Art, de eerste lange speelfilm van Lisa
Cholodenko. Er is veel aan de film dat mis had kunnen gaan en een
cliché kunnen worden: het modieuze onderwerp, de grote rol van
drugs in het milieu waarin Syd terecht komt en de lesbische verhouding
waarin zij tegen wil en dank verzeild raakt, als ze probeert voor het
blad foto's los te krijgen van haar bovenbuurvrouw (Ally Sheedy). Dat is
een al wat oudere, verlopen fotografe die tien jaar geleden de hippe
kunstscene de rug heeft toegekeerd en samenleeft met een zwaar aan
verdovende middelen verslaafde Duitse, wier enige verdienste in het
leven is dat ze ooit nog eens in een film van Fassbinder heeft gespeeld.
Maar in High Art gaat niets mis: het is een prachtige film die
alle clichés omzeilt. Cholodenko is erin geslaagd langs allerlei
schijnbaar platgetreden paden een film te maken die verrast en tot
nadenken stemt.
De zedenschilderingen zijn raak getroffen: de atmosfeer in het
appartement van de fotografe, waar de dope al lang elke belangstelling
voor huisraad of properheid heeft verdrongen en altijd slechte vrienden
aanwezig zijn, gereed om in het voetspoor van de huisdealer mee te
snuiven; de verhouding van de fotografe met haar dominante moeder, die
de verlammende factor vormt in haar leven; de atmosfeer op de redactie
van het tijdschrift, waar iedereen wel kritische theorie lijkt te hebben
gestudeerd en men met elkaar uitsluitend verkeert in fraai klinkende
frasen. Een van de aardigste grapjes van de film wordt in de Nederlandse
ondertitels overigens om zeep geholpen. Syd noemt zich statusbewust
steeds assistant-editor van het blad, wat redacteur betekent en komisch
werkt omdat ze duidelijk als groentje en sloofje wordt beschouwd. Helaas
denkt de Nederlandse vertaler dat assistant editor
'redactie-assistent' betekent.
Dankzij haar bovenbuurvrouw zal Syd geen sloofje blijven. Deze 'Lisa
Berliner' is een levende legende, merkt Syd als ze nietsvermoedend wat
foto's van de buurvrouw mee naar de redactie neemt. Ze krijgt haar
eerste echte opdracht: Berliner tot nieuw werk verleiden. Dat blijkt
lastig: de fotografe heeft weinig belangstelling meer voor het maken van
foto's, maar des te meer erotische belangstelling voor de frisse
aankomende journaliste.
De grote kracht van High Art ligt in de prachtig volgehouden
ambivalentie van Syd in deze ingewikkelde cocktail van zakelijke en
persoonlijke belangen. Even denk je nog, als de fotografe een
'werkweekeinde' met haar redactrice uitsluitend blijkt te zien als een
excuus voor het maken van een nummertje, dat de film zal ontaarden in
een lesbische coming out-film, maar dat gebeurt niet: de
zakelijke en persoonlijke ervaringen van Syd vormen een onontwarbare
kluwen, zowel voor haarzelf als voor de filmkijker. En dat blijft zo
nadat Syd, eenmaal terug in New York, in arren moede maar de blote
foto's aanbiedt die Berliner van haar heeft gemaakt - en die vervolgens
door iedereen zeer geprezen in het blad verschijnen.
Cholodenko breekt met de vrome gewoonte in dit soort films om de
hoofdpersoon aan het einde als een tikje meer volwassen dan aan het
begin voor te stellen, en daardoor ook wat aandoenlijker en
sympathieker. Een geniale scène aan het eind geeft aan
dat Syd in het beste geval een beetje kind is gebleven, en in het
slechtste een berekenende tante die uit domheid en opportunisme over
lijken gaat. Aankomende journalisten die 'kritische theorie' hebben
gestudeerd, worden door mij voortaan met wantrouwen bekeken.
|
NRC Webpagina's
18 NOVEMBER 1998
|